Home Opinie & Nieuws Geloven Inspiratie Lifestyle Praktisch Contact
God, Jezus, H. Geest
Jezus Christus
Maria
Heiligen
Engelen
Bijbelse personen
Video Pick of the day


Dana (Rosemary Scallon ) - Lady of Knock
Citaat Als het enige gebed dat je in je leven zegt ‘dank je wel’ is... dan is dat genoeg.
Meester Eckhart
Advertentie
 
  

 
Gebedsintenties
 
Lieve zusters, hierbij wou ik graag een gebed en een kaars o...
Lieve zusters, hierbij wou ik graag een gebed en een kaars o...
Lieve Heere God, Een intens gebed om mijn vriend H te helpe...
Beste Zusters: een kaarsje en een gebed aub om mijn voor 29 ...
Graag een gebed voor een lief klein meisje, dat haar haargro...
Heilige van de dag
Het Rijke Roomsche Leven Humanae Vitae, II. Doctrinal principles


Ethiek en internet

Inleiding

Als meer dan louter een technologische revolutie omvat de huidige revolutie op het terrein van de sociale communicatie een fundamentele omvorming van de manieren waarop mensen de wereld om hen heen begrijpen, hun zienswijzen toetsen en daar uiting aan geven.
De constante beschikbaarheid van beelden en ideeën en hun snelle overbrenging zelfs van continent naar continent hebben verstrekkende gevolgen, zowel positief als negatief, voor de psychologische, morele en sociale ontwikkeling van personen, de structuur en het functioneren van samenlevingen, interculturele communicatie, en het waarnemen en overbrengen van waarden, wereldbeelden, ideologieën en godsdienstige overtuigingen.” 
 
De waarheid van deze woorden is duidelijker dan ooit geworden in het laatste decennium. Vandaag is het niet moeilijk ons de aarde voor te stellen als een netwerkglobe die gonst van de elektronische transmissies, een converserende planeet in de wonderbaarlijke stilte van de ruimte. De ethische vraag is of dit bijdraagt aan de authentieke menselijke ontwikkeling, en of het individuen en volkeren helpt trouw te zijn aan hun bovennatuurlijke bestemming.
 
En, natuurlijk, is het antwoord ja op vele manieren. De nieuwe media zijn machtige middelen voor onderwijs en culturele verrijking, voor commerciële activiteiten en politieke betrokkenheid, voor interculturele dialoog en begrip. En, zoals we aangeven in het document dat het onderhavige vergezelt, zij kunnen ook de zaak van de godsdienst dienen. Toch heeft deze munt een keerzijde. Communicatiemedia die kunnen worden aangewend voor het welzijn van personen en gemeenschappen kunnen ook worden gebruikt voor uitbuiting, manipulatie, overheersing en corruptie.
 
2
 
Nadat telegraaf, telefoon, radio en televisie de laatste anderhalve eeuw voor velen tijd en ruimte hebben geëlimineerd als obstakels voor communicatie, is internet het nieuwste en in vele opzichten invloedrijkste medium. Dat heeft enorme gevolgen voor individuele mensen, voor hele volkeren en voor de wereld. In dit document geven we een katholieke visie op internet, als uitgangspunt voor kerkelijke deelname aan de dialoog met andere, vooral religieuze groeperingen, over ontwikkeling en gebruik van deze prachtige techniek. Internet wordt nu voor veel goeds ingezet en belooft nog veel meer, maar veel schade kan ook worden aangericht bij verkeerd gebruik. Of het goed of verkeerd zal zijn is grotendeels een kwestie van bewuste keuze. Daartoe voert de Kerk twee zaken van groot belang aan: haar inzet voor de waardigheid van de menselijke persoon en haar lange traditie van morele wijsheid. 
3
 
Zoals bij andere media staan de persoon en de gemeenschap van personen centraal bij de ethische evaluatie van internet. Wat de boodschap betreft die wordt overgebracht, het proces van communiceren, en structurele en systematische aspecten van communicatie, “is het ethische basisprincipe dit: de menselijke persoon en de menselijke gemeenschap zijn het doel en de maatstaf bij het gebruik van de media; communicatie hoort te geschieden door personen voor personen ten behoeve van hun integrale ontwikkeling”. 
Het algemeen belang, “het totaal van die sociale voorwaarden waardoor zowel groepen als enkelingen hun eigen volmaaktheid vollediger en vlugger kunnen bereiken,” is een tweede basisprincipe voor de ethische evaluatie van sociale communicatie. Het moet inclusief worden opgevat als het geheel van al die waardevolle doeleinden waarvoor leden van een samenleving zich gezamenlijk inzetten en de gemeenschap er is om ze te realiseren en handhaven. Het welzijn van individuen hangt af van het algemeen welzijn van hun gemeenschappen.
 
De deugd die mensen geschikt maakt voor de bescherming en bevordering van het algemeen belang is solidariteit. Dat is geen gevoel van “vaag medelijden of oppervlakkige vertedering” bij andermans problemen, maar “het vaste en volhardende besluit om zich in te zetten voor het algemeen welzijn ofwel voor het welzijn van allen en van ieder, omdat wij werkelijk allen verantwoordelijk zijn voor allen”. Met name in deze tijd heeft solidariteit een duidelijke, sterk internationale dimensie. Het is juist om te spreken van en verplicht om te werken voor het internationale algemeen belang.
 
4
 
Het internationale algemeen belang, de deugd van solidariteit, de revolutie in de communicatiemedia, de informatietechnologie en internet zijn allemaal van belang voor het globaliseringproces.
De nieuwe technologie stuwt het globaliseringproces in hoge mate door een situatie te creëren waarin “handel en communicatie niet langer aan grenzen gebonden zijn”. Dit heeft immense consequenties. Globalisering kan de welvaart vergroten en ontwikkeling bevorderen. Zij biedt voordelen zoals “efficiency en grotere productiviteit ... grotere eenheid onder de volkeren ... de mensheid beter ten dienste staan”. 
 
Maar het profijt is tot nu toe nog niet gelijkelijk verdeeld. Sommige individuen, commerciële ondernemingen en landen zijn enorm rijk geworden, terwijl anderen juist achterop zijn geraakt. Hele naties zijn uitgesloten van het proces en hebben geen plaats gekregen in de nieuwe zich vormende wereld. “De globalisering, die economische stelsels fundamenteel heeft omgevormd door onverwachte groeimogelijkheden, heeft ook vele mensen aan de kant geschoven: werkloosheid in de meer ontwikkelde landen en extreme armoede in teveel landen van het zuidelijk halfrond blijven miljoenen vrouwen en mannen afhouden van vooruitgang en welvaart.” 
 
Het is geenszins duidelijk of zelfs samenlevingen die het globaliseringproces zijn aangegaan dit vrijwillig en bewust hebben gedaan. In plaats daarvan “ervaren veel mensen, vooral de kansarmen, dit veeleer als iets opgelegds dan als proces waarin zij actief mee kunnen doen”. 
 
In vele delen van de wereld schrijdt de globalisering snel voort en brengt grote sociale verandering teweeg. Dit is niet alleen een economisch maar ook een cultureel proces, met zowel positieve als negatieve aspecten. “Degenen die eraan onderhevig zijn zien globalisering vaak als een destructieve golf die de hen beschermende sociale normen en levensoriëntatie biedende cultuur bedreigt. ... Veranderingen in technologie en werkverhoudingen gebeuren te snel voor culturen om daarop een antwoord te kunnen geven.” 

Een groot gevolg van de ontregeling in de laatste jaren is de machtsverschuiving van nationale staten naar transnationale corporaties. Het is belangrijk dat deze corporaties aangespoord en geholpen worden hun macht te gebruiken voor het welzijn van de mensheid. En dat vraagt om meer communicatie en dialoog tussen hen en daarvoor opkomende organisaties zoals de Kerk.
Gebruik van de nieuwe informatietechnologie en internet moet goed geïnformeerd gebeuren en bepaald worden door een vaste solidaire inzet voor het algemeen belang, binnen en tussen landen onderling. Deze technologie kan een middel zijn om menselijke problemen op te lossen, de integrale ontwikkeling van personen te bevorderen en een wereld te creëren die door gerechtigheid, vrede en liefde wordt geleid. Nu, zelfs meer dan toen ruim dertig jaar geleden de pastorale Instructie over de sociale communicatiemiddelen Communio et progressio erbij stil stond, kunnen de media iedere persoon overal “tot partner maken in de zaak van de menselijke soort”. 
 
Dit is een verbazingwekkende visie. Internet kan dat alleen helpen waarmaken voor individuen, groepen, naties en de mensheid, als het wordt gebruikt met gezonde ethische beginselen, vooral die van solidariteit. Zodoende heeft iedereen er baat bij, want “we weten één ding beter dan vroeger: we zullen geluk en vrede nooit bereiken zonder elkaar, laat staan als sommigen tegen anderen zijn”.  Het zal een uiting zijn van die gemeenschapsgeest “het positieve in anderen weten te zien en het als een gave Gods weten te aanvaarden en te waarderen”, evenals het vermogen om “‘ruimte’ weten te maken voor onze broeders en zusters, ‘elkaars lasten helpen dragen’ (Gal. 6, 2), en weerstand bieden aan de bekoringen van zelfzucht die ons voortdurend belagen”. 
 
6
 
De groei van internet roept een aantal andere ethische vragen op over zaken als privacy, vertrouwelijkheid en beveiliging van gegevens, copyright en geestelijk eigendom, pornografie, haatsites, geruchtverspreiding en karaktermoord onder het mom van nieuws en nog veel meer. We zullen enkele van deze dingen kort hierna bespreken in het besef dat zij om verdere analyse en bespreking vragen door alle betrokken partijen. Overigens zien wij internet fundamenteel niet als bron van alleen maar problemen. We zien het als bron van weldaden voor de mens, al kunnen die alleen maar volledig worden gerealiseerd als de problemen worden opgelost.

Hoofdstuk 2 Over internet

Internet heeft een aantal treffende eigenschappen. Het is razend snel, direct, wereldwijd, gedecentraliseerd, interactief, eindeloos uit te breiden qua inhoud en bereik en opmerkelijk flexibel aan te passen. Het gaat uit van gelijkheid, in de zin dat ieder met de nodige apparatuur en een bescheiden technische vaardigheid actief kan zijn op het Web, zijn of haar boodschap aan de wereld kan verklaren en kan vragen te worden gehoord. Het staat individuen toe zich in de anonimiteit te storten, een rol te spelen en te fantaseren en ook een gemeenschap met anderen te vormen en hen deelgenoot te maken. Naar de smaak van de gebruikers leent het zich even goed voor actieve deelname als voor passieve overgave aan “een narcistische, zelfgenoegzame wereld van prikkels met bijna narcotische effecten”.  Het kan worden gebruikt om het isolement te doorbreken van individuen en groepen, of het te vergroten.
8
 
De technologie rondom internet raakt aan vele ethische aspecten: mensen hadden de neiging het te gebruiken zoals het was ontworpen en ontwerpen het verder naar gebruik. Dit ‘nieuwe’ systeem dateert eigenlijk van de Koude Oorlog in de jaren zestig, bedoeld om een nucleaire aanval te voorkomen door een decentraal netwerk van computers met vitale gegevens. Decentralisatie was de sleutel tot het plan, omdat zo, naar men dacht, het verlies van een of zelfs vele computers niet het verlies van de gegevens zou betekenen.
Een idealistische visie van de vrije uitwisseling van informatie en ideeën heeft een prijzenswaardige rol gespeeld bij de ontwikkeling van internet. Toch bleken zijn decentrale configuratie en het ook decentrale World Wide Web vanaf eind jaren tachtig ook een mentaliteit mee te brengen tegen alles wat maar riekte naar wettelijke regeling van publieke verantwoordelijkheid. Zo ontstond er een overdreven individualisme met betrekking tot internet. Hier, zo zei men, had men een nieuw domein, het schitterende land van de cyberspace, waar alle uitingen waren geoorloofd met als enige wet die van de individuele vrijheid om te doen wat je wilt. Natuurlijk betekende dit dat de enige groep waarvan de rechten en belangen daar echt erkend zouden worden die van radicale libertijnen zou zijn. Deze denkwijze blijft van invloed in bepaalde kringen, met de steun van bekende libertijnse argumenten die ook gebruikt worden om pornografie en geweld te verdedigen in de media in het algemeen. 
 
Hoewel radicale individualisten en ondernemers duidelijk twee verschillende groepen zijn, is er een overlap van de belangen van hen die willen dat internet een plaats is voor bijna elke soort van expressie, hoe laag en destructief ook, en hen die het zien als kanaal voor onbelemmerde commerciële activiteit, naar neoliberaal model dat “winst en marktwerking beschouwt als absolute graadmeters ten koste van waardigheid en eerbiediging van individu en volk”.
 
9
 
De explosie van de informatietechnologie heeft de communicatiemogelijkheden van sommige bevoorrechte individuen en groepen vele malen vergroot. Internet kan mensen helpen bij een verantwoordelijk gebruik van vrijheid en democratie, het kan de beschikbare alternatieven uitbreiden op diverse gebieden van het leven, de educatieve en culturele horizon verbreden, verdeeldheid opheffen en de menselijke ontwikkeling op vele manieren bevorderen. “De vrije stroom van beelden en tekst op wereldwijde schaal brengt niet alleen verandering in de politieke en economische betrekkingen tussen volken, maar zelfs in ons verstaan van de wereld. Het opent een scala aan tot dusver ondenkbare mogelijkheden.”  4  Indien gebaseerd op gemeenschappelijke waarden die geworteld zijn in de natuur van de persoon, kan de interculturele dialoog, mogelijk gemaakt door internet en andere media, “een middel bij uitstek (zijn) om de beschaving van liefde te stichten”.
Maar dat is niet het hele verhaal. “Paradoxaal genoeg kunnen de krachten die een betere communicatie kunnen bewerkstelligen echter ook tot toenemend egocentrisme en vervreemding leiden.”  6  Internet kan mensen verenigen, maar hen ook verdelen, zowel als individu als ook als elkaar wantrouwende groepen gescheiden door ideologie, politiek, bezit, etniciteit, generatieverschillen en zelfs religie. Internet werd al agressief gebruikt, bijna als oorlogswapen en men spreekt van het gevaar van ‘cyber-terrorisme’. Het zou pijnlijk ironisch zijn als dit communicatiemiddel met zo’n vermogen om mensen bij elkaar te brengen terug zou keren naar zijn oorsprong in de koude oorlog en een arena zou worden van internationaal conflict.

Hoofdstuk 3 Enkele zorgpunten 

10
 
Een aantal zorgen over internet lag besloten in wat tot zover werd gezegd.
 
Een van de belangrijkste is wat tegenwoordig wordt genoemd de digitale tweedeling. Een vorm van discriminatie die de rijken van de armen scheidt, zowel binnen als tussen landen, waar het gaat om toegang of juist geen toegang tot de nieuwe informatietechnologie. In deze zin is het een nieuwe vorm van een oudere kloof, nu tussen de ‘kennisrijken’ en de ‘kennisarmen’.
 
De uitdrukking ‘digitale tweedeling’ onderstreept het feit dat individuen, groepen en volkeren de nieuwe technologie tot hun beschikking moeten hebben om in de beloofde vruchten van de globalisering en vooruitgang te kunnen meedelen en niet verder achterop te raken. Het is een must “dat de kloof tussen hen die van de nieuwe informatie- en expressiemiddelen profiteren en hen die daar geen toegang toe hebben niet tot een nieuwe en onoverbrugbare oorzaak wordt van onrecht en discriminatie”.  1  Er dienen manieren te worden gevonden om internet toegankelijk te maken voor minder bedeelde groepen, direct of minstens door koppeling aan goedkopere traditionele media. Cyberspace hoort een bron te zijn van gratis, breed vertaalde en alomvattende informatie en diensten voor iedereen. Publieke instellingen hebben een speciale verantwoordelijkheid sites van deze soort te maken en te onderhouden.
 
Naarmate die nieuwe wereldeconomie vorm krijgt, is de Kerk bezorgd “of de mensheid als geheel de winnaar in dit proces zal zijn” en niet slechts “een rijke elite die de wetenschap beheerst, de technologie en de hulpbronnen van de planeet”. Dat wil zeggen dat de Kerk “een globalisering wenst die ten dienste staat van de hele persoon en van alle mensen”. 
 
In dit verband moet men in het oog houden dat de oorzaken en gevolgen van de tweedeling niet alleen economisch maar ook technisch, sociaal en cultureel zijn. Een andere internettweedeling bijvoorbeeld werkt ten nadele van vrouwen en ook die moet worden uitgesloten.

11
 
We zijn met name bezorgd over de culturele dimensies van wat nu plaats vindt. Als invloedrijke instrumenten in het globaliseringproces dragen de nieuwe informatietechnologie en internet een pakket culturele waarden over die betrekking hebben op sociale relaties, gezin, religie en de mens. Het nieuwe en de glamour daarvan kunnen de traditionele culturen prikkelen en overweldigen.
Interculturele verrijking en dialoog zijn natuurlijk zeer wenselijk. Zeker, “de dialoog tussen culturen is juist vandaag nodig vanwege de invloed van de nieuwe communicatietechnologie op het leven van individuen en volkeren”.  Maar dit moet twee- richtingsverkeer zijn. Culturen hebben veel van elkaar te leren en het louter opleggen van de wereldbeschouwing, de waarden en zelfs de taal van de ene cultuur aan de andere is geen dialoog maar cultureel imperialisme.
 
Culturele overheersing is een extra serieus probleem, wanneer een dominante cultuur valse waarden met zich draagt die strijdig zijn met het waarachtige welzijn van individuen en groepen. Zoals de zaken nu staan brengt internet, samen met andere sociale communicatiemedia, de waardenbeladen boodschap van een westerse wereldlijke cultuur over op mensen en samenlevingen die in veel gevallen slecht voorbereid zijn deze boodschap op waarde te schatten en ermee om te gaan. Er ontstaan bijvoorbeeld vele ernstige problemen rond huwelijk en gezinsleven die in vele delen van de wereld “een wijd verspreide en diep ingrijpende crisis”  doormaken.
 
Culturele openheid en respect voor andermans waarden en opvattingen zijn noodzakelijk in deze situatie. Interculturele dialoog is nodig, die “de diversiteit van de culturen beschermt als historische en creatieve uitdrukkingsvormen van de onderliggende eenheid van de menselijke familie en het onderlinge begrip en de gemeenschap sterkt”,  en ook handhaving van het besef van internationale solidariteit.
 
12
 
Het vraagstuk van de vrijheid van meningsuiting via internet is even ingewikkeld en geeft aanleiding tot een aantal andere zorgen.
We ondersteunen krachtig de vrijheid van meningsuiting en de vrije uitwisseling van ideeën. De vrijheid om de waarheid te zoeken en te kennen is een fundamenteel menselijk recht,  en vrijheid van meningsuiting is een hoeksteen van de democratie. “De mens, met behoud van de morele orde en het algemeen welzijn, kan vrijuit naar de waarheid zoeken en zijn mening uiteenzetten en bekendmaken ... en (dient) naar waarheid van publieke gebeurtenissen op de hoogte te worden gebracht.”  En voor de publieke opinie “die kenmerkend is voor de sociale natuur van de mens” is absoluut vereist dat men “de vrijheid heeft om zijn gevoelens en opvattingen tot uitdrukking te brengen”. 
 
In het licht van deze eisen van het algemeen belang betreuren wij pogingen van overheden die zich bedreigd of in verlegenheid gebracht voelen, om de toegang tot informatie op internet of via andere media te blokkeren, het publiek met propaganda en valse informatie te manipuleren, of de wettelijke vrijheid van meningsuiting te verbieden. Autoritaire regimes zijn verreweg de ergste overtreders hier, maar het probleem bestaat ook in vrije democratieën. Daar hangt toegang tot de media voor politieke meningsuiting vaak af van geld, en schenden politici en hun adviseurs de waarheid en regels van fair play door opponenten onvoldoende ruimte te geven en hun issues in te krimpen in telegramstijl.
 
13
 
In deze nieuwe omgeving ondergaat de journalistiek diepgaande veranderingen. De combinatie van nieuwe technologie en globalisering heeft “de macht van de media vergroot, maar ze ook vatbaarder gemaakt voor ideologische en commerciële druk”,  en dit geldt ook voor de journalistiek.
Internet is een hoogst effectief instrument om nieuws en informatie snel bij de mensen te brengen. Maar economische concurrentie en het vierentwintiguurskarakter van internetjournalistiek bevorderen ook sensatiezucht, roddel, mengsels van nieuws, reclame en vermaak, en een duidelijke afname van serieuze berichtgeving en commentaar. Eerlijke journalistiek is essentieel voor het algemeen belang van landen en de internationale gemeenschap. Problemen die we nu zien in de internetjournalistiek vragen om spoedige correctie van journalisten zelf.
 
De welhaast overweldigende hoeveelheid informatie op internet, waarvan veel niet op accuratesse en relevantie is beoordeeld, is een probleem voor velen. Maar we maken ons ook zorgen dat mensen informatie mediumtechnisch manipuleren, simpelweg om elektronische barrières op te werpen tegen vreemde ideeën. Dat zou een ongezonde ontwikkeling zijn in een pluralistische wereld waarin mensen moeten groeien tot wederzijds begrip. Omdat internetgebruikers de plicht hebben selectief te zijn en zelfdiscipline te betrachten, hoeft dat nog niet te leiden tot het uiterste van afscherming van zichzelf voor anderen. De gevolgen van het medium voor de psychologische ontwikkeling en gezondheid vragen eveneens om bestudering. Bijvoorbeeld de mogelijkheid dat langdurig binnentreden in de virtuele wereld van cyberspace schadelijk kan zijn voor sommigen. Hoewel het vermogen van de technologie om “informatie- en dienstenpakketten alleen voor jezelf samen te stellen” vele voordelen biedt, “roept dit ook een onvermijdelijke vraag op: zal het publiek van de toekomst een veelvoud zijn van het publiek van de enkeling? ... Wat zal er overblijven van solidariteit, wat zal er overblijven van de liefde, in zo’n wereld?”
 
14
 
Naast kwesties van vrije meningsuiting, integere en accurate berichtgeving en uitwisseling van ideeën en informatie, ontstaat er nog een reeks zorgpunten door vrijdenkerij. De grondgedachten ervan zijn zowel onjuist als schadelijk, niet in de laatste plaats door de vrije meningsuiting in dienst van de waarheid te legitimeren. De fout is de oververheerlijking van de vrijheid “zo dat men er een absoluut principe van maakt dat de bron zou zijn van alle waarden ... Op die manier is de beslist noodzakelijke vereiste van waarheid verdwenen ten gunste van een criterium van oprechtheid, uthenticiteit, ‘overeenstemming met zichzelf’.” Er is geen plaats voor authentieke gemeenschap, algemeen welzijn en solidariteit in deze manier van denken.

Aanbevelingen en conclusies

Zoals we gezien hebben is de deugd van solidariteit de maatstaf van de diensten van internet voor het algemeen belang. Het is het algemeen belang dat het kader biedt voor de ethische vraag: “Worden de media gebruikt voor goed of kwaad?”
Vele individuen en groepen hebben verantwoordelijkheid in deze, bijvoorbeeld de transnationale corporaties waarover wij eerder gesproken hebben. Allen die gebruik maken van internet zijn verplicht dat bewust en gedisciplineerd te doen voor moreel goede doeleinden. Ouders horen het gebruik door kinderen te leiden en erop toe te zien.  Scholen en andere onderwijsinstellingen voor kinderen en volwassenen zal geleerd moeten worden, als onderdeel van algemeen mediaonderwijs, om internet kritisch te gebruiken. Dit moet meer inhouden dan technische vaardigheden, het computer-abc en dergelijke, maar ook de vaardigheid om goed geïnformeerd en kritisch het gebodene op waarde te schatten. Degenen die door beslissingen en optreden de structuur en inhoud van internet meebepalen hebben een bijzonder zware plicht solidariteit te betrachten in dienst van het algemeen belang.
 
16
 
Overheidscensuur vooraf hoort vermeden te worden. “Censuur dient ... tot gevallen van uiterste noodzaak beperkt te blijven.”  Maar internet is niet meer dan andere media vrijgesteld van redelijke wetten tegen aanzetting tot haat, smaad, fraude, kinderporno en pornografie in het algemeen en andere misdaden. Crimineel gedrag in ander verband is ook crimineel gedrag in de cyberspace, en de burgerlijke autoriteiten hebben de plicht en het recht zulke wetten toe te passen. Nieuwe regelgeving kan ook nodig zijn voor specifieke ‘internetmisdaad’, zoals de verspreiding van computervirussen, diefstal van persoonlijke gegevens op de harddisk en dergelijke.
Regulering van internet is wenselijk en in principe is zelfregulering het beste. “De oplossing van de problemen die ontstaan door commercialisering en privatisering ligt niet in staatscontrole op de media, maar in meer regulering volgens de criteria van openbare dienstverlening en in grotere publieke verantwoordelijkheid.”  Codes uit de arbeidsethiek kunnen van nut zijn, mits ze serieus zijn bedoeld, gebruikers ze mede formuleren en handhaven, en ze behalve stimulans voor verantwoordelijke communicatoren ook adequate straf voor overtreders bevatten, inclusief publieke censuur.  Omstandigheden kunnen soms overheidsingrijpen vereisen: bijvoorbeeld via mediaraden die het palet van zienswijzen in de gemeenschap weerspiegelen.
 
17
 
Het transnationale overbruggingskarakter van internet en de rol van het internet in de globalisering vragen om internationale samenwerking bij het ontwerpen van maatstaven en mechanismen die internationaal het algemeen welzijn bevorderen.  Bij mediatechnologie evenals bij vele andere zaken “is op internationaal niveau het gelijkheidsprincipe hard nodig”.  Vastberaden optreden in de particuliere en publieke sectoren moet de digitale tweedeling overbruggen en uiteindelijk opheffen.
Vele moeilijke kwesties rond internet vragen om internationale consensus. Bijvoorbeeld hoe kan de privacy van gezagsgetrouwe individuen en groepen worden gegarandeerd zonder justitieel optreden tegen en veiligheidstoezicht op criminelen en terroristen? Hoe moeten het copyright en intellectueel eigendom worden beschermd zonder publieke toegang tot materiaal te limiteren, en hoe definiëren we het ‘publieke domein’ zelf? Hoe kan een breed opgezette internetopslag worden gecreëerd en onderhouden van informatie die vrij beschikbaar is in een reeks van talen voor alle gebruikers? Hoe kunnen we de rechten van vrouwen beschermen als het gaat om toegang tot internet en om andere aspecten van de nieuwe informatietechnologie? Met name de vraag hoe de digitale tweedeling kan worden overwonnen tussen de ‘kennisrijken’ en de ‘kennisarmen’ vereist dringend aandacht in technisch, educatief en cultureel opzicht.
 
Er bestaat tegenwoordig een “groeiend besef van internationale solidariteit” dat met name het stelsel van de Verenigde Naties “een unieke gelegenheid biedt aan de globalisering van de solidariteit bij te dragen door als ontmoetingsplaats te fungeren voor staten en burgermaatschappijen en als knooppunt voor de verschillende belangen en behoeften ... Samenwerking tussen internationale instellingen en non-gouvernementele organisaties zullen er mede zorg voor dragen dat de belangen van staten, mits legitiem, en van de verschillende groepen daarbinnen niet zullen worden behartigd of verdedigd ten koste van de belangen of rechten van andere volkeren, zeker niet de minst welvarende.”  In dit verband hopen wij dat de Wereldtop over de Kennismaatschappij die gepland staat voor 2003 positief zal bijdragen aan de bespreking van deze zaken.

18
 
In het voorgaande wezen we al op het document dat het onderhavige vergezelt met de titel De Kerk en internet. Het spreekt specifiek over het internetgebruik door de Kerk en de rol van internet in het kerkelijk leven. Hier willen we alleen benadrukken dat de katholieke Kerk, samen met andere religieuze organisaties, zichtbaar en actief op internet hoort te zijn en een partner in de publieke dialoog over zijn ontwikkeling. “De Kerk pretendeert niet, deze beslissingen en keuzes te dicteren maar tracht wel behulpzaam te zijn – door het aangeven van ethische en morele criteria die belangrijk zijn bij dit proces – criteria die te vinden zijn in zowel menselijke als christelijke waarden.” 
Internet kan een enorm waardevolle bijdrage leveren aan het menselijk leven. Het kan voorspoed en vrede bevorderen, intellectuele en esthetische groei en wederzijds begrip onder volkeren en landen op wereldschaal.
Het kan ook mannen en vrouwen helpen bij hun eeuwenoude zoektocht naar begrip van zichzelf. In elke tijd, ook de onze, stellen mensen dezelfde fundamentele vragen: “Wie ben ik? Waar kom ik vandaan en waarheen ben ik op weg? Waarom bestaat het kwaad? Wat komt er na dit leven?” De Kerk kan geen antwoorden opleggen, maar zij kan, en moet, aan de wereld die antwoorden verkondigen die zij heeft gekregen. En vandaag, als altijd, biedt zij het enige en uiterst bevredigende antwoord op de diepste vragen van het leven: Jezus Christus, die volledig “de mens voor zichzelf duidelijk maakt en hem inzicht geeft in zijn zeer hoge roeping”. Zoals onze wereld zelf komt ook de wereld van de media, inclusief internet, van Christus. Nog pril maar wel echt, binnen de grenzen van Gods koninkrijk en in dienst gesteld van het woord van redding. Toch “moet de verwachting van een nieuwe aarde de bezorgdheid om deze aarde uit te bouwen niet afzwakken, maar eerder aanwakkeren; want hier groeit dat lichaam van de nieuwe mensenfamilie dat al in staat is om enigermate een voorafschaduwing van het eindrijk te geven”.
 
Vaticaanstad, 22 februari 2002,
Feest van Sint Petrus’ Stoel.
 
John P. Foley, voorzitter
Pierfranco Pastore, secretaris