Franciscaanse orde - Ordo Fratrum Minorum (O.F.M.)
Franciscus van Assisi (1181/1182 - 1226)
Francesco Bernardone leerde lezen en rekenen in het Sint Joriskerkje, even buiten de toenmalige stadsmuren van Assisi. De kerk viel in de jeugd van Franciscus onder de kathedraal San Rufino en de kanunniken van de kathedrale kerk gaven in dat kerkje les.
Zijn vader, een succesvol zakenman, wilde dat Francesco bij het familiebedrijf kwam. In zijn jeugd begon hij, maar al snel kreeg hij genoeg van reinigen, etaleren en registreren. Hij had meer plezier in en liefde voor het uitzoeken van verfijnde kleren. Ook had
Franciscus al vroeg sympathie met de armen. Rond zijn twintigste vocht
Franciscus mee in de strijd tussen Assisi en Perugia. Franciscus werd gevangen genomen voor meer dan een jaar.
Niet lang nadat hij terugkeerde in Assisi - terwijl hij bad voor een crucifix in het oude vervallen kerkje van San Damiano in de nabije omgeving - hoorde
Franciscus een stem die hem zei: "Ga, Franciscus, en herstel mijn huis, dat is vervallen tot een ruďn
e." Hij vatte dit letterlijk op en wilde de oude kapel opknappen. Hij verkocht de spullen die hij had en wilde het geld voor de kapel gebruiken.
Op een zekere morgen, wellicht 24 april februari 1208, vernam
Franciscus het evangelie van die dag. Het is het tiende hoofdstuk van Matteüs, Christus' opdracht tot zijn leerlingen: "Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven om er uw gordels mee te vullen. Verschaft u zich ook geen reiszak voor onderweg, geen tweede onderkleed, geen schoeisel of stok.”
Franciscus voelde zijn roeping in deze evangelietekst. Hij wierp letterlijk zijn beurs en stok weg en behield alleen zijn kleed. Hij verving zijn gordel door een koord met drie knopen om zijn heupen. Zo leefde
Franciscus verder. In zijn levensonderhoud voorzag hij met bedelen. De bedelaar biedt Gods liefde aan voor een aalmoes; het recht van de arme. Langzaam werd de hoon in Assisi minder en maakte plaats voor verwondering. Men begon hem op te zoeken en sympathie te betuigen.
De eerste volgelingen waren Bernardus van Quintavalle en Petrus van Cattaneo. Mogelijk waren ze al bij hem, toen Franciscus die belangrijke passage uit het Mattheus-evangelie hoorde.
Franciscus probeerde Gods wil te leren door willekeurig de Bijbel open te slaan en te lezen welke tekst voor hem kwam. Iedere maal las
Franciscus om alles achter hem te laten en Christus te volgen.
Franciscus vatte dit op als de leefregel voor zijn volgelingen. Oorspronkelijk waren de minderbroeders een soort 'geestelijke zwervers', niet gebonden aan enig klooster. Ze leefden in totale armoede, zonder individueel of gemeenschappelijk bezit. Zo was het hen ook verboden geld te accepteren: de minderbroeders leefden van dag tot dag door te bedelen en te werken.
Rond 1209 zocht Clara Favarone, een jonge vrouw uit Assisi, contact met
Franciscus om hem te mogen volgen. Clara (Chiara), 18 jaar op dat moment, volgde
Franciscus advies op, door stiekem het ouderlijk huis te verlaten in de nacht volgend op Palmzondag. Uiteindelijk vindt Clara, samen met haar zus Agnes, onderdak in de herstelde Damiaankapel.
In 1217 werd in Porziuncola het generaal kapittel van de Minderbroeders georganiseerd. Onder andere door zijn eerdere reis naar Spanje, groeide de ord
e. Zo'n 5.000 volgelingen telt
Franciscus slechts enkele jaren nadien. In 1224 trekt
Franciscus zich terug op de berg La Verna om te vasten voor de Michaelmis. Het is tijdens deze periode van vasten dat hij de stigmata ontvangt. Hij ondergaat vreselijke pijnen, die hem uitputten. Twee jaar later, in 1226, overlijdt
Franciscus na een korte periode van opkomend herstel.
Minderbroeders Franciscanen
Zodra Franciscus elf broeders heeft gekregen en ze dus met zijn twaalven zijn, gaan ze naar Rome om de paus goedkeuring te vragen om te leven volgens het evangelie. Na de erkenning door paus Innocentius III van deze Ordo Fratrum Minorum groeit dat aantal discipelen snel. In 1221 zijn er al ruim 3.000 minderbroeders. Naast hun toewijding voor prediken en liefdadigheidswerk, kenmerken de Franciscanen zich door hun toewijding voor studie. Onder invloed van herbezinning op Franciscus' idealen ontstonden in de 13e eeuw (Noord-West Europa al snel 15e eeuw!) andere opvattingen binnen de groep minderbroeders. Dit zorgde als het ware voor een driesplitsing in de Franciscaanse familie.
Minderbroeders Conventuelen
Er zijn volgelingen van
Franciscus, die na zijn dood zijn testament als letterlijke levensnorm bleven aanhouden, maar er zijn ook minderbroeders die in kloosters (ook convent genoemd) Franciscus volgen. Vanaf het midden van de 13e eeuw worden zij ook zo genoemd: minderbroeders conventuelen. Zij leggen meer de nadruk op een geregeld religieus leven met liturgie en prediking. Zij leggen daarmee een bredere, mildere interpretatie van de Minderbroeders. Johannes XXII bevestigde met een pauselijke bul 'Sancta Romana' de richting, die milder omgaat met het charisma van Franciscus. Zuiver onderhouden van de regel betekende niet zich krampachtig vasthouden aan de letter. Het testament van Franciscus had voor hen geen verplichtend karakter.
Spirituelen
Een tweede groep volgelingen noemden zich de spirituelen. Zij waren 'strakker in de leer' en vonden dat het ideaal van
Franciscus letterlijk moest worden gevolgd. Tot aan de dood van Bonaventura (1274) leverde deze verschillende inzichten geen noemenswaardige problemen op. Met dezelfde bul van paus Johannes XXII werden de spirituelen verboden, mede omdat zij iedere pauselijke verklaring verwierpen.
Observanten en Minderbroeders Kapucijnen
De volgelingen van
Franciscus die de letterlijke lijn wilden blijven volgen, trokken zich terug. Tegen het begin van de 15e eeuw echter nieuwe groepen die een stricte onderhouding van de regel voorstonden.
Een voorbeeld zijn de Coletanen (1412), ontstaan door de in Picardië geboren hervormster Coleta van Corbie (ookwel: Nicolette Boillet). Er waren meer van deze kleinere groepen die als 'observantenbeweging' kunnen worden beschouwd. Het is paus Leo X die een splitsing tussen de conventuelen en observanten bepaald.
Vanuit de observanten ontstond tussen 1528 en
1536 in Italië de orde van Minderbroeders Kapucijnen. Deze volgelingen van
Franciscus werden zo genoemd vanwege hun gewaad met spitse kap en wilde de eenvoudigheid en strengheid van de regel terug. Tijdens het concilie van Trente (1563) werden de Kapucijnen 'authentiek Franciscaans' beschouwd. Via de Franse provincie werden rond 1585 de eerste Kapucijnen richting de Nederlanden gezonden, die uiteindelijk onafhankelijkheid van Parijs kreeg. Als afzonderlijke orde werden de Kapucijnen erkend in 1619.
Leefregel
In 1221 later zet
Franciscus zijn leefregel vast op papier. Eerder al had paus Innocentius mondeling akkoord aan de regel en de orde gegeven. Deze eerste versie, een voorlopige redactie, kennen we daarom niet, maar wordt aangehaald als de ‘Regula Non Bullata’. De, op schrift gestelde, Regula Bullata' wordt op 29 november 1223 bevestigd door paus Honorius III. Het gaat in de regel van de minderbroeders om het onderhouden van het evangelie, levend in gehoorzaamheid, zonder eigendom en in kuisheid. Dit zijn de zogenaamde evangelische raden, die in de dertiende eeuw tot geloften werden die leden van religieuze gemeenschappen aflegden.
Organisatie
Het is gebruikelijk te zeggen dat
Franciscus drie orden heeft gesticht. De Eerste Orde is die van de Franciscanen, of Minderbroeders, fratres minores (OFM). Het bestaan gaat terug vanaf 1209, het jaar dat
Franciscus toestemming van zijn paus Innocentius III krijgt. Het is de grootste groep Franciscanen. De Eerste Orde is na de dood van
Franciscus uiteen gevallen in drie hoofdgroepen: de Conventuelen (1209), de Observanten
(1517) en de Kapucijnen (1619).
De Tweede Orde stichtte hij samen met Clara: de Arme Clarissen. De orde wordt in 1212 gesticht. In dat jaar kwam Clara bij Franciscus in de San Damianokapel met enkele volgelingen van haar.
Franciscus schreef geen formele regel voor de Clarissen. De regel die hen werd opgelegd werd samengesteld door Clara met hulp van twee kardinalen. Paus Innocentius IV keurde de regel goed in 1253.
Er is nog een Derde Orde van de Franciscanen. Het is een soort tussenvorm tussen kloosterlijk en wereldlijk leven voor degenen die hem willen volgen, maar door huwelijk, of andere verbonden niet de orde kunnen intreden. Traditioneel ligt het begin van de derde orde in ca. 1221. In de loop van de tijd ontstond de reguliere Derde Orde (gemeenschappen van mannen of vrouwen) en de seculiere Derde Orde (samenkomende leken). De derde orde wordt ook genoemd de Derde Orde van Boetvaardigen. In de jaren 60 van de vorige eeuw kreeg de seculiere orde een nieuwe naam, de Seculiere Franciscaanse Orde ofwel Franciscaanse Lekenorde.
Belangrijke Franciscanen
H. Franciscus van Assisi
H. Antonius van Padua
H. Bonaventura
H. Elisabeth van Hongarije
Belangrijke Clarissen
H. Clara van Assisi
Belangrijke Kapucijnen
H. Pater Pio
(met hartelijke dank voor de redactionele aanwijzingen van Hans Sevenhoven)