23-10-2007 / Bredase familie geeft 'zouaaf' aan Zouavenmuseum |
BREDA/OUDENBOSCH - Omdat ze het 'zo zielig' vinden dat het Nederlands Zouavenmuseum in Oudenbosch nét naast een begeerd schilderij greep, op een kunstveiling. Omdat 'heeroom' Wim het als zijn laatste wil had geuit. En omdat het bijzondere familiestuk aan de muren van het West-Brabantse museum het meest tot zijn recht komt.
Daarom wil de Amsterdams-Bredase familie Lauwers-Baars een dierbaar olieverfschilderij van zo'n 140 jaar oud vandaag naar het Zouavenmuseum brengen. Op het schilderij staat een familieheld afgebeeld, krijgshaftig van kepie tot witte slobkousen, met zwaard en gehuld in dat merkwaardige blauwgrijze Turkse uniform met pofbroek en roodbruine biezen en borduursel. De pauselijke zouaven waren een vrijwilligerskorps dat de Kerkelijke Staat binnen Italië verdedigde. Er waren veel Nederlanders onder, gerecruteerd uit de kinderrijke rooms-katholieke gezinnen in West-Brabant en daarbuiten. De uitzending naar Rome ging meest via Oudenbosch.
Het is oudoom Louis (Aloysius) Lauwers, tuinman in Amsterdam, die zouaaf werd in december 1866. Hij maakte als soldaat de veldtocht en de Slag bij Mentana in 1867 mee, die het zouavenleger tegen een drievoudige meerderheid van Italiaanse 'roodhemden' onder Garibaldi won. Hij kreeg de Mentana-medaille, de pauselijke onderscheiding Bene Merenti en het erekruis Fidei et Virtuti. Op oudjaarsdag 1868 kreeg hij ontslag. Het portret van zouaaf Louis hing altijd bij 'heeroom' Wim Lauwers, die als priester in de oorlog ondermeer in Bergen op Zoom, Oudenbosch en Asten had gestaan. Toen deze Priester van het Heilig Hart (SCJ) twee jaar geleden overleed, had hij in zijn laatste wil beschikt dat het schilderij naar het museum in Oudenbosch moet. Zijn nog levende jongste zus, Rietje (Maria) Lauwers uit Amsterdam (82), wil die belofte nu inlossen. Zij heeft als kind oudoom Louis nog gekend. Haar Bredase dochter Simone Baars: "Ik zie het ook als goedmakertje voor het museum, hebben ze dit schilderij tenminste dan toch..."
Bron/lees verder:
BN De Stem