Tweede kruistocht (1147–1149)
Met de eerste islamitische reactie viel het rijkje rond Edessa. De monnik Bernard van Clairvaux riep op tot een nieuwe kruistocht. Deze kruistocht, begonnen in 1147, eindigde in 1149 voor Damascus.
In 1181 verbrak Reynauld van Châtillon de wapenstilstand. Deze tweede wapenstilstand was gesloten tussen Saladin en Boudewijn IV van Jeruzalem in 1180. Saladin(uitgesproken als Salahadin) trok ten strijde tegen de christelijke heersers in het "Heilige Land" en veroverde daarom in 1187 Jeruzalem en had toen binnen drie maanden heel het "Heilige Land" in handen. Datzelfde jaar komt een oproep voor een derde kruistocht.
Derde kruistocht (1189–1192)
Toen dit nieuws werd vernomen in Europa werd er door Paus Clemens III een nieuwe kruistocht uitgeroepen. Deze kruistocht stond onder leiding van de Engelse koning Richard Leeuwenhart, de Duitse keizer Frederik Barbarossa en de Franse koning Philippe II Auguste. Om deel te kunnen nemen aan deze derde kruistocht staakten de Franse en Engelse koning tijdelijk hun vijandigheden. Ook graaf Willem I van Holland nam deel aan de kruistocht. Het eerste doel was om een plaats te veroveren in Palestina en die plaats werd Akko. De Duitse keizer ging over land naar Akko. Toen de keizer van het Duitse rijk, Frederik Barbarossa, echter verdronk in de rivier de Selef op 10 juni 1190 viel het Duitse leger uiteen en keerde grotendeels huiswaarts.
Leeuwenhart en Auguste gingen over zee. Toen de vloot van Leeuwenhart in een storm kwam en er drie schepen afdreven, ging Leeuwenhart op zoek naar zijn drie schepen en vond ze op het eiland Cyprus en veroverde daarom Cyprus, omdat de keizer van Cyprus ze gevangen had genomen. Ook was hij een bondgenoot van Saladin. De Franse en Engelse koningen veroverden Akko in 1191. Tijdens het beleg stierf de Vlaamse graaf Filips I van de Elzas op 1 juni 1191.
Wegens aanhoudende wrijvingen met Richard Leeuwenhart trok Filips August zich terug. Daarna kon Leeuwenhart niet echt meer een vuist maken tegen Saladin. Om deze reden kon hij Jeruzalem niet terugveroveren en verkreeg van deze laatste slechts vrije toegang voor christelijke pelgrims tot de heilige plaatsen. Richard veroverde wel een deel van de kuststreek dat het koninkrijk Akko zou vormen.
Vierde kruistocht (1202–1204)
De vierde kruistocht 1204 haalde Palestina niet eens: in plaats daarvan veroverden de kruisvaarders Constantinopel, de hoofdstad van het christelijke Byzantijnse rijk.
De kruisvaarders vormden te Constantinopel een Latijns keizerrijk, met Boudewijn van Vlaanderen als keizer: de Kerk kwam onder Rome te staan. Deze kruistocht zorgde ervoor dat de toch al weinig vriendelijke relatie tussen het Oosters orthodoxe christendom en het Westerse christendom nog verder verslechterde.
Het Oost-Romeinse rijk werd zwak, maar de Oost-Romeinse keizer kon in 1261 zijn hoofdstad heroveren.
Vijfde kruistocht (1218–1221)
De vijfde kruistocht werd in 1215 door paus Innocentius III uitgevaardigd, omdat hij met de toestand in het Heilige Land geen genoegen nam. Hollanders en Friezen speelde een grote rol tijdens deze kruistocht. De vijfde kruistocht werd door de bemoeienis van het Vaticaan een volledige mislukking.
Zesde kruistocht (1228–1229)
In 1225 trouwde de Duitse keizer Frederik II met Isabelle van Brienne. Hij beloofde aan paus Honorius III een kruistocht op te richten. Frederik wilde op een vreedzame manier de heilige plaatsen openstellen voor het Westen. Zijn kruistocht begon in 1228. In 1229 sloot hij een tienjarige vrede met de Egyptische sultan. Met veel machtsvertoon en diplomatie bereikte hij dat de sultan hem Jeruzalem, Bethlehem, Nazareth en de kuststreek afstond. Hij gaf christenen ruimte in Palestina, en kroonde zichzelf in 1229 tot koning van Jeruzalem.
Frederiks vrouw was op zestienjarige leeftijd overleden bij de geboorte van haar zoon. Daardoor zou niet hij, maar zijn zoon recht hebben op de troon. Daardoor kreeg Frederik ruzie met de kruisvaarders, vooral de Tempeliers. De Tempeliers waren vooral Fransen en Frederik wilde Duitse ridders. Als laatste verliet Frederik Akko (de plaats waar hij toen was) en keerde terug naar Sicilië. Jeruzalem viel in 1244 weer in de handen van de sultan van Egypte.
Zevende kruistocht (1248–1254)
De Franse koning Lodewijk IX "de Heilige" tracht de staatjes van de kruisvaarders te helpen. Hij valt Cyprus, Egypte en Syrië aan, doch zonder succes. Voor de zevende kruistocht liet Lodewijk de Heilige in Zuid-Frankrijk een haven aanleggen: Aigues-Mortes.
Achtste kruistocht (1270)
In 1270 was het weer Lodewijk IX de heilige die het voortouw nam in een nieuwe kruistocht. Onderweg naar het "Heilige Land" werd hij echter gevraagd om zijn broer te helpen met zijn strijd tegen Tunis. Uiteindelijk gaf hij hieraan gehoor, wat zijn dood zou betekenen want als het leger bij Tunis zijn tenten heeft opgeslagen breekt de pest uit waarbij Lodewijk sterft samen met zijn een groot deel van zijn leger. Zijn dood heeft het einde betekend van de grote kruistochten.
Negende kruistocht (1271–1272)
Eduard I van Engeland was al op weg om zich bij het leger van Lodewijk IX te voegen. Samen wilden zij optrekken voor de Negende Kruistocht naar het "Heilige Land". Na de dood van Lodewijk IX trok Eduard I zelf op naar het "Heilige Land", om te strijden tegen sultan Baibars.
Na 1270 waren het alleen nog kleine legertroepen die zo nu en dan een stad veroverden op de Turken. Maar die aanvallen hadden weinig succes en de Turken rukten steeds verder op. Zo ver zelfs dat in 1453 de stad Constantinopel valt.