10-12-2007 / Adventsgedachte: Gebed om vrede / Marian Visser van Klaarwater |
Advent. Ad veniat. Hij komt.... Maar komt met Hem ook de vrede? Vroeger wist ik niet wat ik op deze vraag moest antwoorden. Totdat ik in 2005 de fraaie Franciscuskerk in Sint Truiden (België) bezocht. Ik knielde neer en bad voor het beeld van de Heilige Franciscus om vrede in deze wereld. Opeens stapte er een pater naar mij toe en gaf mij onderstaand ‘gebed om vrede’, dat toegeschreven wordt aan de Heilige Franciscus.
Heer, maak mij tot instrument van Uw Vrede!
Laat mij, waar haat is ‘liefde’ brengen
Waar wrok is...vergeving Waar tweedracht is...eenheid
Waar dwalingis...waarheid Waar twijfel is...geloof Waar wanhoop is...hoop
Waar duisternis is...licht Waar verdriet is, vreugde brengen,
Heer, maak dat ik er meer op uit ben te troosten, dan getroost te worden
te begrijpen, dan begrepen te worden,
te beminnen, dan bemind te worden,
Want door te geven, krijgen wij, door te vergeten, vinden wij
door te vergeven, wordt ons vergeven
door te sterven, verrijzen we tot het eeuwige Leven!
Het gebed wees me erop dat vrede niet alleen een zaak van God is maar vooral van onszelf.
Zo wijst het eerste couplet, volgens mij, op de keuze tussen goed en kwaad. We kunnen God niet de schuld geven van alle ellende in de wereld. Door ons de vrije wil te geven maakte Hij ons tot Zijn medescheppers. Hoe de wereld eruit ziet bepalen we dus voor een groot deel zelf.
In het tweede couplet vragen we God om ons te behoeden voor de valkuilen van ons ego. Zoals de verwachting dat anderen ons in nood helpen, omdat we zelf altijd voor iedereen klaar staan. Zoals de mening dat onze zienswijze vanzelfsprekend is en dus geen verdere uitleg behoeft. En dat we vooral van anderen houden omdat we ons goed voelen door de liefde die we daarvoorterugkrijgen.
Pas wanneer we zelf de minder fraaie kanten in ons zelf loslaten, gaan we op weg naar vrede. Het is dit vertrouwen dat, volgens mij, doorklinkt in het laatste couplet.
De laatste regel doet me beseffen dat ons aardse leven eindig is. We zijn als druppels in een oceaan. Even spatten we op. Daarna verdwijnen we opnieuw in het eeuwig zijn. Eigenlijk is het niet zo belangrijk wat we doen. Het gaat erom dat we het doen.
Marian Visser van Klaarwater