Navigatie: Home >

19-6-2007 / De invloed van onderwijs, werk en relaties op kinderloosheid onderzocht

Kinderloosheid staat de laatste tijd weer volop in de belangstelling. De focus ligt daarbij vooral op de relatie tussen opleiding/werk en kinderen krijgen. Andere dimensies worden vaak onderbelicht. Met nieuw onderzoek, waarin naast opleiding en werk ook gedetailleerd wordt gekeken naar de relatiegeschiedenis, is inmiddels een begin gemaakt. Op basis van de onderzoeksresultaten lijkt een aanpassing van het beleid ten aanzien van kinderloosheid voor de hand te liggen.

 

Niet alle mensen krijgen kinderen. In wetenschappelijk onderzoek naar kinder- loosheid werd lange tijd onderscheid gemaakt in vrijwillige en onvrijwillige kinder- loosheid. Mede door de komst van de pil in de jaren zestig werd het wel of niet krij- gen van een kind daarbij steeds meer als een bewuste keuze gezien. Tegenwoordig komen onderzoekers daar echter van terug. De groep mensen die op jonge leeftijd aangeeft geen kinderen te willen en uiteindelijk ook kinderloos blijft, blijkt vrij klein te zijn. Mensen die onvruchtbaar zijn, hebben bovendien al helemaal geen keuze. Een veel grotere groep blijft echter kinderloos zonder expliciet te hebben be- sloten dat ze wel of geen kinderen willen krijgen. Recent onderzoek suggereert dat mensen veel vaker door keuzes te maken met betrekking tot opleiding, werk en relatievorming kinderloos eindigen. Tot een leven zonder kinderen lijkt in de realiteit dus veel implicieter te worden besloten.

 

Levensloopbenadering Om na te kunnen gaan hoe en in hoeverre gedragingen en omstandigheden met be- trekking tot onderwijs, werk en relatievorming van invloed zijn op kinderloosheid wordt op basis van gegevens die werden verzameld in het kader van de Netherlands Kinship Panel Study (NKPS, zie kader) de levensloop van mensen bestudeerd. In eerder onderzoek naar kinderloosheid is vooral gekeken naar huidige kenmerken, bijvoorbeeld of mensen op dit moment werk hebben en of zij nu een relatie hebben. Dat hier voor de levensloopbenadering is gekozen, heeft ermee te maken dat gedragingen en omstandigheden in het verleden veel invloed kunnen hebben op de mogelijkheden die mensen nu hebben. Bovendien levert een dergelijke benadering nog meer informatie op: dat mensen nog nooit een partner hebben gehad zegt bijvoorbeeld veel meer over de mogelijkheid om kinderen te krijgen dan dat ze nu geen partner hebben.

 

Verschillen tussen mannen en vrouwen Het onderzoek richt zich op de levensloop van zowel mannen als vrouwen. In eerdere studies was er relatief veel aandacht voor vrouwen. De levenspaden die leiden tot kinderloosheid lopen voor mannen en vrouwen vermoedelijk echter heel verschillend. Ten eerste omdat de biologi- sche vruchtbaarheid van vrouwen een heel an- der verloop heeft dan die van mannen en ten tweede omdat vrouwen in hogere mate belem-meringen ondervinden bij het combineren van zorg en werk. De resultaten laten voor mannen en vrouwen inderdaad verschillen zien in de levenspaden die leiden tot een kinderloos bestaan. Vrouwen met een hoge opleiding hebben een grotere kans om kinderloos te blijven dan vrouwen met een lagere opleiding. Elk extra jaar opleiding verhoogt de kans om kinderloos te blijven met 14 procent. Opleiding heeft bij mannen daarentegen geen significant effect. Vrouwen die hun loopbaan niet hebben onder- broken hebben 31 procent meer kans om kin-derloos te blijven, mannen echter 38 procent minder. Terwijl voor mannen een stabiele, on- onderbroken carrière dus een vereiste lijkt, sug-gereren de onderzoeksresultaten voor vrouwen het tegenovergestelde. De relatiegeschiedenis zegt het meest over de kans om kinderloos te blijven. Vrouwen die nooit een partner hebben gehad hebben bijna zeven keer zoveel kans om kinderloos te blijven als vrouwen die een partner hebben (gehad). Bij mannen zonder partner is dat bijna 12 keer zo-veel. De redenatie lijkt hier dat mannen minder makkelijk een kind overhouden aan een kort-stondige relatie dan vrouwen. Mannen die meer relaties hebben gehad hebben een meer dan twee keer zo grote kans om kin-derloos te blijven dan mannen die één relatie hebben gehad. Voor vrouwen is deze kans een stuk kleiner. Dit suggereert dat voor mannen de kans om kinderloos te blijven wordt bepaald door degene die hun liefdespad kruist. Vrouwen grijpen een nieuwe relatie iets vaker aan om aan het ouderschap te beginnen.

 

Mannen en vrouwen verschillen echter niet in alle opzichten. Voor zowel vrouwen als mannen is de kans groter dat zij kinderloos blijven naarmate zij meer jaren geen partner hebben gehad. Elk extra jaar zonder partner verhoogt hun kans om kinderloos te blijven met ongeveer 16 procent. Ten slotte blijkt de leeftijd waarop de eer- ste relatie wordt gestart noch voor mannen, noch voor vrouwen van invloed op de kans om kinderloos te blijven.

 

Beleid De afgelopen tien jaar is het beleid er in Neder- land op gericht geweest om de combinatie van werk en de zorg voor kinderen te vergemakke-lijken om zo vrouwen te stimuleren om kinde-ren te krijgen. De vraag is echter of dat beleid erg effectief is. Hoewel de meeste kinderen in ons land tegenwoordig worden geboren bij werkende moeders zijn de percentages kinderlozen namelijk niet gedaald. Vrouwen die menen dat hun carrière niet met kinderen is te combineren stellen bijvoorbeeld het krijgen van een serieuze relatie uit, aangezien deze zou kunnen leiden tot het krijgen van kinderen. Mannen richten zich eerst op een stabiele carrière en het vinden van een partner, waarna ze kinderen willen om het plaatje compleet te krijgen. Opleiding, werk en relatievorming kunnen dus niet los van elkaar worden gezien en de effecten ervan moeten daarom gezamenlijk en niet ge- scheiden worden bestudeerd om inzicht te krij- gen in de huidige kinderloosheidscijfers. Op basis van de onderzoeksresultaten lijkt een aan- passing van het beleid ten aanzien van kinderloosheid voor de hand te liggen.

 

HET ONDERZOEK Om na te gaan welke levenspaden leiden tot kinderloosheid, en of deze voor mannen en vrouwen een verschillend verloop hebben, wordt gebruik gemaakt van de gegevens die werden verzameld in de Netherlands Kinship Panel Study (NKPS, zie hieronder). Kinderloosheid Kinderloosheid is in het onderzoek gedefinieerd als het niet hebben van biologische kinderen. Alleen mensen van boven de 40 worden bestudeerd. De reden om mensen onder de 40 uit te sluiten is dat de kans bestaat dat zij op latere leeftijd nog kinderen krijgen en dat zou de resultaten kunnen vertekenen. In de onderzoekspopulatie is 1/5 deel van de mannen en 1/6 deel van de vrouwen kinderloos gebleven. Levensloopfactoren Het onderzoek richt zich op opleiding, werk en relaties. Opleidingsniveau wordt gemeten aan de hand van het aantal jaren dat iemand onderwijs genoot, werk aan de hand van de continuïteit in de loopbaan. Zij die in hun loopbaan meer dan één keer werkloos zijn geweest, worden omschreven als mensen met een onderbroken carrière. De relatiegeschiedenis wordt aan de hand van drie factoren gemeten: het aantal jaren dat iemand geen relatie heeft gehad tussen het 20ste en het 40ste levensjaar, het aantal relaties dat iemand heeft gehad tussen het 20ste en het 40ste levensjaar, en ten slotte de leeftijd waarop de eerste relatie werd aangegaan. Een relatie is gedefinieerd als het samenwonen (al dan niet getrouwd) met een partner.

 

Bron: Demos, mei/juni 2007

Citaat

Een gulle lach brengt zonneschijn in huis
Joodse wijsheid
 

Zoeken

 
 
 
 

Pagina opties

A A A

© Isidorusweb 2001-2009 - Aanvullingen? Wijzigingen? Reageer op deze pagina