23-10-2007 / Pastoraat rond euthanasie roept pijnlijke vragen op |
DEN BOSCH - Een paar jaar geleden sprak bisschop Hurkmans van ’s-Hertogenbosch dat een priester zich respectvol moet terugtrekken als iemand blijft kiezen voor euthanasie.
Wat deze oproep in de praktijk betekent konden we afgelopen zaterdag in deze krant lezen. Een terminale patiënt die voor euthanasie koos kon in Kaatsheuvel geen kerkelijke uitvaart krijgen. De pastoor weigerde, omdat de rooms-katholieke kerk zich op het standpunt stelt dat ’we geen dodende mensen moeten worden’, aldus de pastoor.
In algemene zin verdient dit standpunt instemming. Wat moet er van deze samenleving terecht komen als mensen zich erop toeleggen elkaar en zichzelf te doden? De vraag is echter of je een doodziek- en intens en uitzichtloos lijdend mens, die om euthanasie vraagt, primair als een dodend wezen dient te beschouwen. Wat dat betreft is het verhelderd het euthanasiedebat van de afgelopen jaren nog eens voor de geest te halen.
Het springende punt daarin was dat rechters tot de conclusie kwamen dat je een arts die een patient helpt bij zelfdoding in een uitzichtsloze situatie niet voor moord kunt veroordelen. Zo’n arts kon zich (als alle zorgvuldigheidseisen in acht waren genomen) met succes beroepen op overmacht: zijn eed verplicht hem een mens te helpen en de enige manier waarop hij dat kan, is hem een zachte dood te geven.
De Brabantse pastoor, daarin gesteund door het bisdom, lijkt zich daarentegen op het standpunt te stellen dat er wel degelijk een uitweg bestaat uit dit dilemma en soms is dat ook zo. In Nederland bijvoorbeeld is de palliatieve zorg en bijbehorende pijnbestrijding slechts langzaam van de grond gekomen. Maar ook nu die zorg inmiddels zoveel beter is, blijven in een aantal gevallen patiënt en dokter tegen het dilemma aanlopen dat (hulp bij) zelfdoding de enige uitweg is.
Ook in die gevallen staat het de pastoor vrij zijn eigen afweging te maken, zo goed als trouwens ook een arts dat mag doen. Dat neemt niet weg dat die afweging in het concreet beschreven geval keihard was: hier zou sprake zijn van een dodende mens die niet begraven mag worden in gewijde grond.
Een andere geestelijke zei naar aanleiding van dit geval: als pastor moet je naast de mensen gaan staan en je niet blindstaren op wat paus en bisschoppen vinden, het gaat om de laatste eer van een parochiaan. Deze pastor heeft een open oog voor het dilemma. Het is hoe dan ook een standpunt dat van meer mededogen blijk geeft dan de rechtlijnigheid waarmee het bisdom zich distantiëert van iedere vorm van actieve levensbeëindiging.
Bron/lees verder:
Trouw/Commentaar