Home Opinie & Nieuws Geloven Inspiratie Lifestyle Praktisch Contact
God, Jezus, H. Geest
Jezus Christus
Maria
Heiligen
Engelen
Bijbelse personen
Video Pick of the day


WA Mozart - Mass in C minor, K. 427 (kyrie)
Citaat Wie teveel woorden gebruikt in het gebed, bidt niet, maar streelt zichzelf met ijdel gepraat.
Johannes Chrystostomus
Advertentie
 
  

 
Gebedsintenties
 
Lieve zusters, hierbij wou ik graag een gebed en een kaars o...
Lieve zusters, hierbij wou ik graag een gebed en een kaars o...
Lieve Heere God, Een intens gebed om mijn vriend H te helpe...
Beste Zusters: een kaarsje en een gebed aub om mijn voor 29 ...
Graag een gebed voor een lief klein meisje, dat haar haargro...
Heilige van de dag
Het Rijke Roomsche Leven Weerspreuken in december


Kerk en internet

Pauselijke raad voor sociale communicatie, 22 februari 2002
 
De belangstelling van de Kerk voor internet is een specifieke uiting van haar sinds lang bestaande interesse voor de sociale communicatiemedia. Zij beschouwt ze als voortvloeisel van het historische proces waarbij de mensheid "steeds verder gaat in het ontdekken van de hulpbronnen en de waarden die in heel de schepping liggen besloten",   en de Kerk heeft vaak haar overtuiging uitgesproken dat zij, in de woorden van het Tweede Vaticaans Concilie, "wonderlijke technische vindingen"  2  zijn die reeds veel bijdragen aan de vervulling van de menselijke behoeften en dat nog meer zullen doen. Aldus heeft de Kerk fundamenteel een positieve houding aangenomen tegenover de media. Ook al wordt ernstig misbruik veroordeeld, in documenten van deze Pauselijke Raad voor de Media wordt geprobeerd duidelijk te maken dat "een louter censurerende houding van de zijde van de Kerk noch voldoende noch adequaat zou zijn". 
In een citaat van Paus Pius XII uit de Encycliek Miranda prorsus van 1957 in de in 1971 gepubliceerde pastorale Instructie over communicatiemedia Communio et Progressio, wordt dat punt onderstreept: "De Kerk beschouwt ze (deze media) als ‘gaven van God’, aangezien ze de mensen volgens het plan van de goddelijke Voorzienigheid tot broederlijke betrekkingen moeten brengen die een bijdrage zullen leveren aan zijn heilsplan."  Dit is en blijft onze visie op en opvatting over internet. 
 
In de ogen van de Kerk lijkt de geschiedenis van de menselijke communicatie op een lange reis van de mensheid "van het uit hoogmoed geboren project van Babel en de ineenstorting, verwarring en wederzijds onbegrip die daaruit voortkwamen, tot Pinksteren en de gave van de tongen: een herstel van de communicatie, door het werk van de heilige Geest, een communicatie waarvan Jezus het centrum vormt".  In het leven, de dood en de opstanding van Christus "ligt de diepste grond en het prototype van de vereniging van de mensen in de God die zichzelf tot onze menselijke broeder heeft gemaakt". 
De moderne media zijn culturele factoren die in deze geschiedenis een rol spelen. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie opmerkt, "al moet de aardse vooruitgang dus zorgvuldig worden onderscheiden van de groei van het rijk van Christus, toch is hij in het rijk van God ten zeerste betrokken, in zoverre hij kan bijdragen tot een betere ordening van de mensengemeenschap". De massamedia zullen in dit licht "belangrijk bijdragen tot de ontspanning en de ontwikkeling van de geest en tot de verbreiding en de bevestiging van het rijk van God".
Tegenwoordig is dit speciaal van toepassing op internet, dat revolutionaire veranderingen helpt teweegbrengen in de handel, het onderwijs, de politiek, de pers en de verhouding tussen volkeren en tussen culturen. Veranderingen niet alleen in de wijze waarop mensen communiceren maar waarop zij hun leven zien. In een begeleidend document, Ethiek in internet, bespreken we deze zaken in hun ethische dimensie. Daar buigen we ons over de implicaties van internet voor de godsdienst en met name voor de katholieke Kerk. 
 
De Kerk heeft een tweevoudig doel als het gaat om de media. Aan de ene kant de bevordering van hun juiste ontwikkeling en gebruik ten gunste van de menselijke ontplooiing, gerechtigheid en vrede. Samenlevingsopbouw op lokaal, nationaal en regionaal niveau in het algemeen belang en een geest van solidariteit. Gezien het grote belang van sociale communicatie zoekt de Kerk "een eerlijke en respectvolle dialoog met hen die verantwoordelijk zijn voor de communicatiemedia" – een dialoog die met name op mediabeleidvorming betrekking heeft.  "Van de zijde van de Kerk omvat deze dialoog pogingen om de media te begrijpen – hun doelstellingen, procedures, vormen en genres, interne structuren en modaliteiten – en om steun en bemoediging aan te bieden aan hen die bij het werk van de media betrokken zijn. Op basis van deze betrokkenheid en steun wordt het mogelijk zinvolle voorstellen te doen voor het opruimen van obstakels voor menselijke vooruitgang en de verkondiging van het evangelie." 
Maar de zorg van de Kerk betreft ook communicatie die in en door haarzelf gevoerd wordt. Deze is meer dan een technische aangelegenheid. Immers zij "gaat uit van de liefdesgemeenschap van de goddelijke Personen en hun communicatie met ons". Zij beseft dat de Trinitaire communicatie "zich op de mensheid richt: de Zoon is het Woord, van eeuwigheid ‘gesproken’ door de Vader; en in en door Jezus Christus, Zoon en vleesgeworden Woord, deelt God zichzelf en zijn redding mee aan mannen en vrouwen". 
 
God blijft communiceren met de mens via de Kerk, de drager en bewaker van zijn openbaring. Uitsluitend aan haar levende leerambt heeft Hij de taak toevertrouwd zijn woord authentiek uit te leggen. Bovendien is de Kerk zelf een communio, een gemeenschap van personen en eucharistische gemeenschappen die voortkomen uit en de afspiegeling vormen van de gemeenschap der Drie-eenheid. Communicatie is dan ook het wezen van de Kerk. Vooral om die reden "hoort de Kerk bij de beoefening van communicatie een voorbeeld te zijn en de hoogste waarheids- en betrouwbaarheidsnormen, alertheid voor de mensenrechten, en andere relevante uitgangspunten te hanteren". 
 
4
Drie decennia geleden wees Communio et Progressio erop dat "de jongste technieken nieuwe wegen voor de mens openen om de evangelische boodschap te ontmoeten".  Paus Paulus VI zei dat de Kerk "zich schuldig zou voelen tegenover de Heer" als zij de media niet zou benutten voor evangelisatie.  Paus Johannes Paulus II heeft de media "de eerste areopagus van de moderne tijd" genoemd. Hij verklaarde: "Het is niet voldoende om ze (de media) te gebruiken voor de verspreiding van de christelijke boodschap en de leer van de Kerk. Het is nodig de boodschap zelf te integreren in deze ‘nieuwe cultuur’ die geschapen wordt door de moderne communicatie."  Dat is tegenwoordig des te belangrijker, omdat de media sterk beïnvloeden wat mensen over het leven denken, maar zeker ook omdat "menselijke ervaring zelf een ervaring van media"  is.
Dit alles is van toepassing op het internet en ook al lijkt de mediawereld "ver van de christelijke boodschap af te staan, zij biedt aan de andere kant ook unieke mogelijkheden om de verlossende waarheid van Christus aan heel de menselijke familie te verkondigen. Denk bijvoorbeeld aan ... de positieve mogelijkheden van het internet om religieuze informatie en godsdienstonderricht over alle grenzen heen te verspreiden. Zo’n uitgebreid gehoor zou de stoutste dromen van hen die het evangelie vóór ons predikten, overtroffen hebben ... Katholieken moeten niet bang zijn om de deuren van de sociale communicatiemiddelen open te zetten voor Christus, zodat zijn Blijde Boodschap vanaf de daken van de wereld te horen zal zijn."
 
Kansen en bedreigingen
 
5 "Communicatie in en door de Kerk is in wezen communicatie van de Blijde Boodschap van Jezus Christus. Het is de verkondiging van het evangelie als een profetisch, bevrijdend woord tot de mannen en vrouwen van onze tijd; het is getuigenis, tegenover radicale secularisering, over de goddelijke waarheid en de transcendente bestemming van de menselijke persoon, het is getuigenis, gegeven in solidariteit met allen die geloven, tegen strijd en verdeeldheid, over rechtvaardigheid en gemeenschap tussen volken, naties en culturen."  Omdat de verkondiging van de Blijde Boodschap aan mensen gevormd door een mediacultuur rekening moet houden met speciale eigenschappen van de media zelf, dient de Kerk nu kennis van internet te krijgen. Dit is nodig voor effectieve communicatie, speciaal met de jeugd, die reeds vertrouwd is met deze nieuwe technologie, en ook voor een juist gebruik hiervan.

De media bieden belangrijk nut en voordeel vanuit religieus oogpunt: "Zij geven nieuws en informatie over godsdienstige gebeurtenissen, ideeën en persoonlijkheden en zijn een voertuig voor evangelisatie en catechese. Dag in dag uit leveren zij inspiratie, bemoediging en gelegenheid tot deelname aan de eredienst voor mensen die aan hun huis of tehuis gekluisterd zijn."  Maar bovenal zijn er ook voordelen die min of meer specifiek zijn voor internet. Het biedt mensen directe toegang tot belangrijke godsdienstige en spirituele bronnen. Grote bibliotheken, musea, de documenten van het Leergezag, de geschriften van de kerkvaders en kerkleraren en eeuwenoude religieuze wijsheid. Het heeft een opmerkelijk vermogen afstand en isolement te overbruggen door mensen in contact te brengen met gelijkgezinden van goede wil in virtuele geloofsgemeenschappen tot wederzijdse steun en bemoediging. De Kerk kan een belangrijke dienst verlenen aan zowel katholieken als niet-katholieken, door nuttige gegevens te selecteren en door te sturen via dit medium.
 
Internet is belangrijk voor vele activiteiten en programma’s van de Kerk. Zowel voor nieuwe als herevangelisatie en het traditionele missiewerk ad gentes, catechese en andere vormen van onderricht, nieuws en informatie, apologetiek, bestuur en bepaalde vormen van pastorale counseling en geestelijke leiding. Hoewel de virtuele werkelijkheid van de cyberspace het reële intermenselijke contact, de incarnatorische realiteit van de sacramenten en de liturgie, of de directe verkondiging van het evangelie niet kan vervangen, kan zij wel aanvullen en mensen brengen tot een dieper en rijker geloofsleven en geestelijk leven van de gebruikers. Het biedt de Kerk ook een weg tot communicatie met bepaalde groepen, die anders moeilijk te bereiken zouden zijn, zoals jeugd en jong volwassenen, ouderen en gedwongen thuisblijvers, mensen in afgelegen streken en leden van andere religieuze organisaties.
 
Om deze en andere redenen maakt nu een groeiend aantal parochies, bisdommen, kloosterordes en kerkelijke instellingen, voorzieningen en allerlei organisaties effectief gebruik van internet. Her en der bestaan er kerkelijk gesteunde creatieve projecten op nationaal en regionaal niveau. De Heilige Stoel is al verscheidene jaren actief op dit terrein en blijft haar aanwezigheid op internet uitbreiden en ontwikkelen. Kerkelijke groeperingen die er nog niet toe gekomen waren op internet te gaan worden aangespoord te overwegen dat binnenkort te doen. We bevelen sterk de uitwisseling aan van ideeën en informatie over internet tussen ervarenen op dit terrein en nieuwkomers.
 
6
De Kerk moet internet ook zien en gebruiken als intern communicatiemiddel. Daarbij moet zij zijn speciale karakter goed in het oog houden als een direct, interactief en betrokken medium.
Het tweerichtingsverkeer van internet vervaagt reeds het oude onderscheid tussen de zender en de ontvanger van de boodschap,  en creëert een situatie waarin, minstens potentieel, ieder beide kan zijn. Dit is niet het eenrichtingsverkeer van boven naar beneden uit het verleden. Omdat steeds meer mensen vertrouwd raken met deze eigenschap van internet op andere gebieden van hun leven, zullen zij dit ook zoeken als het gaat om godsdienst en de Kerk. De technologie is nieuw, maar het idee niet. Het Tweede Vaticaans Concilie stelde dat leden van de Kerk aan pastores "hun noden en verlangens met de vrijmoedigheid en het vertrouwen die kinderen van God en broeders in Christus betamen" duidelijk zouden moeten maken. In feite, vanuit hun kennis, competentie of positie, zijn de gelovigen niet alleen in staat maar soms ook verplicht "hun mening uit te spreken in aangelegenheden die het welzijn van de Kerk aanbelangen".  4  Communio et Progressio merkte op dat de Kerk als een "levend lichaam de openbare mening nodig heeft om de dialoog tussen haar leden te ondersteunen".  Hoewel geloofswaarheden "op generlei wijze voor enige vrije uitleg kunnen worden vrijgegeven", sprak de pastorale Instructie van "een vrijwel onbegrensd terrein" dat "openligt voor de binnenkerkelijke dialoog".
 
Dergelijke ideeën komen ook tot uiting in het Wetboek van Canoniek Recht,  evenals in meer recente
documenten van de Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen. Aetatis novae noemt tweezijdige communicatie via de publieke opinie "een van de manieren om op concrete wijze het karakter van de Kerk als communio te realiseren".  Ethiek in de communicatie zegt: "Tweerichtingsverkeer van informatie en visies tussen pastores en gelovigen, vrijheid van meningsuiting die openstaat voor het welzijn van de gemeenschap en de rol van het Leergezag die dat beschermt, en een verantwoordelijke pu-blieke opinie zijn allemaal belangrijke uitingen van ‘het fundamentele recht op dialoog en informatie binnen de Kerk’."  Internet biedt een effectief technologisch middel om deze visie te realiseren.
 
Hier hebben we dan een instrument dat creatief kan worden ingezet voor verschillende aspecten van bestuur. Naast het openen van kanalen voor publieke meningsuiting, denken wij bijvoorbeeld aan het raadplegen van deskundigen en het voorbereiden van vergaderingen en samenwerking binnen en tussen de afzonderlijke kerken en religieuze instellingen op lokaal, nationaal en internationaal niveau.
 
Onderwijs en opleiding vormen een ander mogelijk interessegebied. "Tegenwoordig heeft iedereen een vorm van mediabijscholing nodig, hetzij door zelfstudie of via deelname aan een georganiseerd programma, of beide. Dit moeten dan niet alleen technische instructie zijn maar ook helpen om normen te ontwikkelen voor goede smaak en moreel oordeel, een zaak van gewetensvorming. Via haar scholen en opleidingsprogramma’s zou de Kerk dit type mediaonderwijs moeten aanbieden." 
Onderwijs en opleiding via internet zouden een onderdeel van de totaalprogramma’s van mediaonderwijs moeten vormen, open voor alle leden van de Kerk. Pastoraal zouden er zoveel mogelijk sociale communicatiecursussen moeten worden opgezet voor seminaristen, priesters, kloosterlingen en leken in de Kerk, maar ook leerkrachten, ouders en studenten.
 
Jongeren moeten speciaal onderwezen worden "niet alleen om goede christenen te worden, maar ook om actief alle communicatiemogelijkheden van de media te gaan gebruiken ... Op die wijze zullen de jongeren ten volle burgers van het tijdperk der sociale communicatie worden, waarvan wij thans het begin beleven,"  een tijd waarin media worden beschouwd als "deel van een zich nog steeds ontvouwende cultuur waarvan de volledige implicaties nog onvolledig worden begrepen".  Instructie over internet en de nieuwe technologie betekent zo veel meer dan alleen maar technische aanwijzingen; jongeren moeten leren hoe ze juist kunnen functioneren in de wereld van de cyberspace, door met goede morele criteria te leren beoordelen wat zij er aantreffen en de nieuwe technologie te gebruiken voor hun integrale ontwikkeling en ten gunste van anderen.
 
8
 
Internet stelt de Kerk ook voor bepaalde problemen, vooral van algemene aard, zoals besproken in Ethiek op internet, het document dat het onderhavige vergezelt. Bij het benadrukken van het positieve van internet is het belangrijk helder te zijn over wat er niet positief aan is.
Diep van binnen "kan de wereld van de media soms onverschillig of zelfs vijandig lijken te staan tegenover christelijk geloof en moraal. Dat komt ten dele omdat de mediacultuur zo diep doortrokken is van de typisch postmoderne gedachte dat de enige absolute waarheid is dat er geen absolute waarheden bestaan, of, als die er al waren, dat zij voor de menselijke rede onbereikbaar zouden zijn en daarmee irrelevant." 
 
Een van de specifieke problemen die internet meebrengt is de aanwezigheid van haatsites gewijd aan laster en agressie tegen religieuze en etnische groeperingen. Sommige daarvan richten zich tegen de katholieke Kerk. Net als pornografie en geweld in de media weerspiegelen haatsites op internet "de donkere kant van een menselijke natuur die door de zonde is bezoedeld".  En omdat respect voor vrije meningsuiting kan vereisen dat zelfs uitingen van haat tot op zekere hoogte worden geduld, zou zelfregulatie, en waar nodig overheidsingrijpen, redelijke grenzen moeten stellen en handhaven voor wat kan worden gezegd.
De verspreiding van websites die zichzelf katholiek noemen scheppen een ander soort probleem. Zoals gezegd, kerkelijke groeperingen zouden creatief op internet aanwezig moeten zijn, evenals goed gemotiveerde en geïnformeerde individuen en informele groepen op eigen initiatief ook welkom zijn. Maar het is minstens verwarrend om geen onderscheid te maken tussen de authentieke standpunten van de Kerk en excentrieke interpretaties van de leer, eigenaardige devotiepraktijken en ideologische pleidooien die het label ‘katholiek’ voeren. Wij stellen hieronder een benadering van dit probleem voor.
 
9
 
Bepaalde andere thema’s vragen nog om veel nadere overdenking. Daartoe dringen wij aan op verder onderzoek en studie, inclusief "de ontwikkeling van een antropologie en een theologie van de communicatie,"   nu speciaal met het oog op internet. Naast studie en onderzoek moet en kan natuurlijk de pastorale planning voor positief gebruik van internet doorgaan.  Een terrein van onderzoek betreft de suggestie dat het brede aanbod van consumptiegoederen en diensten op internet een gevoel van overdaad en een ‘consumentenhouding’ tegenover geloofszaken teweegbrengt. Feiten suggereren dat bepaalde bezoekers van religieuze websites aan het ‘shoppen’ zijn en zich naar eigen smaak elementen van vertrouwde religieuze pakketten uitzoeken. De "neiging van heel wat katholieken selectief te zijn in hun getrouwheid" aan de leer van de Kerk is een erkend probleem in ander verband.  Er is meer informatie nodig over de vraag of en in hoeverre het probleem wordt verergerd door internet.
 
Op dezelfde manier als hiervoor werd opgemerkt brengt de virtuele werkelijkheid van cyberspace enkele zorgelijke implicaties mee, zowel voor religie als voor andere levensterreinen. Virtual reality is geen vervanging van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie, de sacramentele werkelijkheid van de andere sacramenten en het deelnemen aan een gezamenlijke eredienst in een menselijke gemeenschap van vlees en bloed. Er zijn geen sacramenten op internet. En zelfs de mogelijke religieuze ervaringen daar, door de genade van God, zijn onvolkomen zonder het contact in de echte wereld met andere gelovigen. Hier hebben we nog een aspect van internet dat om bestudering en reflectie vraagt.
 
Tegelijkertijd moet men bij de pastorale plannen bezien hoe mensen van de cyberspace tot echte gemeenschap kunnen worden gebracht en hoe internet door onderricht en catechese dan gebruikt kan worden om hen te steunen en verrijken in hun christelijke betrokkenheid.
 
Aanbevelingen en conclusies
 
Godsdienstige mensen, als betrokken leden van het grote internetpubliek die ook bepaalde legitieme eigen belangen hebben, willen deelhebben aan het proces dat de toekomstige ontwikkeling van dit nieuwe medium bepaalt. Vanzelfsprekend zal dit soms van hen vragen dat ze hun eigen denken en doen aanpassen.
Het is ook belangrijk dat mensen op alle niveaus van de Kerk internet creatief gebruiken om hun verantwoordelijkheden waar te maken en de opdracht van de Kerk te helpen vervullen. Men kan niet passief blijven uit angst voor de techniek of om een andere reden, gezien de zeer talrijke positieve mogelijkheden van internet. "Door methoden die onderlinge communicatie en dialoog tussen haar eigen leden mogelijk maken kan de Kerk hun banden van eenheid versterken. Directe toegang tot informatie maakt het haar mogelijk de dialoog met de hedendaagse wereld te verdiepen ... De Kerk kan de wereld directer informeren over haar geloofsovertuigingen en de redenen verklaren voor haar houding tegenover elke zich voordoende kwestie of gebeurtenis. Zij kan duidelijker de stem van de publieke opinie vernemen en blijvend in gesprek treden met de haar omringende wereld, waardoor zij directer mee zoekt naar oplossingen voor de knellende problemen van de mensheid." 
 
11
 
Ter afsluiting van deze overwegingen spreken wij dan ook woorden van bemoediging tot verschillende groepen in het bijzonder. Kerkelijke leiders, pastores en pastoraal werkenden, leerkrachten, ouders en met name jongeren.
Tot kerkelijke leiders: Mensen in leidinggevende posities binnen alle sectoren van de Kerk moeten kennis van de media krijgen, en die toepassen bij het opzetten van pastorale plannen voor de sociale communicatie via concreet beleid en programma’s op dit gebied en adequaat gebruik van de media. Waar nodig zouden ze zelf mediacursussen moeten volgen. Eigenlijk "zou de Kerk er zeer mee gediend zijn als er meer ambtsdragers en anderen die in haar naam optreden communicatietraining zouden krijgen".
 
Dit geldt zowel voor internet als voor de andere media. Kerkelijke leiders zijn verplicht "het volledige potentieel van het ‘computertijdperk’ te gebruiken om de menselijke en bovennatuurlijke roeping te dienen van eenieder en zo de Vader eer te brengen van wie alle goeds afkomstig is". Zij zouden deze opmerkelijke technologie moeten aanwenden bij vele verschillende aspecten van de opdracht van de Kerk en nieuwe mogelijkheden verkennen voor oecumenische en interreligieuze samenwerking. Een speciaal aspect van internet, zoals we hebben gezien, betreft de soms verwarrende verspreiding van onofficiële websites met het predikaat ‘katholiek’. Een systeem van vrijwillige certificering, op lokaal en nationaal niveau, onder supervisie van vertegenwoordigers van het Leergezag zou kunnen helpen als het gaat om materiaal van specifieke leerstellige of catechetische aard. Het idee is niet censuur op te leggen maar internetgebruikers een betrouwbare gids te bieden voor wat het authentieke standpunt van de Kerk leert.
 
Tot pastores en pastoraal werkenden: Priesters, diakens, religieuzen en leken in het pastoraat zouden een mediaopleiding moeten krijgen. Dit om hun inzicht te vergroten in de invloed van sociale communicatie op individu en maatschappij en hen aan een communicatievorm te helpen die mensen in een mediacultuur aanspreekt op hun ontvankelijkheid en interessen. Tegenwoordig betekent dat duidelijk ook internettraining, mede voor gebruik in hun werk. Zij kunnen ook baat hebben bij websites met de nieuwste theologische stand van zaken en pastorale aanbevelingen.
 
Wat betreft kerkelijk personeel dat direct bij de media betrokken is spreekt het welhaast vanzelf dat zij professionele training nodig hebben. Maar ook catechetische en geestelijke vorming, omdat "om van Christus te getuigen men Hem ook zelf moet ontmoeten en een persoonlijke relatie met Hem opbouwen door het gebed, de eucharistie en sacramentele verzoening, door het lezen en overdenken van Gods woord, de bestudering van de christelijke leer en dienstbetoon aan anderen". 
 
Tot leerkrachten en catechisten: De pastorale Instructie Communio et Progressio sprak van de "urgente taak" van katholieke scholen om de deelnemers aan sociale communicatie te onderrichten in belangrijke christelijke uitgangspunten. Dezelfde boodschap is vele keren herhaald. In het tijdperk van internet, met zijn enorme reikwijdte en invloed is de behoefte hieraan dringender dan ooit.
 
Katholieke universiteiten, opleidingen, scholen en onderwijscentra op alle niveaus zouden cursussen voor verschillende groepen moeten aanbieden: "Seminaristen, priesters, religieuzen, lekenleiders ... leraren, ouders en studenten."  Maar ook opleidingen op hoger niveau in communicatietechnologie, management, ethiek en beleidsvraagstukken voor personen ter voorbereiding op professioneel mediawerk of beleidsbepaling, inclusief degenen die voor de Kerk op gebied van sociale communicatie werkzaam zijn. Verder brengen we voornoemde problemen en vraagstukken onder de aandacht van academici en onderzoekers op de betreffende terreinen binnen katholieke instellingen voor hoger onderwijs. Tot ouders: Zowel omwille van de kinderen als henzelf moeten ouders "leren en in praktijk brengen hoe zij kritische kijkers, luisteraars en lezers kunnen worden en het voorbeeld geven van verstandig gebruik van de media thuis".  7  Als het om internet gaat is de jeugd daar veel vertrouwder mee dan hun ouders, maar ouders behouden toch de serieuze taak hun kinderen bij dit gebruik te begeleiden en erop toe te zien.  8  Als dat betekent dat zij meer over internet te weten komen dan tot nu toe, is dat alleen maar goed.
 
Ouderlijk toezicht zou ook voor gebruik van filtertechnieken moeten zorgen in door kinderen gebruikte computers, als dat financieel en technisch kan. Zo worden zij zoveel mogelijk beschermd tegen pornografie, seksuele valstrikken en andere bedreigingen. Het zonder toezicht internetten zou niet moeten worden toegestaan. Het is goed als ouders met hun kinderen praten over wat zij gezien en ervaren hebben op internet, evenals met andere gezinnen met dezelfde opvattingen en zorgen. De fundamentele ouderplicht is hier kinderen te helpen kritische en verantwoordelijke internetgebruikers te worden en geen verslaafden die het contact met leeftijdgenoten en de natuur zelf verwaarlozen.
 
Tot de jeugd: Internet geeft toegang tot een schitterende en spannende wereld met een sterk vormende invloed. Maar niet alles daarbinnen is veilig, heilzaam en waarachtig. "De jeugd moet willen leren met de media om te gaan en weerstand te bieden aan de gemakkelijke weg van kritiekloze passiviteit, aan druk van leeftijdgenoten en aan commerciële uitbuiting."  Jongeren zijn het aan zichzelf verplicht, en aan hun ouders, familie, vrienden, pastores, leraren en uiteindelijk aan God, om internet goed te gebruiken.
Internet brengt voor de jeugd op ongewoon jonge leeftijd een immens potentieel binnen bereik. Daarmee kunnen ze goed doen en schade berokkenen, aan zichzelf en aan anderen. Het kan hun leven meer verrijken dan vroegere generaties konden dromen en hen in staat stellen op hun beurt het leven van anderen te verrijken. Het kan hen ook meesleuren in consumptisme, pornografische en geweldsfantasieën en een pathologisch isolement.
 
Zoals vaak gezegd wordt is de jeugd de toekomst, zowel van de maatschappij als van de Kerk. Goed gebruik van internet kan hen helpen zich voor te bereiden op hun verantwoordelijkheden in beide. Dat zal echter niet vanzelf gaan. Internet is niet louter een middel tot vermaak van de gebruiker. Het is een instrument om nuttig werk mee te doen, en jongeren moeten leren het zo te zien en te gebruiken. In cyberspace, minstens zozeer als ergens anders, kunnen zij geroepen worden om stroomopwaarts te roeien, tegen de heersende cultuur in te gaan en zelfs vervolging te verdragen omwille van het goede en de waarheid.
 
12
 
Tot allen die van goede wil zijn: Tenslotte zouden we dan een paar deugden willen aanraden voor ieder die internet goed wil gebruiken vanuit een realistisch besef van wat men daar aantreft.
Voorzichtigheid is nodig om duidelijk te zien wat dit nieuwe medium aan goede en kwade kanten met zich meebrengt en creatief te reageren op zijn mogelijkheden en uitdagingen.
Rechtvaardigheid is geboden, met name om de digitale tweedeling te overbruggen tussen de rijken en de armen als het om informatie gaat in de wereld van vandaag. Dit vraagt om inzet voor het internationale algemeen belang en niets minder dan "globalisering van de solidariteit". 
 
Sterkte en moed zijn noodzakelijk. Dat betekent opkomen voor de waarheid tegenover religieus en moreel relativisme, voor altruïsme en vrijgevigheid tegenover individualistisch consumptisme, voor zedigheid tegenover zinnelijkheid en zonde. En matigheid is nodig, zelfdiscipline tegenover dit opmerkelijke technische middel internet, om het verstandig en alleen voor het goede te gebruiken.
Nadenkend over internet en alle andere communicatiemedia, herinneren wij eraan dat Christus "een volmaakt communicator"  is. Hij is de norm en het voorbeeld voor de kerkelijke benadering van communicatie, evenals de inhoud die de Kerk verplicht is te communiceren. "Mogen katholieken die betrokken zijn bij de wereld van de sociale communicatiemiddelen, de waarheid van Jezus met steeds grotere vreugde en vrijmoedigheid van de daken verkondigen, zodat alle mannen en vrouwen zullen horen van de liefde die de kern is van Gods zelfopenbaring in Jezus Christus, die dezelfde is, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid." 
 
Vaticaanstad, 22 februari 2002,
Feest van Sint Petrus’ Stoel.
John P. Foley, voorzitter
Pierfranco Pastore, secretaris