Navigatie: Home >

24-11-2007 / Bisdom Haarlem reageert met feitelijke gegevens over Kerk en Ambt

HAARLEM - In de discussie over het Dominicaanse pleidooi voor de door de gemeente gekozen “eucharistische voorganger” heeft stafmedewerker Kerkopbouw M. Frederiks van het bisdom Haarlem een bijdrage geleverd. In tegenstelling tot de meeste standpunten onderbouwt Frederiks zijn argumentatie niet met theologische, maar met feitelijke gegevens.

De halve waarheid
Sinds het uitkomen van de brochure Kerk en ambt, onderweg naar een kerk met toekomst van de Dominicanen in het najaar van 2007 is er een discussie gaande over de eucharistie of beter: het gebrek daaraan in Nederlandse parochies en vervolgens met name over de vraag wie er mag voorgaan in deze viering. Los van theologische argumenten valt er vanuit het vakgebied Kerkopbouw ook het een en ander over dit onderwerp en deze problematiek te zeggen.

Veranderde samenleving
Vanaf de jaren van het Tweede Vaticaans Concilie waar de auteurs van de brochure o.a. op teruggrijpen en de huidige situatie is er veel veranderd in onze samenleving en daarbinnen met de katholieken. Zij zijn in die jaren in aantal meer dan gehalveerd (van 35% in de jaren zestig naar 16% van de bevolking in 2006). En volgens de prognoses zakt het nog naar 10% in het jaar 2020. Dat is niet de vrucht van het ontmoedigingsbeleid van bisschoppen of de kerkelijke hiërarchie, maar het effect van een tijdsbeeld en cultuur die je kunt typeren met begrippen als: secularisering en ontzuiling, individualisering en mobiliteit. We zijn verhuisd uit het vertrouwde ‘dorp van Wim Sonneveld’ en gaandeweg wereldburgers geworden. Instituties zoals kerken, maar ook (vak)verenigingen en politieke partijen, hebben het vandaag moeilijk en hebben veel leden verloren. Mensen trekken zich steeds meer terug in hun privédomein en hun eigen (inter-)netwerk. Ze zijn nauwelijks nog verbonden met de directe omgeving, de buurt of wijk.

Veranderingen m.b.t. kerkgang
Een andere tijd valt ook af te lezen aan het aantal betrokken kerkleden. Als je bijvoorbeeld alle wekelijkse kerkgangers van alle kerkgenootschappen bij elkaar optelt (816.000) en deelt door het aantal kerkgebouwen dat zij met elkaar hebben (4.240), dan hebben gemiddeld iedere 200 kerkgangers een eigen gebouw. De helft daarvan is bovendien een kostbaar monument!
Alleen al in het bisdom Haarlem hebben we 186 kerkgebouwen voor 35.949 kerkgangers in het weekend. De verhouding hier is gemiddeld 1 op 193. Er zijn parochies met het dubbele aantal kerkgangers, maar een aantal haalt de helft daarvan niet eens! Het bisdom heeft daarbij in vergelijking met vroeger ook veel minder pastoraal werkenden. In actieve dienst (zonder een groot aantal emeriti): 89 priesters, 12 diakens en 64 pastoraal werk(st)ers, totaal 165. Als de priesters in een weekend op twee plaatsen zouden voorgaan, kan er bijna overal een eucharistie zijn. Maar dan moet je wel optellen en echt eerlijk delen!

Toekomstgericht
Het allerbelangrijkste is het wellicht om niet alleen maar te blijven “staren op wat vroeger was”, maar eens werkelijk de handen ineen te slaan en aan “iets nieuws te beginnen”. We hebben zoals gezegd te maken met het aantal katholieken dat enorm is terug gelopen, het aantal kerkgangers dat nog steeds daalt en het aantal pastores dat ook niet meer is wat het geweest is. Maar gelet op deze aantallen permitteren we ons vandaag wel te veel parochies, te veel kerkgebouwen en te veel vieringen.

En ook dat is pas de halve waarheid. De volkskerk is immers echt voorbij. Uit die periode stamt namelijk dat fijnmazig netwerk van kerkgebouwen en wel in elke stadswijk, in elke buurt en elk dorp. Zelfs de vrijwilligerskerk die ná het concilie opkwam, vrucht van inspraak en medezeggenschap, is al over de top. Bovendien zijn we er toch niet primair om het alleen met elkaar in een slinkende gemeenschap te blijven doen. We zullen dus echt de bakens moeten verzetten en samenwerking met elkaar moeten zoeken in een regio of ander verband.

Dankzij die samenwerking krijgen ook de priesters, diakens en pastoraal werk(st)ers eindelijk de mogelijkheid te werken aan de missionaire opdracht in de wereld van vandaag. Maak tijd en energie vrij om de boodschap van het evangelie aantrekkelijk(er) te brengen naar mensen van deze tijd. Mensen die snakken naar spiritualiteit en zingeving. Daar zijn nieuwe initiatieven voor nodig. En dat begint meestal niet met een eucharistieviering!

Laten de parochies en pastores zich dus vooral kritisch bezinnen op hun taak als kerk in deze tijd, wat ze zijn en hoe de toekomst eruit ziet, en daar de consequenties uit trekken die er bij passen. De echte missionaire taak raakt nu te veel ondergesneeuwd door de focus op problemen die uit het verleden zijn voortgekomen.

drs. M.N.F.M. Frederiks, Stafmedewerker kerkopbouw
Bisdom Haarlem. november 2007

Bron/lees verder: Bisdom Haarlem

Citaat

God heeft zout in onze monden gelegd, opdat wij naar Hem zouden dorsten.
Augustinus

Heilige van de dag

6-3-2008

Coletta

 

Zoeken

 

Nieuws

Priesters Polen downloaden andermans internetpreken
„Baanbrekend overleg Vaticaan en moslimleiders"
Zendingswerk bedreigd door film Wilders
Dominee Ian Paisley stopt ermee
Standbeeld van Galileo Galilei komt in Vaticaanstad
Italiaanse priester (83) van ambt ontheven
Week van het Christelijke Boek 'Toen ik een kind was'
Vaticaan: 'Alleen drie-enige doop is geldig'
Brandveiligheid Rotterdamse kerken laat te wensen over
Thema wereldgebedsdag: wijsheid en inzicht
Spotje Humanistisch Verbond niet kwetsend voor gelovigen
Borremans nam ontslag vanwege conflict
Scholen moeten acceptatie homoleerlingen vergroten
Amerikaanse minister stapt op na uitspraak "Bijbel is belangrijker dan werk"
Parochies verliezen zelfstandigheid
Frans Maseland / Onze levensweg kruist zijn lijdensweg
Caroline Tax / Zelfmoord op recept
Driekwart Nederlanders voor euthanasiepil
Arnhemse kerken bundelen krachten voor overleg met gemeente
Gospelkoor Inside Out bij finale Idols én Stille Omgang

Meer nieuws >>
 
 
 

Pagina opties

A A A


© Isidorusweb 2001-2009 - Aanvullingen? Wijzigingen? Reageer op deze pagina Disclaimer