6-2-2008 / Caroline Tax / Valentijnskaart |
Ik zit net in een overvolle trein, wanneer een jongen van een jaar of twintig komt aanlopen en met luide stem vraagt of hij op het plaatsje links tegenover mij plaats kan nemen. Om mij heen kijken sommige mensen licht geďrriteerd, wanneer de jongen met halflang haar zich met nét iets te veel geluid en nét iets te weinig tactisch bewegen over de benen van mij en de man tegenover me wurmt om de verlangde plek te bereiken.
Hij gaat per ongeluk op mijn tenen staan, wat ik hem nauwelijks kwalijk kan nemen aangezien ik schoenmaat 41 heb, en roept hard “Sorry!!!”.
- “Ach, kan gebeuren”, zeg ik terug, terwijl ik de jongen aankijk, wat moeilijk is, want hij lijkt over weinig gezichtsvermogen te beschikken. Hij drinkt zijn cola terwijl hij hardop de vraag stelt: “Hoe laat gaat de trein weg?” Niemand antwoordt. “Om 52”, mompel ik. “Goh, dat is nu. Heb ik dan toch snel gedaan.”
Terwijl hij van zijn op het station gekochte consumpties geniet vraagt hij mij waar ik naartoe moet en wat ik zoal in het leven doe. “Ik doe Duits.” Hij haalt zijn schouders op. “Ik houd me bezig met Duitse literatuur”, probeer ik iets duidelijker te zijn. “Oh, waarom Duits? Hoe kom je er nu toch bij om Duits te doen?”
Ergens vind ik het bijzonder genant om hardop in een overvolle trein mijn hele hebben en houwen bloot te leggen aan iemand die ik niet ken, maar hij is zo ontwapenend en oprecht, en dus trek ik me even niets aan van alle mensen die mij ongetwijfeld met vreemde ogen aankijken wanneer ik hem vertel waarom ik Duits ben gaan studeren, wat ik doe enzovoorts.
-“En jij?” vraag ik hem nadat ik over mijn uit de hand gelopen hobby literatuur heb verteld. Zijn ogen beginnen te glinsteren. “Ik heb vandaag een valentijnskaart gemaakt”.
- “Een valentijnskaart? Voor een geheime liefde?”, vraag ik hem. Met een stralende lach op zijn gezicht en een twinkeling in zijn ogen vertelt hij over zijn vader voor wie hij vandaag een valentijnskaart in elkaar geknutseld heeft. Ik zie naast me een man die een boek probeert te lezen en af en toe geďrriteerd een half boze blik naar de jonge man werpt en op het moment dat onze blikken elkaar kruisen ook naar mij. Ik lach zo vriendelijk mogelijk naar hem en richt mijn aandacht weer op de jongen links voor van mij.
“Is ie mooi geworden?”, vraag ik hem. “Ik heb hem bij me!” roept hij enthousiast uit en opent direct zijn felgekleurde tas om er een prachtig kunstwerk uit te halen: een kartonnen hartje met vlinders, die vleugels in de vorm van hartjes hebben.
Ik zeg dat ik het prachtig vind.
- “Hoe heb je die zo ontzettend mooi gemaakt?” Enthousiast vertelt de jongen hoe hij de vleugels van de vlinders en het grote hart geknipt heeft. “Als je een beetje een leuke kaart in de winkel koopt ben je zo 7,95 kwijt”, zegt hij blij en met enige trots. “En dan nog is die niet zo mooi als deze”, vul ik hem aan. En ik meen het, uit de grond van mijn hart, want ik denk dat er weinig mensen zijn die een valentijnskaart krijgen die met zoveel liefde gemaakt is.
Wat zou ik graag zien dat alle kinderen met het syndroom van Down op hun 20ste een Valentijnskaart voor hun vader konden maken. Helaas is velen de geboorte niet eens gegund.
Caroline Tax