Kloosterleven
Een leven in een klooster is anders dan anders. Mensen kiezen
sinds eeuwen om binnen de muren van een gemeenschap God te zoeken. Kloosterlingen hebben de stap gezet om het 'wereldlijke leven' te verlaten en te kiezen voor een leven voor God in een besloten gemeenschap, met een dagritme die strak lijkt, maar volgens kloosterlingen juist vrijheid, ruimte en een ritme in de dag brengt.
De beslotenheid van een kloosterleven is bedoeld om - vrij van prikkels - God nabij te zijn en Jezus te volgen. Rust en regelmaat zijn daarbij uitermate geschikt voor een gebedsleven en voor meditatie. Het woord klooster komt niet voor niets uit het Latijn voor afgesloten ruimte (claustrum).
Instituten voor Godgewijd leven
Er zijn verschillende vormen van kloostergemeenschappen
ontstaan, waarbij een klooster niet uniek Rooms-Katholiek is: zo zijn er bijvoorbeeld Oosters-orthodoxe kloosters, boedistische of Taoistische kloosters. Een groep van kloosters die in hun regels, praktijken en religieuze overtuiging onderling sterk overeenkomen en een gezamenlijke band en oorsprong kennen, worden kloosterordes genoemd. Een orde is een - canoniekrechtelijk -
instituut voor Godgewijd leven.
Het kloostergebouw
In de kloosters leven monniken en/of nonnen (of zusters / monialen) die tot eenzelfde orde of
congregatie behoren. Kloosters worden in sommige landen ook wel tempels genoemd. Soms kan het woord kloosterorde meer naar de monniken verwijzen dan naar de kloosters.
Een waar een religieuze gemeenschap leeft kent als belangrijkste "eis" dat het een kapel moet hebben om de Eucharistie te vieren. Dit staat in canon 608: Een religieuze gemeenschap moet wonen in een wettig opgericht huis onder het gezag van een volgens het recht aangewezen Overste; elk huis dient ten minste een kapel te hebben, waarin de Eucharistie gevierd en bewaard wordt, zodat deze werkelijk het middelpunt van de gemeenschap is.
Een kloostergebouw kan een klooster, een
abdij of een priorij zijn.
Een dag uit het leven van een monnik of kloosterzuster kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
5.30 uur Opstaan
6.00 Lezingendienst (metten)
6.45 Ontbijt in stilte met meditatie en persoonlijk gebed
7.30 Morgengebed (Lauden)
8.15 Geestelijke lezing
9.30 Eucharistieviering
10.15 Arbeid; studie; vorming
12.15 Middaggebed (sext)
12.30 Warme maaltijd
13.00 Recreatie, afwas
13.30 Arbeid, studie, vorming
17.00 Avondgebed (vespers)
17.30 Meditatie/gebed; studie; lezing; samenkomst van de gemeenschap
19.00 Avondmaaltijd
19.30 Recreatie
20.15 Dagsluiting (completen) en aansluitend nachtstilte.
Ieder klooster binnen elke orde kan dit programma volgen, of er eigen aanpassingen op hebben.