De zachte republiek - Dorothee Söllee
Hoe ik mij dat zachte land dan voorstel
waar niemand meer leert doden
vraagt men mij vaak
dan zie ik de wijnbergen boven de moezel
de vele terrassen moeizaam opgestapeld
ik zie de druivenpers en de vele mensen
die nodig waren om wijn te maken
De grond verschalken dat is mooi
niet erger dan als ik mijn kat te slim af ben
de harde onbloedige strijd met de stenen
het beschermen van andere levende wezens
tegen al te ongunstig weer
Ik wil zijn in wat ik doe
zoals de pottenbakster is in haar schaal
en de leraar in het halve verhaal
dat hij moet doorvertellen
Ik wil iets bouwen dat helpt leven
geen traangas wil ik uitvinden
en geen school bouwen zonder schuilhoeken
bij het werk wil ik luisteren
naar wat de anderen nodig hebben
Dan zou ik
dat is de onmogelijkste wens
ook nog willen dat zon en wind
en de zee en haar aangrenzende landen
niet los van mij staan en ver van mij af
maar dat zij mij storen mij weerstaan
en dat ze mij roepen voor mij zwichten
De breister praat met haar kluwen
die roept en rolt en raakt op
wordt nieuw onder haar handen
zo wil ik scheppen zonder te plunderen
Bron: De moeder van Eva, gedichten, Ten Have, Baarn, 1985