Een belangrijke ontwikkeling in de vorige eeuw, is de rol van leken in de kerk, of beter gezegd: de emancipatie van de leek in de katholieke kerk. Dit heeft tot gevolg gehad dat er, naast het episcopaat, een nieuwe beweging ontstond die vooral uit lekengelovigen bestaat.
Waar tot ruwweg het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig vooral nog een herder-leek relatie bestond, zijn deze lekenbewegingen een wellicht doorslaggevende karakterisering van de ontwikkeling van de kerk in de 20e eeuw.
Ten grondslag hieraan ligt de individualisering van de maatschappij en de reactie daarop van de RK Kerk. Paus Pius XI wilde met de Katholieke Actie de secularisering van de samenleving tegengaan. De officiële omschrijving van het doel van de Katholieke Actie was `de participatie van de leek in het hiërarchisch apostolaat van de kerk te bevorderen.’ Paus Pius XI beschrijft deze wens in zijn encycliek In fermo proposito uit 1905. In zijn proefschrift “Van volgzame elitestrijder tot kritische gelovige" (online te lezen in dit PDF-bestand) beschrijft Petrus de Haan de geschiedenis van de Katholieke Actie in Nederland. In Nederland wordt de KA eind jaren dertig ingevoerd.
Eén van de omslagpunten zijn de wereldcongressen voor Lekenapostolaat geweest. Bij de voorbereiding op het Tweede Wereldcongres in oktober 1957 kwam de Nederlandse delegatie (uitgaande van de landelijke leiding van de Katholieke Actie) met een aantal algemene uitgangspunten voor het lekenapostolaat. In de uitgangspunten werd niet meer het institutionele aspect benadrukt maar juist ‘de levende gemeenschap in Christus’, De Haan zegt hierover: ‘Het apostolaat moest gericht zijn op het tot bloei brengen van deze gemeenschap die met de Franse term ‘communion’ werd aangeduid. In dat verband kon men beter spreken van een ‘getuigend aanwezig zijn in de wereld’ dan van ‘apostolaat’.
De Katholieke Actie verandert van koers. Waar tot dat moment de hiërarchische lijn of monopoliepositie wordt gevolgd, wordt eind jaren ’50 meer en meer opgeschoven naar een coördinerende en dienstverlende rol van het lekenapostolaat beoogd – de naamswijziging naar Landelijk Centrum in plaats van Landelijke Leiding wijst daar op.In de jaren ’60 raakt de rol van de KA uitgespeeld en het werd uiteindelijk in 1966 opgeheven. De activiteiten van de leken, met of zonder de KA, zorgden ervoor dat zij steeds mondiger werden en zich, met of zonder priester, verenigden in gespreksgroepen rondom bijvoorbeeld bijbel en oecumene.
Lodewijk Winkeler van het KDC maakt in zijn boek Stromingen in Katholiek Nederland een driedeling in de katholieke stromingen:
- Groeperingen rondom vernieuwing:
o Vernieuwingsbewegingen
§ Open Kerk
§ Studentenekklesia
§ Basisbeweging
§ Mariënburgvereniging
§ Acht Mei beweging
§ De Bazuin
§ Vrouw- en geloofbeweging
§ Vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping
o Conservatieve groeperingen
§ Contact Rooms-Katholieken
§ Legioen van Maria
§ Pro Fide et Ecclesia
o Zinzoekende groeperingen
§ Leefgemeenschappen
§ Vormingscentra
o Nieuwe bewegingen
§ Charismatische beweging
§ Naastenzorg
§ Christelijke samenleving
§ Mariaverering
§ Huwelijk en gezin
§ Kloosterleven