Vroeger was het burgerlijk huwelijk een formaliteit. Het échte trouwen gebeurde als vanouds in de kerk. Nu is dat omgedraaid. Je kunt alleen in een kerk trouwen als het burgerlijk huwelijk is gesloten. Het kerkelijk huwelijk is aanvullend aan het burgerlijk huwelijk. Dat verschilt overigens met andere landen, waar soms het burgerlijk en kerkelijk huwelijk naast elkaar kunnen plaatshebben.
Toch besluiten nog veel mensen om ‘voor het altaar’ te trouwen. De sfeer en de rituelen in een kerk zijn voor mensen zo belangrijk, dat ze graag voor de belangrijkste dag in hun leven naar de kerk gaan. De sfeer is immers anders dan in een zaal van het stadhuis of een romantische lokatie waar je kunt trouwen. Er heerst een stilte, kaarsjes branden, er is gewijde muziek. Maar het komt ook voor, dat je in de kerk trouwt omdat je ouders het zo erg vinden als er alleen de gang naar het stadhuis is.
Maar er is meer: er zijn wezenlijke verschillen met een burgerlijk huwelijk. Het kerkelijk huwelijk is een sacrament, één van de zeven die de rooms-katholieke kerk kent.