Navigatie: Home >

12-12-2006 / Kerk moet jeugd niet als ‘probleem’ zien

SNEEK - Kerken moeten ophouden jongeren in de kerk te bestempelen als een ‘probleem’. Volgens Ate Klomp, consulent Jeugd & Kerk bij het Protestants Dienstencentrum Fryslân, is ,,die andere ‘kijk’ naar de verhouding tussen jongeren en kerk van groot belang”. Dat zei hij gisteren op een avond in Sneek over ‘Jeugdkerken in Fryslân’, van het PDC Fryslân en het Friesch Dagblad. ,,De jeugd is niet het probleem en er is ook niks mis met de Boodschap, maar je moet ze bij elkaar zien te brengen.’’

,,Het lijkt wel eens of de moed binnen de kerk wat is opgegeven’’, zei Ate Klomp, consulent Jeugd & Kerk van het PDC Fryslân. ,,Dat de kerk niet meer gelooft jongeren te kunnen bereiken. De inhoud ís er wel, maar we krijgen die op de een of andere manier niet voor het voetlicht. Onze vormen zijn wat uitgewerkt.’’
 
,,Jeugdkerken zijn daarom wel eens een ‘noodsprong’ genoemd, of ‘een teken aan de wand’”, aldus Klomp. De nood is dat veel jongeren zich op geen enkele manier aangesproken voelen door de kerkdiensten zoals we die kennen. Bezwaren als: ‘de preek is te moeilijk’, ‘de preek gaat niet over mij’, ‘de liederen spreken me niet aan’, ‘het is altijd hetzelfde’ klinken. De aanpak van jeugdkerken daar tegenover: de preek is in gewoon Nederlands, persoonlijk, vaak interactief en beeldend, met liederen uit de moderne (opwekkings)traditie.
 
De benaming Jeugdkerk is wat verwarrend. ,,Het zijn geen nieuwe kerken; in de ogen van veel jongeren zelf zijn het ook geen kerkdiensten, maar bijeenkomsten waarin jongeren de toon zetten.’’ Onder de noemer Jeugdkerken vallen verschillende soorten diensten. De ‘echte’ Jeugdkerken zijn opgericht door jongeren zelf, andere Jeugdkerken zijn initiatieven binnen één of meer kerkelijke gemeenten. Tot de laatste categorie behoort de Dokkumer Jeugdkerk Qr¿us (spreek uit: curious - nieuwsgierig). Kerkelijk werker en medewerker van Qr¿us, Hilde Karssies, vertelde de ongeveer vijftig bezoekers in de Zuiderkerk in Sneek over de inmiddels twee jaar draaiende jeugdkerk en toonde een filmpje. ,,We zijn er mee gestart uit zorg voor jeugd die we dreigden te verliezen.’’ Belangrijkste motivatie voor Karssies was de vraag: hoe houden jongeren toch nog een band met de kerk?

Kansen

Als je Jeugdkerken een ‘noodsprong’ noemt, is het er wel één die kansen biedt, vindt Klomp. Hij ziet de Jeugdkerk dan ook niet als gevaar voor de bestaande kerk. ,,Je moet niet denken vanuit concurrentie, maar vanuit samenwerking.’’ De kerkelijke gemeenten zouden de jeugdkerk wel eens nodig kunnen hebben, stelt de consulent. Ze moeten zich volgens hem afvragen wat het succes achter de Jeugdkerk is. ,,Het is gebaseerd op de kracht van de blijde boodschap en op vriendschap.’’ Ook van groot belang is de ,,andere ‘kijk’ naar de verhouding tussen jongeren en kerk’’. ,,De jeugd is niet het probleem en er is ook niks mis met de boodschap, maar je moet ze bij elkaar zien te brengen.’’
Andersom hebben de jeugdkerken de kerken ook nodig, denkt Klomp. ,,Jeugdkerken zijn waarschijnlijk op zichzelf beperkt houdbaar, moeten zich voortdurend aanpassen om de aandacht vast te houden en na het eerste enthousiasme is verdieping nodig. De tweede stap is om aansluiting te vinden bij de gemeente. Er is een brug nodig tussen de jeugdkerk en de plaatselijke gemeente. Aan de ene kant moeten Jeugdkerken geen ‘binnenkerkelijk feestje’ worden. Andersom doet de Jeugdkerk een beroep: kan er binnen gevestigde kerken een verschuiving optreden, meer openstaan voor jeugd dankzij de Jeugdkerk?’’
Tegelijk signaleert Klomp dat kerken sterk vasthouden aan de gebaande wegen. ,,Waar blijkt uit dat de kerk iets geleerd heeft van de Jeugdkerk? Eigenlijk zouden we in de gemeente van alle kanten aan het werk moeten. Zouden we bijvoorbeeld goed moeten nadenken over de vormen in de dienst.’’ Hoe ziet Klomp dat voor zich? ,,Begin eens met een ‘denkgroepje’ en denk samen na over de vraag hoe je zou willen dat je kerkdiensten er over tien jaar uitzien. Dan ga je ook niet overhaasten, maar stap voor stap verder.’’
Ook Hilde Karssies benoemde de ,,grote kloof tussen de belevingswereld van jongeren en ouderen’’. Ze ziet nog niet zomaar gebeuren dat de kloof tussen de beleving van jongeren en ouderen in (gezamenlijke) vieringen overbrugd wordt. ,,Jong en oud kent elkaar vaak alleen ‘van een afstand’’’, zei Klomp. ,,Dat jongeren en ouderen elkaar echt ontmoeten, gebeurt eigenlijk veel te weinig. Wanneer je elkaar ontmoet, ga je elkaar ook wat beter begrijpen en anders beoordelen.’’
Dat het thema ‘Jeugdkerken’ leeft binnen de PKN in Fryslân bleek uit de opkomst én de vele vragen die gesteld werden. De bezoekers gaven elkaar ook diverse suggesties als: ‘Maak een combinatie van een stuk of vijf, zes dorpen en zet samen iets als een jeugdkerk op’.‘Probeer er voor te zorgen dat iedere leeftijdsgroep zijn plekje krijgt in de gemeente’ en ‘Luister naar de jongeren zelf, want zij zijn straks wel de toekomst van de kerk.’
Nadat er eerst vooral óver jongeren was gepraat, kwam later ook een enkele jongere aan het woord. Ze waren op een hand te tellen. Sytze Kruisenga (18), penningmeester van Jeugdkerk Movement in Bolsward, had meer jongeren verwacht. Hij vond het wel positief te horen ,,hoeveel verschillende Jeugdkerk-initiatieven er zijn in Fryslân’’. Geloven hoeft niet per se via de reguliere kerk te lopen, vindt Sytze. ,,Er zijn wel meer manieren om bekend te worden met het geloof.’
Volgens Klomp krijgen kerk-zijn en geloven ,, andere vormen, dan die voor ons gewoon zijn”. Dat uit zich onder meer in de reguliere kerkgang.
 
Ook Klomp denkt dat kerken misschien hun insteek moeten veranderen en ,,wat anders moeten gaan denken’’. ,,Jongeren die vier keer per jaar naar een jeugdkerk gaan, mag je best kerkelijk betrokken noemen. Op de vraag aan iemand of ze kerkelijk betrokken was, antwoordde diegene: ‘Jazeker ben ik kerkelijk betrokken. Ik ga zes keer per jaar naar de kerk.’ Wij denken vaak: ‘Hij of zij komt maar af en toe in de kerk. Dat is niet zo mooi’.”Door de Jeugdkerk houden jongeren toch op een of andere manier ,,het lijntje met de kerk’’, stelde Klomp.
 
 
Bron: Friesch Dagblad/
HANNEKE GOUDAPPEL

Citaat

Geen uwer, en ik al evenmin, is theoloog, maar wel zijn wij, wat daarvan vrijwel het synoniem is, Nederlanders.
Gerard Reve
 

Zoeken

 
 
 
 

Pagina opties

A A A

(c) Sint Isidorusweb 2001-2009