Engelen, boodschappers van God
|
God heeft de engelen geschapen. Het woord engel komt uit het Latijn: angelus. Het betekent boodschapper. En inderdaad, engelen zijn de boodschappers van God. God zendt zijn engelen uit om de mensen bij te staan. Ze brengen boodschappen om Gods woord te verkondigen of om mensen te waarschuwen. Ze praten met mensen of verschijnen in hun dromen. Engelen kunnen de mens beschermen en dienen, of vechten in de geestelijke strijd tussen God en de boze. Hoe ziet een engel eruit? Dat is niet duidelijk. In het algemeen worden ze afgebeeld als wezens met vleugels. Dat is een op zich mooie verbeelding, hoewel in de bijbel er niet veel over de vleugels in staat. Een engel is wit als sneeuw en zijn uitstraling schittert als de zon. Sommige engelen zijn gehuld in een wolk, soms met een regenboog boven het hoofd en benen als zuilen van vuur. Geregeld zien de bijbelse figuren met een getrokken zwaard, als het leger van beschermende strijders.
Sinds de Middeleeuwen worden engelen zowel als man als als vrouw afgebeeld.
|
|
Beschermengelen of engelbewaarders Engelen bestaan ook nu nog. Iedereen heeft een persoonlijke beschermengel. Dit is je engelbewaarder die je beschermt en je helpt door je hele leven. Vanaf de kinderjaren tot aan de dood. Ze zijn overal waar jij bent, op ieder moment. |
Er zijn veel persoonlijke verhalen van mensen, die getuigen van de hulp die ze van hun engelbewaarder hebben gekregen. Bijvoorbeeld engelbewaarders die ongelukken voorkwamen. Hoe meer contact je legt met je eigen engelbewaarder, des te groter de kans dat ongelukken achterwege kunnen blijven. Ieder jaar viert de kerk op 2 oktober het feest van de H. Engelbewaarder. |
|
Engelenkoren, Serafijnen en Cherubijnen In het christendom hebben de theorieën van Dionysius de Areopagiet grote invloed op de theologie gehad en hebben ze menig mysticus geïnspireerd. Dionysius deelde de engelen in negen rangen of orden in, waarbij hij zich liet leiden door de neoplatonische filosofie, getuige de triadenstructuur van zijn hiërarchische indeling van engelen; deze indeling is algemeen geworden voor het christendom. De hoogste orde bestaat uit resp. Serafijnen, Cherubijnen en Tronen. De middelste orde wordt gevormd door Vorstendommen, Machten en Krachten. De laagste orde bestaat uit Heerschappijen, Aartsengel en Engelen (beschermengelen).
In de traditie zijn engelen ingedeeld in negen Engelenkoren: Serafijnen, Cherubijnen, Tronen, Heerschappijen, Vorsten, Machten, Krachten, Aartsengelen en Engelen. Op de eerste rang zijn er de Serafijnen of serafs: “Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden krans op hun hoofd. Van de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. Ook lag er voor de troon iets als een zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en eromheen waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende adelaar. Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’ Telkens als deze wezens lof, eer en dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid leeft, werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden: ‘U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.’ (Apk 4, 4-11).
Vervolgens zijn er de Cherubijntjes (cherubs of kerubs). Ze zijn aanwezig in de hemel en komen voor afgebeeld op de verzoendeksel van het Ark van het Verbond. Ze hebben vleugels.Cherubijnen komen voor in het verhaal van het Paradijs (Gen. 3,24) en ook in de tempel van Jeruzelam staan in het Allerheiligste twee Cherubijnen als teken van Gods heerlijkheid.
|
|
|
Aartsengelen Aartsengelen zijn speciale boodschappers van God. De bekendste aartsengelen zijn Michaël, Gabriël en Rafaël. Michaël voert de strijd aan tegen de duivel (‘drakendoder’) en wordt daarom vaak afgebeeld met een vlammend zwaard. Gabriël kondigt de geboorte aan van Jezus bij Jozef, Maria en de herders. Ook kondigt hij de geboorte van Johannes de Doper aan. Rafaël (“hij die geneest”) ten slotte, is de heilige Geneesheer. Hij geneest Tobit van zijn blindheid. Er zijn zeven aartsengelen, zo staat er in Tobit. Behalve Michaël, Rafaël en Gabriël, worden deze niet met name genoemd in de canon van de Bijbel, maar wel in een aantal apocrieve geschriften (het zijn Uriël, Barachiël, Jehudiël en Shealtiël). Uriël is door het concilie verworpen en werd als een demon gezien. De andere drie stammen uit joodse mystieke geschriften (Kabbala) en worden eveneens niet door de katholieke kerk erkend. |
Michaël, Gabriël en Rafaël hebben alls drie als christelijke feestdag 29 septmber. Deze gedenkdag is door paus Leo I op die datum vastgelegd, toen hij de Sint Michaëlskerk in Rome wijdde. Sinds 1969 is deze dag ook het kerkelijk feest van de andere twee belangrijke aartsengelen.
Engelen in de Bijbel Engelen komen veelvuldig voor in de Bijbel, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. In het eerste Bijbelboek, Genesis, wordt voor het eerst over een engel gesproken. Een engel van de Heer (of engel van God) heeft een ontmoeting met de slavin Hagar. Ook anderen, zoals bijvoorbeeld Abraham en Jakob hebben ontmoetingen met engelen. In Exodus verschijnt een engel aan Mozes, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik (Ex. 3,2). Als dezelfde Mozes Egypte ontvlucht, is het een engel van God die hen begeleidt en verdedigt, door een wolkkolom op te richten tussen de Egyptenaren en de Israëlieten (Ex 14, 19). In het boek Tobit neemt Tobit Rafaël mee op zijn reis, niet wetende dat dit een engel is. Rafael wordt als “een goede engel” beschreven, die Tobit beschermt op zijn reis en er voor zorgt dat de reis voorspoedig verloopt. Ook als Daniël in de leeuwenkuil moet vechten, zijn engelen aanwezig en voorkomen dat hij wordt verslonden. Of, zoals Daniel het zelf zegt: “Mijn God heeft zijn engel*gezonden om de leeuwen te muilkorven. Ze hebben mij niet verwond, omdat ik in Gods ogen onschuldig ben.” (Da 6).
In het Nieuwe Testament spelen Engelen een belangrijke rol. Het is een engel van de Heer, die in een droom aan Jozef verschijnt en hem vertelt dat Maria een kind draagt dat is verwekt door de heilige Geest. De engel draagt Jozef op het kind de naam Jezus te geven.
De engel Gabriël wordt naar Nazareth gezonden om de maagd Maria het goede nieuws van haar zwangerschap te vertellen.
“De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug*u, begenadigde, de Heer is met u.’ Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’
|
‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.’ De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken*. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.” (Lc. 1, 28-37) |
Kort na de geboorte van het kindje Jezus houden herders in de buurt de wacht bij hun schapen. Opeens staat er een engel bij hen, “de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen”. De engel brengt het goede nieuws van Jezus’ geboorte. Bij de gebeurtenis is plotseling een heel leger uit de hemel aanwezig die God loven met de woorden “Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.”
De engel beschermt het jonge gezin later, en vertelt opnieuw in een droom aan Jozef naar Egypte te vluchten om de plannen van Herodes om het kindje Jezus om te brengen, te dwarsbomen. Als Herodes sterft, weet Jozef dankzij de engel van God dat ze veilig kunnen terugkeren.
Op de dag voor zijn dood, bidt Jezus op de Olijfberg. Een engel uit de hemel verschijnt bij Jezus en geeft Hem kracht. Als Jezus is gestorven gaan Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf. Er is plotseling een aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel neer, kwam naderbij, rolde de steen voor het graf weg en ging erop zitten. “Zijn uiterlijk schitterde als een bliksemflits en zijn kleding was wit als sneeuw (…) De engel zei tegen de vrouwen: ‘U hoeft niet bang te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt die gekruisigd is. [6] Hij is niet hier: Hij is tot leven gewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, kijk naar de plaats waar Hij gelegen heeft (Mt. 28).
In het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes, wemelt het van de engelen, zoals de engelen van de gemeenten Efeze, Smyrna en Filadelfia. Er is een engel met het zegel van de levende God, dat hen beschermt tegen de duivel. De engelen in de Openbaring loven en eren God, met een gouden wierookvat bij het altaar, maar ze blazen ook op zeven trompetten die rampspoed aankondigen en de zeven schalen van Gods woede uit over de aarde in de hevige strijd tegen de boze. Die strijd wordt gewonnen. Eén van de engelen boeit de duivel voor duizend jaar en werpt hem in de afgrond en grendelt de put af.
Gevallen engelen
Dat brengt ons bij de laatste groep engelen. Dit zijn geen hemelse engelen, zoals hiervoor, maar gevallen of afvallige engelen. In de bijbel staan ze onder leiding van de duivel, die geldt als de antichrist - de grootste tegenstander van God. Gevallen engelen zijn door God uit de hemel verbannen omdat ze tegen God in opstand kwamen en de mensen wilden verleiden. De aanvoerder was Lucifer (betekent: lichtdrager). Dichter Joost van den Vondel heeft dit gebeuren uitgebreid behandeld in het treurspel Lucifer.
|