23-11-2007 / Chantal Kortmann / Vrouwen in het ambt |
Dr. Marieke Haan ervaart in
haar column van 16 november dat er wordt geworsteld door de Congregatie voor de Geloofsleer over het antwoord op de vraag waarom vrouwen geen priester kunnen worden. Zij verklaart het standpunt van het voorbeeld van Jezus, die de vrouwen in Zijn leven geen apostelen heeft gemaakt. Hij heeft tegelijkertijd er wel voor gezorgd dat in Zijn Kerk de hoogste eerbied wordt geschonken aan een vrouw, namelijk zijn moeder Maria, dit terzijde.
Maar er is een veel diepzinnigere reden waarom het absoluut onmogelijk is dat vrouwen priester zouden worden. God heeft Zijn Zoon op aarde gezonden om ons de Blijde Boodschap te verkondigen en ook om ons te verlossen uit de dood, om een Offer te brengen aan God om ons zo vrij te kopen. Dit Offer is de gave van Jezus zelf. Hij zegt dat het de hoogste daad van liefde is, als je je leven wil geven voor je vrienden. Hij heeft dit op Goede Vrijdag gedaan. Voor alle mensen, zelfs die geen vriend van Hem zijn. God is Liefde en deze daad van liefde door God zelf is de bron geworden van waaruit de dorstige Kerk gelaafd wordt. Daarom is het hoogtepunt van elke Eucharistieviering het moment waarop het offer opnieuw gebeurt, maar dan niet bloedig, maar sacramenteel. Dit moment van de consecratie is als het ware een teletijdmachine.
Voor God is er geen tijd en wanneer de priester de instellingswoorden uitspreekt, word je verenigd met het moment van het Kruisoffer en het Laatste Avondmaal tegelijkertijd, want het Laatste Avondmaal was een voorafbeelding van het Offer. Op dat moment stapt de priester ook in Gods logica. Hij verandert zelf, want hij staat aan het altaar als Persona Christi, in de persoon van Christus. Hij wordt als het ware Christus zelf en spreekt daarom ook de consecratiewoorden uit in de eerste persoon. Door de woorden van de priester wordt het brood compleet veranderd en ook de wijn. Het lijkt alsof er niets gebeurd, maar in werkelijkheid zien we na de Consecratie de verrezen en verheerlijkte Heer, God zelf, voor ons in de gedaante van smetteloos zuiver, maar o, zo kwetsbaar brood.
Wij weten dat Jezus de Zoon van God is, hoe zou een vrouw dan ooit Christus zelf kunnen worden aan het altaar?
Als we eerlijk kijken naar de Kerk van vandaag, dan zien we de gelijkwaardigheid van de vrouw in de meest perfecte vorm geëtaleerd. Het moederschap en het priesterschap worden, naar mijn aanvoelen, even waardig geacht. Sterker nog, Jezus knielt voor Zijn leerlingen en wast hen de voeten, het teken van de ultieme nederigheid. Maria wordt niet geprezen omdat ze zichzelf zo geweldig vond dat zij de moeder van God mocht zijn en dus de belangrijkste plaats in de hemel mocht krijgen. Zij is de Dienstmaagd des Heren en het voorbeeld voor elke gelovige. Als mens moeten we ons aan haar nederigheid spiegelen. Als we ons naast God zetten zijn we toch maar miezerige miertjes, niet waar? We moeten Jezus navolgen (Hij was man en God) en Maria als voorbeeld en voorspreekster nemen (zij was vrouw en enkel mens).
Je mag ook niet vergeten dat een mens het ambt niet opneemt, maar geroepen wordt door Christus zelf, zoals hij Zijn leerlingen in het Nieuwe Testament heeft geroepen. Vrouwen die het ambt zouden willen opeisen doen er goed aan om het katholieke geloof eens te bestuderen. Maria eist nooit iets op, haar wordt gegeven. Zij is geen paus geworden, en toch is ze belangrijker dan Petrus. Het gaat hem niet om het postje dat je bekleedt, maar om je hart en om je nederigheid en die uit zich in tedere liefde voor God. God leidt Zijn Kerk, laten we op Zijn oordeel vertrouwen. Het zou een beetje vreemd over kunnen komen als we, als miertje, tegen die grote God zouden zeggen wat Hij moet doen!
dr. Chantal Kortmann