Ziekenzorg, armoedebestrijding en daklozenhulp
In 1833 ontstond in Parijs de Vincentiusvereniging. In een tijd van heftige politieke debatten zagen zes jonge studenten in, dat het "geen woorden, maar daden" moest zijn. Als voorbeeld zagen zij Vincentius de Paul, een priester die op structurele wijze zielzorg en ziekenzorg activeerde en zo ziekenhuizen ging oprichten. De studenten gingen arme gezinnen en gevangenissen bezoeken, hielpen bejaarden en zieken en betoonden zorg en solidariteit met de zwakkeren in de samenleving. In tien jaar tijd groeide de Vincentiusvereniging uit tot een internationale hulporganisatie. I
|
n 1846 werd in Den Haag de Nederlandse Vincentiusvereniging opgericht.
Nu, 150 jaar later, is de Vincentiusvereniging wereldwijd actief in 132 landen met bijna 1 miljoen vrijwilligers. Haar activiteiten strekken zich uit van armoedebestrijding (ook in Nederland), financiële ondersteuning van armlastige gezinnen (Leergeld), daklozenhulp en -opvang, bezoek van zieken in ziekenhuizen, zorginstellingen en thuis, of ontwikkelingshulp. |
|
Ook op lokaal niveau bieden parochies hulp aan parochianen of anderen, door financiële hulp, sociale hulp (een luisterend oor zijn) en ziekenvervoer, om de Mis te kunnen meevieren. Soms vinden speciale vieringen plaats voor zieke parochianen (denk aan de Blasius-zegen). Er kan een PCI (parochiële caritas instelling) bestaan, die mensen in nood helpen waar andere instanties niet meer kunnen helpen.
|