25-1-2008 / De nieuwe aartsbisschop gaat het mes erin zetten |
ZEIST - Van een bankroet is geen sprake. Daarvoor heeft de kerk nog voldoende vermogen. Maar zonder reorganisaties dreigt een financiële crisis voor de rooms-katholieke kerk in Nederland.Nergens is dat zo duidelijk als in het aartsbisdom Utrecht. De tekorten lopen jaarlijks op en het afstoten van kerkgebouwen biedt onvoldoende soelaas.
De nieuwe aartsbisschop, Wim Eijk, die zaterdag wordt geďnstalleerd, zal orde op zaken moeten stellen. In tegenstelling tot zijn voorganger Ad Simonis zal hij zijn aandacht niet alleen op het pastorale werk kunnen richten, maar moet hij ook het mes zetten in de organisatie. Woorden als fuseren, saneren en reorganiseren klinken in het aartsbisschoppelijke paleis.
Eijk heeft al met dit bijltje gehakt in Groningen. Nu wacht hem een nog grotere klus in het zoveel grotere aartsbisdom. ‘Ik ga ervan uit dat deze aartsbisschop zich ook persoonlijk met de financiële situatie gaat bemoeien’, zegt Matthijs Boeser, de econoom van het aartsbisdom.
Boeser, die jarenlang als accountant werkte voor het bedrijfsleven, is in feite de hoofdboekhouder of financieel directeur van het aartsbisdom. Hij houdt kantoor in een voormalig seminarie op Dijnselburg, vlak bij Zeist.
Bij zijn aantreden begin 2007 trof hij een financieel zorgwekkende situatie. Niet alleen de 316 parochies in het grootste Nederlandse bisdom geven meer uit dan zij binnenhalen – 39 miljoen tegenover 37 miljoen euro – ook het aartsbisdom heeft een fiks tekort. In 2007 bedroegen de uitgaven 5,6 miljoen euro. Daar stond slechts 4,4 miljoen aan inkomsten (beleggingen, legaten en afdrachten van parochies) tegenover.
‘Als we niets doen, loopt het tekort op tot 2 miljoen in 2012’, zegt Boeser. In februari vorig jaar luidde hij de noodklok. ‘In oktober lag er al een plan om financieel orde op zaken te stellen.’ Volgens dit plan zal het aantal parochies in het aartsbisdom moeten worden teruggebracht van 316 naar 45.
Boeser verwacht weerstand. ‘In de eerste plaats vrezen parochies door samengaan hun identiteit te verliezen. Ook voelen ze er vaak evenmin voor vermogens samen te voegen.’
Boeser wil niettemin al in 2011 een sluitende begroting kunnen presenteren. Het aartsbisdom stelt zelf het voorbeeld. De helft van de besparing zal moeten worden bereikt door een ingrijpende kostenreductie. Hierbij is het schrappen van banen niet te voorkomen. Nu heeft het aartsbisdom nog 60 fte’s – relatief veel meer dan andere bisdommen.
Maar ook de inkomsten zullen worden vergroot. Boeser wil de bijdrage van de parochies aan het aartsbisdom met 1,5 procentpunt verhogen in drie jaar – van 7 tot 8,5 procent van hun inkomsten. Maar willen de parochies die zelf met oplopende tekorten kampen, nog meer bijdragen aan het aartsbisdom? ‘Wij geven de parochies er ook wat voor terug. Wij helpen ze de inkomsten te verhogen. Wij zullen ze leren zakelijker te denken’, belooft Boeser.
Een van deze methoden is het benaderen van ‘randkerkelijken’ – mensen die niets meer aan het geloof doen maar zich ook niet als katholiek hebben uitgeschreven. Niet alleen zal Eijk proberen ze weer af en toe in de kerk te krijgen, maar ook hoopt hij dat ze weer financieel een bijdrage gaan leveren. ‘Als je ze durft te benaderen, blijken ze wel degelijk genegen voor hun kerk te betalen. Alleen al door deze methode denken we de bijdrage aan parochies jaarlijks met 15 procent te kunnen vergroten.’
Volgens Boeser zijn ‘katholieken niet gewend om geld te vragen’. De rooms-katholieken in Nederland dragen aanzienlijk minder bij aan hun kerken dan de protestanten, die van oudsher gewend zijn 2 procent van hun inkomen aan de kerk af te staan.
Het aartsbisdom wil ook naar de eigen kosten kijken. Boeser sluit niet uit dat de vraag ooit gesteld wordt of naast het aartsbisschoppelijk paleis aan de Maliebaan in Utrecht ook de kantoren in Zeist moeten worden aangehouden. ‘Je kunt de zetel van het aartsbisdom moeilijk van Utrecht naar Zeist overbrengen. Dat zou niet erg passen bij de status van het aartsbisdom. Maar je kunt wel op een andere manier kosten besparen.’
Bron/lees verder:
De Volkskrant