8-3-2008 / Marcel Poorthuis / Niet bidden om bekering joden |
Paus Benedictus XVI heeft recentelijk het vieren van de oude liturgie van vóór 1960 toegestaan. Daardoor bidt de r.-k. kerk op Goede Vrijdag weer voor de bekering van de joden. En dat is ontoelaatbaar, vindt theoloog Marcel Poorthuis.
Zoals bekend is de verhouding tot het jodendom altijd een delicate kwestie geweest in de liturgie van Goede Vrijdag. Op deze dag gedenken christenen het lijden en sterven van Christus. De katholieke middagliturgie bevatten een aantal voorbeden. Zo wordt er gebeden voor de wereldkerken ook voor de joden. Vóór 1960 waren deze voorbeden ‘Pro perfidis Iudaeis’ (voor de ongelovige joden) behoorlijk beledigend voor joden: “Laten wij ook bidden voor de ongelovige Joden. Dat onze God en Heer de sluier van hun harten wegneemt en ook zij Jezus Christus, onze Heer, erkennen.” En in het tweede deel ging het verder: “Almachtige eeuwige God, zelfs de trouweloze Joden stoot Gij niet weg van uw barmhartigheid. Verhoor de gebeden die wij voor de verblinding van dat volk tot U richten, opdat zij het licht van uw waarheid, dat Christus is, mogen erkennen en daardoor aan hun duisternis ontrukt worden.”
Het woord uit de titel van de voorbede, ‘perfidis’, heeft in heel wat Europese talen (waaronder Nederlands) de extra betekenis van ‘perfide’, ‘doortraptheid’. Het was paus Johannes XXIII die gesteund door het Tweede Vaticaans Concilie begin jaren zestig deze beledigende teksten aanpakte. In 1970 werd de versie voor de moderne katholieke liturgie vastgesteld: “Laten wij ook bidden voor het Joodse volk, dat door onze God en Heer het eerst is aangesproken. Dat Hij het groot maakt in liefde voor zijn heilige Naam, in trouw aan zijn Verbond. (…) Almachtige eeuwige God, Gij hebt uw beloften toevertrouwd aan Abraham en aan zijn volk. Verhoor genadig de gebeden van uw kerk: Dat het volk dat Gij het eerst hebt uitverkoren, tot de volheid van de verlossing komt.”
Een mooi en waardig gebed. Nu paus Benedictus XVI evenwel aan bepaalde groepen katholieken heeft toestaan om de mis van vóór het Tweede Vaticaanse concilie weer te vieren, dreigt het gevaar dat een verouderde theologie over het jodendom onbedoeld weer van stal wordt gehaald. Met deze anti-joodse theologie had het Concilie juist afgerekend, ook in de liturgie. In 2001 liet curiekardinaal Walter Kasper weten dat het verbond van God met het joodse volk niet is herroepen. “Missie in de betekenis van de zich afwenden van afgoden tot de ene ware God kan niet gebruikt worden in relatie tot het jodendom”, aldus de kardinaal. Vandaar dat de katholieke kerk geen bekeringsactiviteiten ten aanzien van het jodendom onderneemt. Wel mogen zowel joden als katholieken in de dialoog getuigenis geven van het geloof dat in hen leeft, ook als de ander daarin niet altijd mee kan instemmen. Dat lijkt mij vanzelfsprekend.
Maar het gebed zoals dat nu feitelijk als nieuw gebed is voorgesteld lijkt toch wel degelijk de joden op te roepen zich te bekeren: “Laten wij ook bidden voor het Joodse volk. Dat onze God en Heer hun harten verlicht, en zij Jezus Christus erkennen als redder van alle mensen. (…) Almachtige eeuwige God, Gij wilt dat allen mensen gered worden en tot erkenning van de waarheid komen. Verleen goedgunstig dat – wanneer de volheid van de heidenen in uw Kerk binnengaat – heel Israël gered wordt.”
Het eerste deel van het gebed is een restant van het oude ‘Pro perfidis Iudaeis’, zij het dat precies die aanhef eruit gehaald is. Ook de sluier over het gelaat van het jodendom is verdwenen, maar de oproep tot bekering is gehandhaafd! Het tweede deel zinspeelt op de Romeinenbrief van Paulus, een fascinerend maar uiterst moeilijk document. Volgens Paulus zal “heel Israël” gered worden, maar pas nadat alle heidenen in de gemeente van Christus zijn ingegaan (Rom. 11,26). Is dat dan pas urgent als heel de wereld christen is geworden? Zo ja, dan is het géén oproep tot bekering van de joden. Maar het eerste deel van het gebed is dat wel degelijk! Een voorbede is niet de plaats om complexe theologische vraagstukken naar voren te brengen. Het gebed is een onevenwichtige samenstelling van een nieuw gedeelte met een fragment uit het afgeschafte gebed.
Het lijkt me dat de katholieke kerk de verworvenheden van de joods-christelijke dialoog die met name tijdens het pontificaat van paus Johannes Paulus 2 zulke belangrijke vooruitgang heeft geboekt, zorgvuldig dient te koesteren. Daarin past niet een terugkeer naar verouderde gebeden, ook niet in een halfslachtige herziening.
Een grote delegatie joden zal komende week hierover met het Vaticaan gaan praten. Dat is goed, maar ook dan: het gaat niet om een gunst die de katholieke kerk aan de joden zou moeten bewijzen. Het gaat eenvoudigweg om de verantwoordelijkheid die christenen zelf dragen ten aanzien van hun relatie met de joden. Daarin past respect voor de joodse identiteit, geen oproep tot bekering.
Marcel Poorthuis
Docent master wereldreligies
Faculteit Katholieke Theologie
Universiteit van Tilburg
Een handig overzicht van de verschillende versies is te vinden op de website van de Katholieke Raad voor Israël: http://www.kri-web.nl, onder ‘nieuws’.
Deze bijdrage verscheen eveneens in het Nederlands Dagblad op 8 maart 2008.