Pasen
Op paasmorgen lezen wij het paasverhaal.
Daarin staat niet dood, maar verrijzenis centraal.
Al gaat het ons menselijk begrip te boven.
Wij kunnen en mogen de opgeschreven woorden van evangelisten geloven.
Jezus’ dode lichaam dat gelegd was in een nieuw gehouwen graf.
Het was verdwenen alleen nog windsels wat er lag.
In de hoek zat een jongeling in een wit gewaad.
Aan wie de Maria’s vroegen om raad.
Hij is niet meer hier, zo werd deze vrouwen gewezen.
Jezus die jullie zoeken is uit de doden verrezen.
Zo stelde men in die dagen vele vragen.
Niemand kon zo het juiste verhaal vertalen.
Niet te geloven dat Jezus was verrezen uit de dood.
Totdat zich bij hun wandeling een vreemdeling aansloot .
Deze de vraag aan hun stelde, hebben jullie het dan niet gehoord?
Wie er in Jeruzalem op Golgotha is vermoord?
Ja dat was hun bekend, zij waren juist Hem gaan zoeken.
Maar vertelden dat zij alleen hadden gevonden een leeg graf en doeken.
Toen gingen hun ineens de ogen open.
Het was de verrezen Heer die als vreemdeling naast hun had gelopen.
Zo herkenbaar in het breken van het brood.
Tastbaar en zichtbaar, verrezen uit de dood.
Frans Maseland, 12 april 2007