28-2-2008 / Bodar: 'Priester moet streng en mild tegelijk zijn' |
ROERMOND - "Priesters moeten zowel streng als mild zijn." Dat zei dr. Antoine Bodar dinsdag in Roermond tijdens een lezing in het kader van het pastoraal themajaar van het Wijdingssacrament.
De lezing vormde de tweede in een reeks van drie over de drie dimensies van het priester-zijn. Na Marc Loriaux, die sprak over de dimensie 'vieren', was het de beurt aan Bodar die uit Rome was overgekomen om zijn licht te laten schijnen over het dimensie ‘leren’. Met gedreven enthousiasme onthaalde hij de tachtig belangstellenden op een uur 'college' over de priester als leraar.
De theoretische kant van het thema kon Bodar goed verbinden met zijn eigen praktische ervaringen als docent en hoogleraar. In die hoedanigheid weet hij dat je als leraar dienstbaar moet zijn aan het vak dat je leert én aan de personen die je onderricht. Daarbij moet je het goede midden vinden tussen strengheid en mildheid. In die zin zijn parallellen te vinden met het werken in de pastoraal. Het ideaal dat de Kerk voorhoudt en hooghoudt moet gekoesterd en onverkort verkondigd worden. Maar tussen leer en leven gaapt vaker een kloof. Maar omdat aan het ideaal verzaakt wordt, wil niet zeggen dat het ideaal dan maar moet worden afgeschaft. Het wil ook niet zeggen dat de verzaker veroordeeld of gestraft moet worden. In de pastoraal is mildheid op zijn plaats.
Bodar haalde Vaticaanse documenten aan waarin wordt beschreven dat bij de vorming van de priester zelf intellectuele vorming hoort. Omdat hij in een complexe wereld zijn werk moet gaan verrichten die niet ‘in’ is voor het geloof.
Priesters moet leven uit spiritualiteit. Dat is volgens Bodar: leven uit de heilige Geest. Bij prediking en onderricht moet het dagelijkse gebedsleven aan de basis van het leraarschap liggen.
In oorsprong was de priester aldus Bodar met name liturg. Hij was er eerst en vooral om in de kerk liturgie te vieren. De priester als leraar, als pastoor in de parochie dat is er later bijgekomen. Na het Tweede Vaticaans Concilie, bijvoorbeeld, werd meer de nadruk gelegd op zijn functioneren als verkondiger van Gods Woord naast dat van liturg. Het leraarschap werd verhoogd door de grotere aandacht voor Gods Woord. Als voorbeeld gaf Bodar de invoering van de lezingencyclus aan zodat de hele Bijbel in drie jaren in de liturgie voorgelezen wordt. Zijn conclusie: “Dus lezen we misschien meer uit de Bijbel dan onze protestantse broeders en zusters. Al kennen wij de nummers niet uit het hoofd…”
Vanuit het Tweede Vaticaans Concilie kwam volgens Bodar de opvatting dat het volk van God wordt samengebracht door het Woord Gods en dus is het de belangrijkste taak van de priester om de Blijde Boodschap aan iedereen bekend te maken. Omdat men ervan uitgaat dat het Woord Gods geloof wekt, en alleen dan en pas dan, kan men vanuit het geloof naderen tot de sacramenten als tekenen van datzelfde geloof.
Bron/lees verder:
Bisdom Roermond