Carnaval en de vastentijd
In een carnavalsverenigingsblad las ik eens: “Van oudsher is het carnaval een feest waarin de verschillen tussen mensen wegvallen en de problemen van het dagelijks leven gerelativeerd worden. …. Wanneer een vergadering stroef verloopt is met een grap de sfeer vaak prettiger te maken”.
Ik vind het altijd knap als mensen dat kunnen: in een gespannen situatie een ontspannende opmerking maken. Dat is één de functies van Carnaval: even alles relativeren, even afstand nemen van de dingen die ons zo in beslag kunnen nemen. Even de betrekkelijkheid van alles inzien. We leven vaak zo ernstig en zwaarmoedig alsof wij in ons eentje de wereld moeten redden. Natuurlijk, wij moeten ons deel doen, maar uiteindelijk hebben wij het leven toch niet in de hand.
Iemand vroeg paus Johannes XXIII eens: “Vindt u het niet zwaar om de last van de hele wereldkerk op uw schouders te moeten dragen?” Hij antwoordde: “Die last hoef ik niet te dragen; die last draagt Christus voor ons”.
Carnaval is een feest dat alles te maken heeft met de tijd erna: de veertigdaagse vastentijd die begint met
aswoensdag. Ook dat is een tijd van relativeren: beseffen dat we maar kleine sterfelijke mensen zijn die ons niet al te veel moeten verbeelden. Daarom halen we op aswoensdag een askruisje: ook dan vallen alle verschillen weg: koning, prins Carnaval, directeur, schoonmaker of vrijwilliger: “We gaan allemaal eens met de neus omhoog”.
Bovendien proberen we in de vastentijd meer afstand te nemen van alles waar we zo aan gehecht zijn: rijkdom, televisie, consumptie, … vul zelf maar in. In de vastentijd relativeren we die dingen een beetje om te beseffen dat het echte levensgeluk daar niet van afhangt. Relativeren: dat is: in relatie brengen; relaties en verbanden zien. In de vastentijd willen we met name de verbanden zien tussen onze levensstijl en de armoede en honger in de wereld.
Pastor Winfried Kuipers