19-7-2008 / Bij abdij Sion regent het binnen even hard als buiten |
Op weg naar de koffiekamer, in het kielzog van broeder Jelke, worden de problemen bij Abdij Sion je al snel duidelijk. De fraaie granieten vloer in kloostergang is gebroken en er ligt een plasje water waarin iedere paar seconden een druppel ploft. "Restauratie wordt steeds urgenter", zegt de broeder.
Vorige week maakte minister Ronald Plasterk bekend dat hij 720.000 euro beschikbaar stelt voor de restauratie van Abdij Sion. Daarvoor kunnen het poortgebouw en het gastenverblijf worden opgeknapt. Met dat bedrag zijn ze natuurlijk blij in de abdij, maar het is veel te klein om alle bouwkundige problemen te kunnen oplossen.
Bovendien zou men veel liever om te beginnen de abdijkerk opknappen. "De verdeling van de subsidiegelden is net een loterij. "Ook al is de restauratie van de kerk het meest urgent, we mogen de gelden alleen gebruiken voor het poortgebouw", zegt Wim Jansen, bouwkundige bij het bisdom Utrecht. Hij helpt de broeders van Sion met de voorbereiding op de noodzakelijke, ingrijpende restauratie.
Abdij Sion is sinds tien jaar een rijksmonument. Het omvangrijke kloostercomplex in de bossen bij Diepenveen bestaat uit verschillende gebouwen, die allemaal een eigen zogeheten monumentennummer hebben. De vier rijksmonumenten vormen samen de abdij. De gebouwen hebben één ding zeker gemeen: ze zijn in slechte staat en moeten dringend worden gerestaureerd.
Voor de restauratie van de gehele abdij is 4,5 miljoen euro nodig. Toen Plasterk de restauratiemiljoenen verdeelde over het land, viel slechts één van de vier 'nummers' van de abdij in de prijzen.
Jansen schudt het hoofd. "De subsidieregelingen in dit land zijn soms onbegrijpelijk. Omdat de abdij op papier uit meerdere monumenten bestaat, mogen we restauratie niet als één project indienen. Had dat wel gemogen, dan hadden we misschien wel in één keer de benodigde miljoenen gekregen. Vanaf de eerste dag dat abdij Sion officieel rijksmonument is proberen we al gelden bij elkaar te krijgen voor restauratie. We hebben nu een beetje gekregen. Dat is op zich mooi, maar het is bij lange na niet genoeg."
Met kunst en vliegwerk proberen de broeders hun abdij te onderhouden. Toen er enkele jaren geleden nog enkele tientallen monniken in het klooster woonden, was het onderhoud veel beter behapbaar dan nu; momenteel wonen er nog maar twaalf kloosterlingen in de abdij. "Ach, klein onderhoud lukt wel", vertelt broeder Jelke, "maar we spreken nu over het vervangen van alle daken. Dat moeten we overlaten aan professionals."
Overigens is het nog niet zo lang geleden dat een broeder ook het onderhoud van de leistenen daken voor zijn rekening nam. Hij klom het dak op om lekkages te verhelpen en draaide de leien meermalen een slag om, zodat ze er weer een paar jaren tegen konden.
Maar vanwege zijn hoge leeftijd kan de monnik die taak niet meer op zich nemen. "De broeder heeft prachtig werk geleverd. Hij heeft de leien wel drie keer hergebruikt. Nu zijn de stenen helemaal op. Ze moeten vernieuwd worden", stelt Jansen.
De slechte daken leiden tot enorme lekkages. Hierdoor zijn inmiddels de houten kapconstructies aangetast. Die moeten daarom ook vervangen worden. Het water loopt langs de wanden, die óók zijn aangetast. Binnen zijn er grote problemen met de vochthuishouding. Schimmel op de muren maakt dat her en der pijnlijk duidelijk.
Er ligt een compleet restauratieplan klaar, vooral geënt op het vervangen van de daken. Maar eigenlijk moet de gehele buitenzijde van het kloostercomplex worden hersteld. Het loodwerk, de goten, het voegwerk en de kozijnen moeten worden aangepakt en veelal worden vervangen.
Er is nu geld voor het herstel van het poortgebouw en de gastenverblijven. De restauratie van deze panden gaat nog dit jaar van start en duurt ongeveer een jaar. Het zorgenkind blijft echter de abdijkerk; letterlijk en figuurlijk het hart van het klooster. De toren op het kerkje wordt al enige tijd met hoekijzers bij elkaar gehouden. Enkele jaren geleden kwam een enorm kruisbeeld naar beneden. Het fraaie glas-in-lood staat op knappen.
De kerk is in het leven van de broeders erg belangrijk. Zeven keer per dag komen zij hier bij elkaar om te bidden. "Zeven keer per dag worden wij dan ook geconfronteerd met de problemen, met de lekkages. Het herstel van de kerk heeft prioriteit", vertelt Jelke. De fraaie houten vloer van het kerkje wordt afgespeurd. Er is snel een plas gevonden. Ook hier druppelt het met de regelmaat van een klok. Buiten regent het al de hele ochtend gestaag door. "Een signaal van boven. Om te laten zien dat het herstel van de daken echt niet meer kan wachten", zegt Jansen met een brede grijns. Ook broeder Jelke kan er smakelijk om lachen: "Dat kan haast niet anders..."
Bron/lees verder:
De Stentor