Tweede Vaticaans Concilie
Het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie (of: Vaticanum II) werd van 1962 tot 1965 gehouden, en is bekend geworden als de kerkvergadering van het 'aggiornamento': het ‘bij de tijd brengen’ (moderniseren) van de Kerk. Vaticanum II heeft een grote invloed op het kerkelijk en gelovig leven gekregen.
Bekijk een tien minuten durende documentaire over
paus Johannes XXIII en het concilie (RAI UNO, in het Italiaans)
Het concilie kwam onverwacht. Hoewel zijn twee directe voorgangers ook dachten aan een algemeen concilie (Pius XI wilde het Eerste Vaticaans Concilie afronden; en Pius XII wilde onder invloed van de jaren na de oorlog de Kerk bijeenbrengen), kwam het er bij paus Johannes XXIII er pas van. Op 11 oktober 1962 opende Paus Johannes XXIII (1958-1963) het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie.
'Aggiornamento'
Tijdens de openingsplechtigheid waren ruim 2.500 RK bisschoppen uit alle werelddelen aanwezig. Paus Johannes XXIII vroeg de vergaderde bisschoppen om ‘aggiornamento’, Latijn voor ‘bij de tijd brengen’. De term was afkomstig van Pius XII.
Modernisering van de Kerk was volgens paus Johannes XXIII onontkoombaar om de geloofsschat van de kerk ongeschonden te houden en om een dialoog daarover mogelijk te maken met andere denominaties en ook andere geloven. Om deze reden waren vertegenwoordigers van andere religies als waarnemers uitgenodigd: onder hen protestanten, theologen en orthodoxen. Er waren 20 waarnemers van de reformatorische, de Angelicaanse en de Russisch-Orthodoxe kerk aanwezig. De ramen van de Kerk zouden worden open gezet voor een frisse lucht van buiten.
Ontwikkelingen sinds Vaticanum I
Sinds het Eerste Vaticaans Concilie (Vaticanum I; 1869-1870) was de wereld ingrijpend veranderd. In het Westen had de democratie in twee wereldoorlogen overwonnen. In hoog tempo verdwenen de Europese koloniale wereldrijken. De sterk toenemende rol van massamedia, de Koude Oorlog en de schrijnende armoede in grote delen van de wereld baarden veel katholieken grote zorgen.
Nieuwe Theologie
De uitkomsten van het Tweede Vaticaans Concilie zijn sterk beïnvloed door de zogeheten Nieuwe Theologie. Veel vertegenwoordigers van deze theologische beweging waren tijdens het concilie aanwezig als adviseurs van verscheidene bisschoppenconferenties, voornamelijk van de West-Europese. De 'nieuwe theologen' maakten zich sterk voor herbronning. Zij vonden dat de Kerk in haar liturgie, catechese en diaconie zich meer moest baseren op (de interpretatie van deze theologen van) de bijbel, op de leer van de apostelen en hun eerste opvolgers en op de geschriften van de kerkvaders, volgens de interpretatie van de Nieuwe Theologen uiteraard. Zo zou de Kerk dichter bij haar oorsprong komen, waardoor de geloofwaardigheid van haar getuigenis zou moeten groeien.
Verregaande besluiten
Op 8 december 1965 werd het concilie afgesloten door Paus Paulus VI (1963-1978), opvolger van de in 1963 overleden Johannes XXIII. De concilievaders hadden verregaande besluiten genomen.
Er zijn drie dogmatische constituties en één pastorale constitutie vastgesteld, die voor de hele kerk gelden:
-
ten aanzien van liturgievernieuwing (Sacrosanctum Concilium):
-
priesters aan het altaar met het gezicht naar de gelovigen (in plaats van de rug)
-
saneren van de heiligenkalender
-
erediensten in de eigen (volks)taal
-
wijzigingen in het kerkelijk jaar
-
ten aanzien van (het bestuur van) de kerk (Lumen Gentium):
-
ten aanzien van de bronnen van het geloof (Dei Verbum):
-
ten aanzien de kerk in de wereld (Gaudium et Spes):
-
de zending van de kerk is het heiligen van mensen en de wereld, in het bijzonder heiligen van het gezin, de dialoog tussen volkeren en het huwelijk (dat niet alleen gericht is op voortplanting, maar in gelijke mate onderlinge liefde)
De positie van de plaatselijke bisschoppen en ook die van de leken in de Kerk werd versterkt. De deelnemers verklaarden zich voorstander van democratie en van gewetens- en godsdienstvrijheid inrespect en openheid naar andere godsdiensten. Men sprak zich uit tegen kernwapens.
Na het Concilie
In de veertig jaren na het Concilie zijn de vernieuwingsdecreten verschillend uitgelegd. Soms werden zij als een oproep tot radicale breuk en revolutie verstaan, en door anderen dan weer geheel afgewezen. Paus Benedictus XVI was een progressieve theoloog tijdens het concilie, maar heeft bij de uitwerking ervan hevige kritiek geuit op de uitwerking van de liturgische vernieuwing.
Voor veel katholieken kwam de encycliek Humanae Vitae van paus Paulus als een tegenslag: de luiken van de kerk leken zich weer te sluiten.
De Kerk werkt nog altijd aan de uitwerking en toepassing van de conciliebesluiten. Het Concilie publiceerde zestien documenten: vier constituties, negen decreten en drie verklaringen. De constituties vormen de kerndocumenten. Zij behandelen de principiële onderwerpen. De decreten zijn opgezet als richtlijnen voor de pastorale praktijk. De drie verklaringen gaan in op eigentijdse vraagstukken. Alle teksten zijn online te lezen in
een database van Katholiek Nederland.
Documenten
-
-
-
Lumen Gentium: Dogmatische Constitutie over de Kerk (21 november 1964)
-
-
-
Perfectae caritatis: Decreet over de aangepaste vernieuwing van het religieus leven (28 oktober 1965)
-
Nostra aetate: Verklaring over de verhouding van de Kerk tot de niet-christelijke religies (28 oktober 1965)
-
-
Christus Dominus: Decreet over het herderlijke ambt van de bisschoppen (28 oktober 1965)
-
-
-
Dei Verbum: Constitutie over de goddelijke openbaring (18 november 1965)
-
-
-
-
Gaudium et spes: Pastorale constitutie over de Kerk in de wereld (7 december 1965)