23-1-2008 / Frans Maseland / Overweging naar Johannes 1, 29-34 |
“Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt”.
“Ook ik kende Hem niet.”
In het evangelie van jl. zondag
hoorden wij Johannes de Doper dat twee maal zeggen.
De evangelist Johannes brengt ons,
hij vertelt ons, het verhaal over Johannes de Doper.
Johannes de Doper ook wel Sint Jan genoemd, hij was een joods profeet.
Elisabet was zijn moeder.
Elisabet was een nicht van de moeder van Jezus
Hij was de een zeer gelovige man,
die later als martelaar de geschiedenis in zal gaan,
hij werd op brute wijze ter dood gebracht.
In zijn prediking houdt Johannes ons bij herhaling voor,
dat niet hij het is
waarnaar uitgekeken wordt en waarover geschreven is en gesproken werd
in die tijd, maar dat er iemand komt.
Zo staat in het vervolg van het verhaal te lezen,
dat hij, Johannes, niet waardig is, om zijn schoenriem los te maken.
Ook ik kende hem niet, zegt Johannes
en toch bleef Johannes geloven dat er iemand na hem zou komen
die groter en sterker zou zijn dan hij.
Daarover predikte Johannes,
totdat hij Jezus op zich af ziet komen,
terwijl hij aan het dopen is.
Jezus liet zich dopen door Johannes,
en bij deze gebeurtenis zou de Heilige Geest
als een duif op Jezus hoofd zijn neergedaald
Zo verteld ons de schrift en vervolgens:
En dan komt het,
dan gaat er een licht op bij Johannes
en dan zegt hij,
in de gelovige overtuiging:
"Daar is het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt”
Die woorden, uitgesproken door Johannes,
zijn levende woorden geworden,
woorden die tot op de dag van vandaag nog steeds klinken
in onze gelovige bijeenkomsten.
Wij horen ze vaak in de Eucharistie
Het is voor de meesten van ons een zo vanzelf sprekende,
bekende zin:
“Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt”.
Bij nader inzien en als wij er wat bewuster naar kijken,
is het een vreemd gedeelte, een voorstelling.
Jezus wordt zomaar voorgesteld als een dier
en dat komt ons in een eerste gedachte wat vreemd over.
Maar toch als wij er wat nader naar kijken
en er zo wat meer over gaan nadenken en lezen,
kunnen en mogen wij
er een andere invulling aan geven.
Wanneer wij spreken over een lam,
dan gaan onze gedachten naar de eerste lenteboden.
Binnenkort zie je de eerste lammeren weer bij de schapen lopen.
Het geeft een gevoel van voorjaar,
van nieuw leven,
een leven van zachtmoedigheid,
van tederheid, van onschuld.
Bij de Joden was het gebruikelijk,
wanneer zij het Paasmaal vierden,
dat er een onschuldig lam
werd geofferd, naar de slachtbank werd geleid.
Wanneer Johannes dan ook Jezus aankondigt
als Lam Gods,
dat zegt hij eigenlijk:
dit is iemand die zachtmoedig is en teder van hart,
als een lam, dienaar Gods.
Een naam die Johannes aan Jezus geeft,
een naam van een weerloos,
Onschuldig, aaibaar dier.
Lam Gods, die naam kreeg Hij,
naast meerdere namen zoals:
De Messias,
de gezalfde.
De zoon van God, waarop iedereen staat te wachten,
komt niet als machthebber of als een leeuw,
nee, hij komt als een onschuldig lam.
Daarover had de profeet Jesaja, honderden jaren daarvoor al gezegd
“Hij zal komen als een lijdende dienaar van God.”
Hij wordt mishandeld en ondergaat het gedwee zonder protest
als een lam dat ter slachting geleid wordt Jes 53-7.
Voor ons nu, heeft een lam meer een knuffelkarakter.
In de tijd van Jesaja en Johannes werden lammetjes,
zeker de eerstgeboren lammeren,
gebruikt om een offer te brengen aan God.
Een offer kostte hen in die tijd een deel van hun vee,
ze gaven het aan God terug
uit dankbaarheid.
Wij mogen gelukkig zijn dat wij nu in onze tijd
anders zijn gaan denken
en niet nodeloos bloed gaan vergieten, als dankoffer.
Nee, in de Heilige Schrift staat duidelijk vermeld,
dat het God niet gaat om bloederige offers te brengen,
maar om dienstbaarheid en naastenliefde onder elkaar
en daar God in te herkennen
Het is moeilijk, soms best moeilijk, om te ervaren,
om God te zien in onze naaste.
Wij mensen komen ondanks een vertrouwvol geloof
soms te staan op een moment van twijfel.
Dat komt omdat wij niet ontvangen
waarnaar wij verlangen,
wij raken teleurgesteld.
Alles willen wij graag bewezen hebben.
Wij willen het kunnen uitleggen.
Wij willen om het maar eens kort te zeggen,
zelf de touwtjes in handen houden.
En het gevolg daarvan kan zijn
dat mensen niet meer samenkomen
voor het danken en vieren in gezamenlijke liturgie.
Velen zetten zich in om de geloofgemeenschap levend te houden.
Zij zijn op zoek zijn naar nieuwe wegen, naar andere invullingen,
naar andersoortige vieringen.
Vieringen die mogelijk meerdere gelovigen aanspreken.
Vieringen die ook de jonge mens meer aanspreken.
Bijeenkomsten waar de juiste woorden en gebaren te vinden zijn
om de gedachte aan Jezus levend te houden en ernaar te leven.
Wij moeten ons eigenlijk blijvend de vraag stellen:
Kennen wij Hem wel echt?
Wordt Hij gekend in de wijze waarop wij met elkaar omgaan?
Johannes roept ons vandaag op om ons geloof,
ons doen en laten te ijken op Jezus zelf.
Door steeds weer opnieuw ons te bekeren,
nieuwe inzichten durven aan te dragen.
Door om te gaan met je naaste,
door je dienstbaar op te stellen in navolging van Jezus,
genoemd: “Het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt”.
De boodschap welke het evangelie ons vandaag wil meegeven is:
Worden wij herkend door de wijze waarop wij met elkaar omgaan?
Niemand heeft ooit God gezien.
Net als Johannes kunnen wij zeggen:
“Ook wij kennen Hem niet”. Maar dank zij de mens geworden Zoon van God Jezus Christus die voor ons is geworden
en zich heeft geopenbaard
weten en kennen wij hem
Dat Hij het is, onze verlosser,
de messias
“Het Lam Gods dat de Zonden van de wereld wegneemt”
ook voor ons nu in 2008,
Dat geloof in hem, dat vertrouwen,
dat licht waarover Jesaja sprak, voorop het teksboekje, geven wij,
wij die nu geloven, door geven aan hen die na ons komen.
Laten wij bidden dat wij een gelovige schakel mogen zijn ,
net als Jesaja en Johannes het waren, in de voetsporen van Jezus.
Zij zijn het die ons het geloof doorgaven
Dat wij die schakel niet verbreken en mogen blijven geloven
en vertrouwen op Hem. “Het Lam Gods dat de Zonden van de wereld wegneemt”
Amen
Frans Maseland, 22 januari 2008