Kloosterordes en congregaties
Inleiding
Mensen besloten, in hun zoektocht naar God, om uiteenlopende redenen kloostergemeenschappen te stichten. Geregeld kwam dat voort uit inspiratie van andere, bewogen mensen of heiligen. Er zijn dan ook gemeenschappen met soms zeer verschillende accenten van spiritualiteit en godgewijd leven. Een korte beschrijving van de belangrijkste stromingen:
|
Iedere orde heeft zijn eigen leer- of leefregels, die voorschrijven hoe de broeders of zusters zich, naar de ideeën van hun stichter(es) moeten leven. |
In de katholieke kerk zijn vele groepen of groepjes mensen die in hun leven geroepen zijn om God te volgen en te dienen. Zo zijn de ordes en vele congregaties en gemeenschappen ontstaan.
Een congregatie (Latijn ‘congregare’: bijeenbrengen, verenigen) kan in de RK Kerk verschillende betekenissen hebben:
1. Een vrome vereniging van leken met eigen statuten die is opgericht tot een godsdienstig of liefdadig doel (bijv. de Mariacongregatie)
2. Een centraal bestuursorgaan dat deel uitmaakt van de Curie: zie Congregatie
3. Een vereniging van verscheidene zelfstandige kloosters onder een gemeenschappelijke overste, de abt-primaat. Zo telt de benedictijnenorde 14 van deze congregaties.
4. Een religieuze kloostergemeenschap met eenvoudige geloften (tijdelijke en daarna eeuwige geloften). Dit in tegenstelling tot een orde die plechtige geloften kent.
De vele ordes en congregaties hebben hun eigen Latijnse naam. De kloosterlingen zetten achter hun naam de afkorting van de orde. SDB staat bijvoorbeeld voor de volgelingen van Don Bosco, OP voor die van de Dominicanen. Maar wat betekenen al die andere?