Een Kind geboren in Bethlehem
Een Kind geboren in Bethlehem, Verblidet alle Jeruzalem. Amor, amor ! Quam dulcis est amor ! Die zoon die nam die mensheid aan, die bi den vader komen kan. Toen Gabriël die engel kwam, die jonckvrouw toen den zoon gewan. Een bruidegom uit zijne kameren, gekomen zonder jammeren. Zi leiden in een kribbekijn, des eeuwigen vaders zonekijn. Die os en ezel hebben 't geweten, dat dat Kind is Jezus geheten. Drie koningen kwamen uit Oostenlande, en brachten met hen hun offerande. Zi gingen daar te samen in, en groeten dat nieuw kindekijn. Die engelen zongen toendertijd, die herderkens waren mee verblijd. Die engelen in der eerde mede, en die gelovigen kregen de vrede. Al met die engelen willen wi zingen, en laten onze herten in vroeden springen.
|