Navigatie: Home >

Kerkelijke uitvaarten

 
De dood is het einde van het aardse bestaan. Dankzij Jezus heeft de christelijke dood een positieve betekenis gekregen. De dood is een binnengaan in het eeuwig leven: 'Dit is de tent van God bij de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn, en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen, en de dood zal niet meer bestaan; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.' (Joh. 21, 3-4).
 
 
Een kerkelijke uitvaartmis bestaat bij voorkeur uit een Eucharistieviering. Maar, ook een woord- en communiedienst of gebedsviering kan de dode begeleiden op weg naar het hemels paradijs.
 
De liturgische teksten die u hieronder vindt, gaan uit van een Eucharistieviering.
 
V = voorganger (een priester of diaken
A = alle aanwezigen
K = kerkkoor.
 
Met behulp van onderstaande Word-sjablonen kunt u een uitvaartboekje samenstellen
 
(Rechtermuisknop, Save as/Opslaan als)
 
omslag uitvaartboekje
inhoud uitvaartboekje
 
Het uitvaartboekje dat u kunt downloaden is als voorbeeld bedoeld. Overleg goed met de pastoor of werkgroep over de juiste samenstelling van de viering.
 

Opening met openingszang

 

De uitvaart begint met het binnendragen en verwelkomen van de overledene bij de ingang van de kerk. Tijdens het binnendragen van de overledene zingt het koor een lied.

 

U kunt bijvoorbeeld kiezen uit:

 

Psalm 91:

Wie in de schaduw Gods mag wonen, hij zal niet sterven in de dood. Wie bij Hem zoekt naar onderkomen vindt eenmaal vrede als zijn brood. God legt zijn vleugels van genade beschermend om hem heen als vriend. En Hij verlost hem van het kwade, opdat hij eens geluk zal zien.

Engelen zendt Hij alle dagen om hem tot vaste gids te zijn. Wij zullen hem op handen dragen door een woes­tijn van hoop en pijn. Geen vrees of onheil doet hem beven, geen ziekte waar een mens van breekt. Lengte van dagen zal God geven, rust aan een koele waterbeek.

 

Of:

 

Hem zal de nacht niet overvallen, zijn dagen houden eeuwig stand. Duizenden doden kunnen vallen, hij blijft geschreven in Gods hand. God legt zijn schild op zijn getrouwen, die leven van geloof alleen. Hij zal een nieuwe hemel bouwen van liefde om hun tranen heen.

 

Of:

 

Een mens is door de dood gegaan, voorbij de levenspoort; Wij blijven bij het lichaam staan, hij/zij leeft met U, God, voort. Wij dragen enkel Jezus’ Woord tot aan het vreemde graf, Hij die ons wenen heeft gehoord en ons het leven gaf. Gedenken wij zijn liefdedood, O Vader, hoor ons aan, in’t breken van het heilig Brood, doe ons met Hem opstaan.

 

Of:

 

Requiem æter­nam dona eis, Domine, et lux  per­pe­tua luceat eis.

Te decet hymnus Deus in Sion et tibi redde­tur vo­tum in Jeru­salem.

Exa­udi orationem me­am. Ad te omnis caro ve­niet.

 

Heer, geef hun de eeuwi­ge rust en het eeuwige licht ver­lichte hen.

Voor U, God, moet men zingen  op  de  Sion,  zijn  d­ank­baar­heid tonen in Jeru­za­lem. Verhoor mijn gebed. Tot U komt alles wat leeft.

 

 

Begroeting

 

V                      In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

A                      Amen.

V                      Genade  zij U en vrede van God onze Vader, van Jezus Christus die ons heeft bevrijd uit de macht van de dood, en van de heilige Geest die ons leidt naar het eeuwig leven.

A                      Amen.

 

Welkomswoord

 

De voorganger heet iedereen op persoonlijke wijze welkom. De openingshandeling wordt toegelicht: de kaarsen rondom het dode lichaam worden aangestoken met licht van de paaskaars, symbool van de Verrezen Christus. De kaarsen worden bij voorkeur door familieleden aangestoken. 

 

Schuldbelijdenis

 

A                      Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en ge­dach­te, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn ­grote schuld. Daa­rom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd, alle engelen en heiligen en u, broe­ders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God.

V                      Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

A                      Amen.

 

Tijdens het aansteken van de kaarsen zingt het koor ‘Kyrie eleison’ …’Heer, ontferm U’. 

 

Kyrie eleison / Heer, ontferm U

 

Kyrie eleison

Kyrie eleison

 

Christe eleison

Christe eleison

 

Kyrie eleison

Kyrie eleison

 

Heer, ontferm U over ons

Heer, ontferm U over ons

 

Christus, ontferm U over ons

Christus, ontferm U over ons

 

Heer, ontferm U over ons

Heer, ontferm U over ons

 

 

Of:

 

V                      God, keer U tot ons en richt ons weer op
wij zijn ten dode, wij zijn verslagen.
Gij alleen kunt ons leven redden.
Heer, ontferm U over ons (2x).

A                      Heer, ontferm U over ons (2x).

V                      God, houd uw hand omhoog geheven,
opdat ik zal leven en niet sterven
en ik zal zingen van uw goedheid.
Heer, ontferm U over ons (2x).

A                      Heer, ontferm U over ons (2x).

V                      Hier is de poort die gaat naar U toe,
alle rechtvaardigen laat Gij er binnen,
Heer, ontferm U over ons (2x)

A                      Heer, ontferm U over ons (2x).

 

V                      God, wij roepen uit de diepte:
kom met uw woorden van troost en van vrede.
Heer, ontferm U over ons.

A                      Heer, ontferm U over ons.

V                      God, vergeef ons onze schulden
roep ons tot leven en wil ons verlossen.
Heer, ontferm U over ons.

A                      Heer, ontferm U over ons.

V                      God, naar U zien wij uit als wachters,
wees voor ons als het licht in de morgen.
Heer, ontferm U over ons.

A                      Heer, ontferm U over ons.

 

Er volgt nu een moment van stilte, waarin ieder op eigen wijze kan terugdenken aan de overledene.  Voorafgaand aan de stilte zou een korte persoonlijke gedachte of een gedicht voorgelezen kunnen worden door iemand uit de familie of kennissenkring.  

Tijdens de stilte wordt het kruisje van de overledene op de kist gelegd; er wordt wat wierook gebrand om – bij wijze van spreken -- alle gedachten en gebeden tot bij God te brengen.

 

Openingsgebed

 

Drie voorbeeldteksten:

 

V                      God, wat kunnen wij tot U zeggen? Wij zijn onthutst, verdoofd, verward, want ……… leeft niet meer.
Zijn/haar dood kunnen wij niet begrijpen; naar onze maat stierf hij/zij veel te vroeg.
Was zijn/haar leven in Uw ogen al voltooid?
Of was U ook machteloos bij deze dood?
Zie om naar ons verdriet en onze boosheid; wees ons tot sterkte en steun en ontferm U over hem/haar.
Bewaar ……… voor eeuwig bij U. Dat vragen wij door Christus, onze Heer.

A                      Amen

 

 

V                      God, verslagen en vol verdriet richten wij ons tot U. Wees hier aanwezig, nu wij zoeken naar warmte voor onze kou, naar een schouder om op te leunen en naar een hand die ons streelt.
Wij zoeken naar U, die zo ver weg lijkt.
Wil ons bij de hand nemen.
Neem……….bij de hand, want wij moeten hem/haar los laten.
Dat vragen wij U omwille van Jezus, Hij die ons nabij is, onze medebroeder en uw Zoon.

A                      Amen.

 

V                      Goede God, Gij hebt gezegd: ‘Ik maak alles nieuw’.
Zie ons aan, zo bidden wij. Laat uw oog vallen op deze gestorven mens…… en op ons allen.
Doe uw woord gestand en maak hem/haar nieuw in uw nabijheid.
Zegen hem/haar en moge hij/zij ontwaken voor altijd in eeuwig licht.

A                      Amen

 

V                      Goede God, ons verdriet is groot nu wij afscheid moeten nemen van ………
Maar wij zijn ook naar deze kerk gekomen om U te danken voor al het goede dat hij/zij ons bracht en nog brengen zal. Want wij geloven dat het leven sterker is dan de dood en dat het licht de duisternis overwint.
……… zal blijvend in ons midden zijn. Moge ons samenzijn hier en nu ons verdriet dragelijk maken, onze pijn om het afscheid verzachten en ons geloof in U versterken, door Christus onze Heer.

A                      Amen.

 

Dienst van het Woord

 

Voor de Eerste lezing kunt u bijvoorbeeld kiezen uit de volgende teksten.

 

Lezing uit het boek Genesis (1, 26-28)

 

En God zei: `Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.' En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. God zegende hen, en God sprak tot hen: `Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.'

 

Lezing uit het boek Jezus Sirach (17,1-15)

De Heer heeft de mens uit de aarde geschapen en heeft hem weer tot haar doen terugkeren. Hij schonk hun een aantal dagen en een bestemde tijd en gaf hun de macht over de dingen op de aarde. Hij heeft hen bekleed met een kracht als de zijne en hen gemaakt naar zijn beeld. In al wat leeft heeft Hij de vrees voor de mens gelegd en

hem tot heer gemaakt over dieren en vogels.

Hij heeft hun tong gevormd en hun ogen en hun oren en hun een hart gegeven om te denken. Hij heeft hen vervuld met onderscheidingsvermogen; Hij toonde hun het goed en het kwaad.

Hij heeft zijn oog in zijn hart geplant om hun te laten zien hoe groot zijn werken zijn, zodat zij van de grootheid van zijn werken gewagen en zijn heilige naam prijzen. Hij heeft hun ook kennis geschonken en Hij gaf hun de wet van het leven als erfdeel. Hij sloot met hen een altijddurend verbond en toonde hun zijn voorschriften. Hun ogen

zagen de grootheid van zijn glorie en hun oor heeft de glorie van zijn stem gehoord. En Hij zei tot hen: "Wacht u voor alle onrecht!" En Hij schreef hun voor, wat ieder aan zijn naaste verplicht is. Hun wegen zijn Hem bekend en blijven voor zijn ogen niet verborgen.

 

Lezing uit het boek Jezus Sirach (18,8-13a)

Wat is de mens en waartoe dient hij? Wat betekenen zijn goede, wat zijn kwade daden?
Voor een mensenleven is honderd jaar heel veel. Een waterdruppeltje uit de zee en een korreltje zand, dat zijn die paar jaar op de eeuwigheid. Daarom heeft de Heer geduld met de mensen en stort Hij over hen zijn barmhartigheid uit. Hij ziet en Hij weet dat hun einde ellendig is: daarom biedt Hij rijkelijk verzoening.
De barmhartigheid van de mens gaat uit naar zijn naaste, maar de barmhartigheid van de Heer gaat uit naar alles wat leeft. 

 

Lezing van Psalm 23.

De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij in grazige weiden rusten, Hij voert mij naar vredig water.
Daar geeft Hij mij nieuwe kracht.
Hij leidt mij op het rechte spoor omwille van zijn Naam.
Al moet ik door dalen van duisternis en dood, ik ben voor geen onheil bang, want U bent bij mij;
Uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.
Voor mijn ogen dekt U de tafel, zodat ook mijn belagers het zien.
Met olie zalft U mijn hoofd, mijn beker is tot de rand gevuld.
Ja, uw goedheid en liefde blijven mij volgen, alle dagen van mijn leven.
Zo mag ik telkens weer wonen in het huis van de Heer, tot in lengte van dagen.

 

Lezing uit het boek Prediker (3, 1-15)

Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd.

Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten.

Een tijd om te doden en een tijd om te genezen,
een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.

Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.

Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen.
Een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien.
Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen.
Een tijd om stuk te scheuren en een tijd om te herstellen.

Een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken,
een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten.

Een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede.

Wat heeft iemand dan aan al zijn werken en gezwoeg? Ik overzag de bezigheden die God de mensen heeft opgelegd om over te tobben. Alles wat Hij doet is goed op zijn tijd.
Ook heeft Hij de mens besef van duur ingegeven, maar toch blijft Gods werk voor hem van het begin tot het eind ondoorgrondelijk. Daarom lijkt het mij voor de mens nog het beste om vrolijk te zijn en het er goed van te nemen. Als hij kan eten en drinken en genieten van wat hij met zijn zwoegen heeft bereikt, is dat immers een gave van God. Ik kwam tot het inzicht dat alles wat God doet, voor altijd blijft; er valt niets aan toe te voegen en niets gaat er af. God maakt dat de mensen ontzag voor Hem hebben. Wat is, was er tevoren al; wat zal zijn, is vroeger al geweest. God haalt wat voorbij is steeds weer terug.

 

Lezing uit het de ‘Psalmen’ (139,1-18)

Heer, U doorgrondt mij en kent mij. U kent mijn zitten en opstaan.
Al van verre doorziet U mijn gedachten; van mijn gaan en komen kent U de maat, U bent vertrouwd met al mijn gangen.

Geen woord komt over mijn tong of U kent het, Heer, U kent het volkomen.
Van voor tot achter omvat U mij, U hebt uw hand op mij gelegd.
Uw kennen is mij wondervreemd, te hoog om erbij te kunnen.
Waarheen moet ik om uw geest te ontgaan?
Waarheen om uw oog te ontvluchten?

Stijg ik op naar de hemel: U bent daar;
lig ik in het dodenrijk: U bent daar.
Neem ik de vleugels van de zon in de morgen en laat ik mij neer aan de einders van de zee, dan zou ook daar uw hand mij leiden, uw rechterhand mij vasthouden.
Als ik zeg: ‘Laat het stikdonker mij omringen en laat het licht om mij heen in nacht veranderen’, dan is het donker niet donker voor U; als de dag zou de nacht oplichten, want donker en licht zijn gelijk voor U.
U hebt mijn nieren geschapen, mij samengevlochten in de schoot van mijn moeder.
Dank voor het ontzagwekkende wonder dat ik ben, voor het wonder van uw werken; hoe ga ik U ter harte.
Mijn gebeente had voor U geen geheimen, toen ik in het verborgen werd gemaakt, werd samengeweven in de diepten van de aarde.
Ik was nog vormloos, maar uw oog zag mij; al mijn dagen stonden in uw boekrol gegrift, gevormd en wel, maar nog niet één was begonnen.
O God, uw gedachten zijn voor mij te groots, de som ervan is voor mij te machtig, ontelbaar meer dan er zandkorrels zijn.
Ik kom er niet uit en blijf met U bezig.

 

Lezing uit het boek Job (14, 7-12 en 14-15)

Let wel, voor een boom is er hoop; zelfs omgehouwen kan hij nog uitbotten, opnieuw in bladeren schieten.
Al worden zijn wortels oud in de grond, al sterft zijn stronk diep in de bodem, hij hoeft maar water te ruiken en hij loopt weer uit, krijgt weer twijgen als een jonge plant.
Maar een mens sterft en het is afgelopen, geeft de geest en het is voorbij: als water uit de zee dat verdampt of een rivier die totaal verdroogt.
Als een mens eenmaal is geveld, blijft hij liggen, zolang de hemel bestaat; hij slaapt en wordt niet meer wakker.
Zou een dode weer tot leven kunnen komen?
Ach, heel mijn leven zou ik op wacht blijven staan tot mijn aflossing komt.
Ik zou antwoorden als U roept, hunkerend naar uw eigen schepsel.

 

Lezing uit het boek Wijsheid (4,7-15)

De rechtvaardige vindt rust, al sterft hij vóór zijn tijd.
Want het aanzien van de ouderdom berust niet op een lang leven en wordt niet gemeten naar het aantal jaren.
Een mens is een grijsaard door zijn verstandigheid en hij is bejaard door zijn onbesproken leven.
Hij was God aangenaam en werd door Hem bemind; hij leefde temidden van zondaars en werd weggenomen.
Hij werd weggerukt, zodat geen slechtheid zijn inzicht zou vertroebelen en geen bedrog zijn ziel zou verleiden.
Want de betovering van de ondeugd verduistert het goede en de roes van de hartstocht bederft een onschuldig  gemoed.
In korte tijd tot voleinding gekomen, heeft hij de volheid van vele jaren bereikt, want zijn ziel was de Heer aangenaam; daarom ging hij spoedig heen uit de slechte wereld.
De mensen zien dat wel, maar begrijpen het niet; in hun gedachten komt zoiets niet eens op, dat genade en barmhartigheid zijn uitverkorenen ten deel vallen en dat er over zijn heiligen gewaakt wordt.

 

Lezing uit het boek Klaagliederen (3,17-26) 

 

Het geluk bleef verre van mij, wat welstand is wist ik niet meer.
Mijn hoop op God blijkt vervlogen, ik leef zonder hoop.
Ik denk aan mijn nood en ellende; dit vergiftigt mijn leven.
Ik blijf er aldoor aan denken, het weegt op mij als een last.
Desondanks prent ik mij in – en dat geeft hoop - : zonder einde is Gods genade, onuitputtelijk is zijn erbarmen,
Uw grote trouw is iedere morgen weer nieuw.
Ik behoor aan God, zegt mijn hart, Hij blijft mijn hoop.
Goed is de Heer voor wie hoopt, voor iedereen die Hem zoekt.
Goed is het in stilte op redding van de Heer te wachten.

 

Lezing uit het boek Spreuken (31, 10 – 31)

 

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Haar waarde gaat die van koralen ver te boven.
Het hart van haar man vertrouwt op haar en het zal hem aan winst niet ontbreken.
Zij brengt hem geluk, geen ongeluk, alle dagen van haar leven.
Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit en werkt ermee tot genoegen van haar handen.
Zij is als het schip van een koopman en haalt haar voedsel van ver.
Zij staat op terwijl het nog nacht is, deelt proviand uit aan haar familie en geeft haar dienstmaagden het deel dat hun toekomt.
Zij bekijkt een akker en koopt die; met de vrucht uit haar handen plant zij een wijngaard.
Zij omgordt haar lendenen met kracht en maakt haar armen sterk.
Zij merkt dat haar ondernemingen slagen: ’s nachts gaat haar lamp niet uit.
Zij strekt de handen uit naar het spinrokken en houdt de weefspoel in haar vingers.
Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
Zij vreest voor haar familie geen sneeuw, want heel haar gezin is in scharlaken gekleed.
Zij vervaardigt dekens, zij is in byssus en purper gekleed.
Haar man is bekend bij de poorten, als hij daar zit met de oudsten van het land.
Zij vervaardigt linnen kleren en verkoopt ze; zij levert gordels aan de koopman.
Kracht en waardigheid zijn haar gewaad en zij ziet lachend de komende dag tegemoet.
Zij opent haar mond en spreekt wijsheid; van haar tong komen lieflijke lessen.
Zij gaat de gangen van haar familie na en eet haar brood niet in ledigheid.
Haar zonen staan op en prijzen haar, haar man staat op en roemt haar:
‘Veel vrouwen hebben zich bekwaam gedragen, maar jij overtreft ze allemaal’. 
Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig, maar een vrouw die de Heer vreest, moet worden geroemd.
Bejubel haar om de vrucht van haar handen en roem haar in de poorten om haar werken.

 

Lezing uit de brief van Paulus aan de christenen uit Rome (6,3 – 9)

 

Broeders en zusters,
Weet u niet dat wij door de doop, die ons één heeft gemaakt met Christus Jezus, delen in zijn dood?
Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij – zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt - een nieuw leven zouden gaan leiden.
Want indien wij als het ware vergroeid zijn met de dood, moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, in de overtuiging dat onze oude mens met Hem is gekruisigd. Daardoor is aan het bestaan in de zonde een eind gekomen, zodat wij niet langer dienstbaar zijn aan de zonde. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
Indien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Want wij weten dat Christus, eenmaal uit de doden opgewekt, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. 

 

Lezing uit de tweede brief van Paulus aan de christenen van Korinthe (5, 1 – 8)

 

Broeders en zusters,
Wij weten immers: als ons aardse huis, een tent, wordt afgebroken, heeft God voor ons een woning die niet door mensenhanden is gemaakt, een eeuwig huis in de hemel.
Zolang wij in dit lichaam zijn, zuchten wij dan ook, vol verlangen om onze hemelse woning over de andere aan te trekken, als wij tenminste, eenmaal ontkleed, niet naakt zullen staan.
Zolang wij nog in deze tent wonen, zuchten wij en voelen ons bezwaard, omdat wij ons niet willen ontkleden maar de nieuwe kleren over de oude willen aantrekken, zodat het sterfelijke wordt opgeslokt door het leven. God zelf heeft ons hiervoor gereed gemaakt, toen Hij ons de Geest als onderpand gaf.
Daarom houden wij altijd moed, ook al weten wij dat wij, zolang wij huizen in het lichaam, in den vreemde zijn, ver van de Heer. Wij leven in geloof, niet in de aanschouwing.
Maar we houden moed en zouden liever vertrekken uit dit lichaam en intrekken bij de Heer.

 

Lezing uit de brief van Paulus aan de christenen van Rome (14, 7 –9 en 10b – 12)

 

Broeders en zusters,
Niemand leeft voor zichzelf alleen en niemand sterft voor zichzelf alleen.
Zolang wij leven, leven wij voor de Heer; en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer.
Of wij leven of sterven Hem behoren wij toe. Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om de Heer te zijn over doden en levenden.
Wij zullen allemaal verschijnen voor de rechterstoel van God. Want er staat geschreven: ‘Zowaar Ik leef”, zegt de Heer, ‘voor Mij zal elke knie zich buigen en iedere tong God bejubelen’.
Zo zal dan ieder van ons tegenover God rekenschap moeten afleggen voor zichzelf..

 

Lezing uit de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korinthe (15, 51 – 57)

 

Broeders en zusters,
En nu vertel ik u een geheim; wij zullen niet allemaal sterven, maar wel allemaal van gedaante veranderen.
Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid.
Dan zal het woord van de Schrift in vervulling gaan: De dood is verslonden, de overwinning is behaald! Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel? De angel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de Wet.
Maar God zij dank: Hij heeft ons de overwinning geschonken door onze Heer Jezus Christus.

 

Lezing uit de tweede brief van Paulus aan Timoteüs (2, 8 – 13)

 

Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nazaat, die uit de doden is opgestaan. Zo luidt mijn evangelie, dat ik verkondig en waarvoor ik te lijden heb en als een misdadiger gevangen moet zitten.
Maar het Woord van God zit niet gevangen.
Daarom ben ik bereid alles te verdragen ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij redding verwerven in Christus Jezus, en eeuwige heerlijkheid.
Dit woord is betrouwbaar. Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen.
Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons verloochenen.
Als wij ontrouw zijn, blijft Hij trouw; zichzelf verloochenen kan Hij niet. 

 

Lezing uit de brief van Paulus aan Tessaloniki (4,13-18)

 

Broeders en zusters,

Wij willen u niet in onwetendheid laten over hen die ontslapen zijn, zodat u niet bedroefd bent zoals de andere mensen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en weer opgestaan, dan zal God hen die in Jezus zijn ontslapen samen met Hem meevoeren. En dit kunnen wij u meedelen volgens een

woord van de Heer. En zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer. Troost elkaar dus met deze woorden.

 

Lezing uit het boek Openbaring (21,1 – 5a en 6b –7) 

 

Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer.
Ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, vanuit God uit de hemel neerdalen, gereed als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.
Toen hoorde ik een luide stem die vanaf de troon riep: ‘Dit is de tent van God bij de mensen; Hij zal bij hen wonen; zij zullen zijn volk zijn en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. Hij zal al hun tranen uit hun ogen wissen, en de dood zal niet meer bestaan; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij’.
En Hij die op de troon zetelt, zei: ‘Zie, Ik maak alles nieuw. Ik ben de Alfa en de Omega, de oorsprong en het einde. Wie dorst heeft zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water dat leven geeft’. 

 

Lezing uit het boek Openbaring (4,13)

In die dagen hoorde ik, Johannes, een stem uit de hemel die zei: `Schrijf op: Gelukkig de doden die in de Heer sterven, van nu af aan.' `Ja waarlijk,' zegt de Geest, `laat hen uitrusten van hun zwoegen, want hun daden vergezellen hen.'

 

Tussenzang

 

Het koor zingt (bij voorkeur een psalm):

 

Absolve, Domine, ani­mas omnium fidelium defunc­to­rum ab omni vinculo delictorum. Et gra­tia tua illis suc­cur­ren­te, merean­tur eva­dere iudici­um ultio­nis. Et lucis æternæ beatitu­di­ne perfrui.

 

Heer, ontsla de overle­den gelo­vigen van alle banden der zonden.

Geef dat zij door de hulp van uw gena­de aan de ver­oor­deling ontko­men en het geluk van het eeuwig licht dee­lachtig worden.

 

 

Evangelielezing

Een lezing uit het evangelie is een vast onderdeel van de uitvaartviering. De priester of diaken leest de tekst voor.
Iedereen gaat staan bij het voorlezen van het evangelie.

V:            De Heer zij met U.

A:            En met uw geest.

V:            Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens...

A:            Lof zij U, Christus.

 

Aan het einde van de tekst, zegt de voorganger:

 

V:            Zo spreekt de Heer.

A:            Wij danken God.

 

Evangelie volgens Matteüs (5, 1-12a)

 

Bij het zien van de menigte ging Jezus de berg op en toen Hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak:
Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het rijk der hemelen.
Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden.
Gelukkig die zachtmoedig zijn, wat zij zullen het land erven.
Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Gelukkig die barmhartig zijn, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid, want hun behoort het rijk der hemelen.
Gelukkig zijn jullie als ze jullie uitschelden en vervolgen en van allerlei kwaad betichten vanwege Mij.
Wees blij en juicht, want in de hemel wacht jullie een rijke beloning. 

 

Evangelie volgens Matteüs (6, 24-34)

 

Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel niet tegelijk dienen. Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten en het lichaam niet meer dan de kleding?
Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet; je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? Wie van jullie kan met al zijn zorgen één el toevoegen aan zijn leven? En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen.


Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat allemaal nodig hebt.
Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij. Maak je dus niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zich wel bezorgd maken over zichzelf. Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. 

 

Evangelie volgens Matteüs (11, 25-30)

In die tijd nam Jezus het woord: Ík dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U dit verborgen hebt voor wijzen en verstandigen en het onthuld hebt aan eenvoudigen. Ja, Vader, zo hebt U het goed gevonden. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en ieder aan wie de Zoon Hem heeft willen onthullen.
Komt allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart en u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht’. 

 

Evangelie volgens Matteüs (14, 22-27)

 

Jezus dwong zijn leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit het meer over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.
Toen Hij de mensen had weggestuurd, ging Hij de berg op om te bidden; Hij was alleen.
Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen. Toen de boot al veel stadiën uit de kust was, had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegen zat.
Op het eind van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe. Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. ‘Een spook’, riepen zij en de schreeuwden van angst. Meteen zei Jezus: ‘Rustig maar; Ik ben het. Wees niet bang’. 

 

Evangelie volgens Matteüs (25, 1-13)

 

Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. Want de dommen namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. Maar de verstandigen namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen.
Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden zij allemaal in. Midden in de nacht klonk er geroep: ‘Daar is de bruidegom; ga hem tegemoet”. Toen stonden de meisjes op en maakten hun lampen in orde. De dommen zeiden tegen de verstandigen: ‘Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit’.
Maar de verstandigen gaven ten antwoord: ‘Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jullie zelf’.

Toen zij weg waren om te kopen, kwam de bruidegom en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft. En de deur ging dicht. Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: ‘Heer, Heer, doe open voor ons’. Maar hij antwoordde: ‘Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet’. Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur. 

 

Evangelie volgens Matteüs (25, 31-40)

 

Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op de troon van zijn heerlijkheid. Alle volken zullen vóór Hem bijeen gebracht worden en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de Koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan, zeggen: ‘Komt, gezegenden van mijn Vader, neemt het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. Want Ik had honger en jullie hebben Mij te eten gegeven. Ik had dorsten jullie hebben Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en jullie hebben Mij opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Mij gekleed. Ik was ziek en jullie hebben naar Mij omgezien. Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Mij toe’.

 

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: ‘Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en U opgenomen of naakt en hebben wij U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toegekomen?’ De Koning zal hun antwoorden: ‘Ik verzeker jullie: alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, dat heb je voor Mij gedaan’. 

 

Evangelie volgens Marcus (4, 35-41)

 

Tegen de avond van die dag zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Laten we naar de overkant gaan’. Ze lieten de mensen achter en namen Hem mee met de boot waarin Hij zat; er waren nog andere boten bij. En er stak een hevige storm op, en de golven sloegen over de boot, zodat die al vol liep. Maar Hij lag op het achterdek op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat wij vergaan?’ Hij stond op en bestrafte de wind en het water: ‘Zwijg, wees stil’. En de wind ging liggen en het werd volkomens stil. Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nog geen vertrouwen?’ Ze werden door schrik bevangen en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is dat toch, dat zelfs de wind en het water naar Hem luisteren?’ 

 

Evangelie volgens Lucas (12, 35-40)

 

Houd je lendenen omgord en je lampen brandend. Jullie moeten net zo doen als mensen die hun heer opwachten wanneer hij thuis komt van de bruiloft, om hem – als hij komt en klopt - meteen te kunnen open doen.

Gelukkig zijn de knechten die de heer wakend vindt bij zijn komst. Ik verzeker jullie dat hij zich omgordt, hen aan tafel nodigt en rond gaat om hen te bedienen.

Gelukkig zijn zij als hij hen zo aantreft, ook al komt hij om middernacht of nog later.

Bedenk wel: als de heer des huizes geweten had hoe laat de dief komen zou, dan had hij de inbraak wel verhinderd. Ook jullie moeten bereid zijn, want de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht. 

 

Evangelie volgens Lucas (24, 13-35)

 

Juist op die dag waren er twee leerlingen op weg naar het dorp Emmaüs, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl ze met elkaar in gesprek waren, voegde Jezus zich bij hen en liep met hen mee. Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen.

Hij sprak tot hen: Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?’ Met sombere gezichten bleven ze staan. Eén van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord: ‘Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen gebeurd is?’ ‘Wat dan?’, vroeg Hij.

Ze zeiden Hem: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazareth! Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk. Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen, en ze hebben Hem zelfs gekruisigd. En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen; maar met dat al is het nu al twee dagen geleden gebeurd. Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning  hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft. Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden; maar Hem hebben ze niet gezien’.

Toen zei Hij tot hen: ‘Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd! Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?’
En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle profeten.
Toen ze het dorp binnen kwamen waar ze moesten zijn, deed Hij alsof Hij verder wilde gaan. Maar met aandrang vroegen ze: ‘Blijf bij ons, want het is avond en de dag loopt ten einde’. Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven. Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem, maar meteen was Hij uit hun gezicht verdwenen. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?’
Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem. 

 

Evangelie volgens Johannes (11, 23-26)

 

Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp van Maria en haar zuster, Marta. De zusters stuurden Jezus de boodschap: `Heer, hier is iemand ziek, iemand van wie U houdt.' Bij de aankomst van Jezus bleek Lazarus al vier dagen in het graf te liggen. Marta, die gehoord had dat Jezus op komst was, was Hem  tegemoet gegaan; Maria was thuisgebleven. Marta zei tegen Jezus: `Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn. Maar ik weet zeker dat U ook nu nog alles aan God kunt vragen en dat Hij het U zal geven.' `Je broer zal opstaan', verzekerde Jezus haar. `Dat weet ik,' zei Marta, `hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.' `Ik ben de opstanding en het leven', zei Jezus. `Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven; en iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dat?' `Ja Heer,'  antwoordde Marta, `ik geloof vast dat U de Messias bent, de Zoon van God, degene die in de wereld komen zou.'

Na deze woorden ging ze haar zuster Maria roepen. `De meester is er', fluisterde ze haar toe. `Hij laat je roepen.' Zodra ze het hoorde, ging ze op weg, naar Hem toe. Jezus was namelijk nog niet in het dorp, maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had. Toen Maria de plaats bereikt had waar Jezus zich bevond, wierp

ze zich, zodra ze Hem zag, voor Hem neer en zei: `Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn.' Toen Jezus zag hoe ze weeklaagde en hoe ook de Joden die haar vergezelden weeklaagden, raakte Hij diep ontroerd. `Waar hebt u hem neergelegd?' vroeg Hij. `Komt u maar kijken, Heer', zeiden ze. Jezus begon te huilen, zodat de Joden zeiden: `Hij moet wel veel van hem gehouden hebben!' Maar sommigen merkten op: `Had Hij dan niet kunnen zorgen dat hij niet doodging? Hij heeft toch ook de ogen van de blinde geopend?'

Opnieuw diep ontroerd, ging Jezus naar het graf. Het was een grot, die met een steen was afgesloten. `Neem die steen weg', beval Hij. Marta, de zuster van de gestorvene, zei: `Maar Heer, hij ligt er al vier dagen!' Jezus antwoordde: `Heb Ik je niet gezegd dat je de heerlijkheid van God zult zien als je maar gelooft?' Toen nam men de steen weg. Jezus sloeg de ogen op en bad: `Vader, Ik dank U dat U Mij aanhoord hebt. Voor Mij stond het vast dat U Mij altijd aanhoort, maar Ik spreek zo met het oog op al die mensen hier, opdat ze mogen geloven dat U Mij gezonden hebt.' Na dit gebed riep Hij met luide stem: `Lazarus, kom naar buiten!' En de dode kwam naar  buiten, zijn voeten en handen gebonden met zwachtels en zijn gezicht in een doek gewikkeld. `Maak hem los,' beval Jezus, `en laat hem gaan.'

 

Evangelie volgens Johannes (12, 23-26) 

 

Jezus zei: ‘Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Waarachtig, Ik verzeker jullie: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij onvruchtbaar. Maar hij moet sterven; alleen dan brengt hij rijke vruchten voort. Wie zich aan het leven vastklampt, verliest het; maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven. Wie Mij wil dienen, zal Mij volgen, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn; wie Mij dient, zal erkenning vinden bij de Vader’. 

 

Evangelie volgens Johannes (14, 1-6)

 

Jezus zei: ‘Jullie moeten je niet zo laten verontrusten. Jullie geloven in God; geloof zo ook in Mij. In het huis van mijn Vader kunnen velen hun verblijf houden. Zou ik anders gezegd hebben dat Ik weg ga om voor jullie een plaats gereed te maken? Ja, Ik moet weggaan en voor jullie een plaats gereedmaken, maar Ik kom terug en dan neem Ik jullie bij Mij op, zodat daar waar Ik ben ook jullie zullen zijn. En waar Ik heenga…de weg daarheen is jullie bekend’.

‘Maar Heer’, zei Thomas, ‘we weten niet eens waar U heen gaat! Hoe zou de weg ons dan bekend kunnen zijn?’
Jezus antwoordde: ‘Ik ben  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader’. 

 

Homilie (preek)

 

De voorganger spreekt een woord over de zojuist gelezen tekst. Ook kan een familielid kort een ‘in memoriam’ voordragen.

 

Voorbeden 

 

U kunt een keuze maken uit de volgende voorbeelden. Bij iedere voorbede kunnen nabestaanden een kaars worden ontstoken op de  kandelaar. Bij een zevenarmige kandelaar zijn zeven voorbeden dan voldoende.

Het is mogelijk – in overleg met de voorganger van de dienst - eigen voorbeden te gebruiken.

 

V                      Laten wij bidden tot God die leven geeft en die het bewaart tot in eeuwigheid: 

Wij bidden voor………             

Om licht en leven,

Om een thuis bij U, Schepper van de mens,

Om vrede voor altijd.

Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Wij willen bidden voor……….
Dat hij/zij na dit leven op aarde voor altijd vrij van zorgen mag wonen in de vrede van de Heer,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Voor allen die een dierbare hebben verloren,
Voor hen die vechten met hun verdriet,
Voor hen die moedeloos zijn geworden door herhaalde tegenslag en teleurstelling;
om mensen die met hen op weg willen gaan,
om mensen met begrip en aandacht,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Voor allen die het gevoel hebben dat hun weg zinloos is en dat hij dood loopt,
Voor hen die vereenzamen,
Voor hen die bang zijn voor de toekomst;
Dat zij mensen ontmoeten die hun een warm hart toedragen,
Laat ons zingend bidden

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Voor de mensen uit onze omgeving die de last moeten dragen van ziekte en lijden;
Om uithoudingsvermogen en vertrouwen.
Laat ons zingend bidden

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Voor allen die ernstig ziek zijn,
Die lijden aan hun ouderdom of hun handicaps,
Voor hen die oog in oog staan met de dood;
Om mensen met liefdevolle zorg, die daadwerkelijk een steun betekenen en die zich belangeloos geven aan hun naasten,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Wij willen bidden voor wie achterblijven en die ………….. zo zullen missen,
omdat hij/zij bij hun leven hoorde.
Dat de leegte die hij/zij achterlaat, gevuld moge worden met goede herinneringen,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Wij bidden voor allen, die hier bijeen zijn gekomen;
Dat zij ………. niet zullen vergeten, maar in dankbaarheid zullen terugdenken aan de vriendschap en trouw die hen verbond.
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Voor de mensen die niet meer te genezen zijn bidden wij,
Voor mensen die wachten op het einde:
om oprecht medeleven  van medemensen en om een genadige dood,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Wij bidden voor al onze overleden familieleden en vrienden.
Speciaal willen wij noemen…………
Dat zij in onze gedachten blijven voortleven en de eeuwige vrede mogen vinden bij God,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Voor allen die monddood worden gemaakt, die gekleineerd worden en doodgezwegen,
Voor hen die slachtoffer zijn van dictatuur en onderdrukking;
Dat er steeds mensen opstaan die stem geven aan hen die onrecht lijden,
Die moedig blijven opkomen voor de waarheid,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Voor allen die vandaag zullen sterven, hetzij plotseling, hetzij na een lang ziekbed;
Dat zij de angst voor de dood overwinnen door de hoop op het eeuwige leven,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      God, als wij even stil staan in deze dagen, dan denken wij aan……..
Wij denken aan wat we nog hadden willen doen en zeggen en horen, aan alle gemiste kansen en aan de erg mooie dagen,
Laat alle liefde die er tussen…….. en ons bestond, veilig zijn in uw hand,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      God Vader, nu wij afscheid moeten nemen van ….. willen wij U danken voor zijn/haar goedheid, bescheidenheid, hartelijkheid en hulpvaardigheid voor iedereen.
Wij hopen dat hij/zij voor ons allen een goed voorbeeld zal blijven.
Geef hem/haar, die wij in ons midden mochten hebben, nu een plaats bij U,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Bidden wij voor deze dierbare overledene….., dat zijn/haar leven, al het lief en leed, alle zwakheid en kracht door God aanvaard mogen worden.
Dat hij/zij bij Hem rust en vrede moge vinden,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Bidden wij voor allen die door dit heengaan worden beproefd
Wij denken aan haar man/zijn vrouw, de kinderen, de klein- en achterkleinkinderen
dat zij zich opnieuw aan het leven durven toevertrouwen,
dat zij nooit zullen vergeten wat…… voor hen heeft betekend,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Bidden wij voor alle doden van deze wereld, de slachtoffers van haat en oorlog, de slachtoffers in het verkeer;
Dat God hun de eeuwige rust moge geven,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

V                      Bidden wij voor onszelf vanwege de dag dat wij onze dood zullen ontmoeten, onze ogen zullen moeten sluiten en ons zullen moeten overgeven;
Dat God onze Vader dan onze naam zal roepen en zijn licht zal laten schijnen in onze nacht,
Laat ons zingend bidden 

 

K en A            Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

Slotgebed na de voorbeden

 

Het slotgebed wordt altijd door de voorganger gebeden. We geven drie voorbeelden:

 

V                      Barmhartige God, wij komen vol vertrouwen met onze gebeden tot U. Geef ons de moed ook ons leven in uw hand te leggen, want Gij zijt één God-met-ons, vandaag en alle dagen tot in de eeuwen der eeuwen. 

A                      Amen.

 

V                      God, er gaat zoveel om in ons hart. Al deze verlangens en vragen komen bij ons boven op een dag als vandaag. Wij leggen alles wat ons bezig houdt bij U neer. Wij weten dat U naar ons hoort en wij vertrouwen dat U ons de kracht van de Geest zult schenken om te kunnen leven naar uw wil. Dat vragen wij U door Christus, onze Heer.

A                      Amen.

 

V                      Heer onze God, luister naar deze gebeden en ook naar de vele vragen die onuitgesproken blijven in ons hart. Spreek van uw kant uw verlossend en bevrijdend woord voor ons en voor onze dierbare overledene.
Schenk hem/haar voor altijd uw liefde en bewaar ons inde Goede Geest van Jezus, uw Zoon, vandaag en alle dagen dat wij leven mogen tot in eeuwigheid. 

A                      Amen.

 

Dienst van de tafel

 

Als er een Eucharistieviering wordt gehouden, volgt het klaarmaken van de tafel voor de viering van de H. Eucha­ristie. Bij een Woord- en Communiedienst, worden de H. Hosties uit het tabernakel opgehaald. Bij een Woord- en gebedsdienst volgt nu het Onze Vader.

 

Ondertussen wordt er gecollecteerd en kunnen er gedachtenisprentjes aan de overledene worden uitgedeeld.

 

Hieronder volgt de riten van de Eucharistie

V             Bidt, broeders en zusters, dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God, de almachtige Vader.
A             Moge de Heer dit offer uit uw handen aannemen tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

Gebed over de gaven

U kunt kiezen uit éé van de volgende gebeden.

 

V                      Heer onze God, in dit brood en deze beker bieden wij U onszelf aan. Wil ons aanvaarden zoals wij zijn en geef dat wij in geloof en met overgave de dood en de verrijzenis mogen vieren van Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer, die met U leeft in eeuwigheid. 
A     Amen.

 

V                      Met deze gaven van brood en beker, Heer onze God, leggen wij ons leven in uw hand. Wat ons ook overkomen zal, U weet wat goed is voor ons, vandaag en in de toekomst tot in eeuwigheid. 

A                      Amen.

 

V                      Heer onze God, dit brood en deze beker zijn de symbolen van ons offer. In deze dagen hebben wij een groot offer te brengen: het leven van onze dierbare…….Wij bidden U om overgave; doe ons weten dat hij/zij veilig is bij U en dat hij/zij niet gevangen is in de dood, maar leeft bij U in de eeuwen der eeuwen. 

A                      Amen.

 

Prefatie

 

Bij het grote dankgebed gaat iedereen staan.

V                      De Heer zal bij u zijn.

A                             De Heer zal u bewaren.

V                             Verheft uw hart.

A                             Wij zijn met ons hart bij de Heer.

V                             Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

A                             Hij is onze dankbaarheid waardig. 

 

V                      Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden, zullen wij U danken altijd en overal door Christus onze Heer. Want Hij die uit de dood is opgestaan, Hij is het Licht der wereld, onze enige Hoop. In onze angst dat wij eens moeten sterven, troost ons uw belofte dat wij eens onsterfelijk zullen zijn met Hem. U neemt het leven niet van ons af, U maakt het nieuw; dat geloven wij op uw woord. En als ons aardse huis (ons lichaam) afgebroken wordt, heeft Jezus al een plaats voor ons bereid in uw huis om daar voorgoed te wonen. Daarom met alle engelen, machten en krachten, met allen die staan voor uw troon, loven en aanbidden wij U en zingen U toe met de woorden:

 

K (of A)                  Sanctus, sanctus sanctus………of……..Heilig, heilig, heilig…… 

 

Tafelgebed

 

V                      Gij zijt waardig heilig, onze Heer, de bron van alle heiligheid. Heilig dan deze gaven met de dauw van uw Heilige Geest, dat zij voor ons worden tot Lichaam en Bloed van Jezus Christus, onze Heer.  Toen Hij werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden op zich nam, nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met deze woorden: 

Neemt en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn Lichaam  
dat voor u gegeven wordt. 

 

V                      Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk, sprak opnieuw de dankzegging uit en gaf hem aan zijn leerlingen met deze woorden: 


Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende  Verbond;  dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken.  

 

V                      Verkondigen wij het mysterie van ons geloof. 

 

V                      Redder van de wereld, bevrijd ons,

K en A            Gij die ons hebt verlost            

                        door uw kruis en verrijzenis.

 

V                      Heer onze God, zo gedenken Hem die weet wat lijden is en die de dood heeft gezien, die Gij hebt opgewekt en naam gegeven ebt hoog boven alle namen. Jezus de Heer is Hij, die is en blijven zal – uw rechterhand - en tot Hij komt verkondigen wij Hem door deze levensbeker en door dit brood, dat wordt gedeeld. 

 

Wij bidden U: zend dan uw Geest in ons, die over deze aarde gaat en maak ons tot een volk dat recht doet om gerechtigheid. 

 

Maak leven en welzijn toch groter en sterker dan oorlog en dood en laat ons mensen zijn die woningen bouwen voor uw stad van vrede; breek het geweld in ons en breng ons thuis bij U uit kracht van Hem, de Mensenzoon hier in ons midden. 

 

Bevestig uw Kerk die in ballingschap is en maak haar één in liefde en geloof, tezamen met uw dienaar N., onze paus, onze bisschop N.  en met alle bisschoppen. 

 

Samen met heel uw volk, met Maria altijd maagd, de moeder van de Heer, met de apostelen, martelaren en al uw heiligen vragen wij om uw barmhartigheid voor levenden en doden, erkennen wij uw grootheid en brengen wij U onze dank. 

 

V en A             Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

 

In zowel de Eucharistieviering als in de Woord- en Communiedienst en ook in de Woord- en Gebedsdienst volgt nu het Onze Vader. Vaak wordt het Onze Vader gezongen door het koor, en/of staande door alle aanwezigen.

 

V                      Aangespoord door een ge­bod van de Heer en door zijn Goddelijk woord onder­richt, durven wij zeggen:

 

V en K/A         Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Rijk kome.
Uw Wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
En vergeef ons onze schuld
Zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.
En leid ons niet in bekoring.
Maar verlos ons van het kwade. 

 

V                      Verlos ons Heer, van alle kwaad,
Geef vrede in onze dagen.

Dat wij – gesteund door uw Barmhartigheid -
Vrij mogen zijn van zonde En beveiligd tegen alle onrust.
Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon. 

 

K (of A)           Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid         
In de eeuwen der eeuwen. Amen. 

V                      De vrede des Heren zij altijd met u.

A                      En met uw geest.

 

De vredeswens kan nu plaatsvinden (het geven van een hand aan elkaar met daarbij de wens ‘De vrede van Christus’)

 

Lam Gods

 

Agnus Dei, qui tollis pec­cata mundi, dona eis requiem.

Agnus Dei, qui tollis pec­cata mundi, dona eis requiem.

Agnus Dei, qui tollis pec­cata mundi, dona eis requiem sempiternam.

 

 

Lam Gods, dat weg­neemt de zonden der wereld, geef hen de rust.

Lam Gods, dat weg­ne­emt de zonden der wereld, geef hen de rust.

Lam Gods, dat weg­ne­emt de zon­den der we­reld, geef hen de eeuwige rust.

 

V                      Zalig zij, die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren. Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld:

A                      Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt, maar spréék en ik zal gezond worden.

 

Communiegebed (alleen bij WoCo)

 

In een Woord- en Communiedienst volgt het communiegebed. U kunt kiezen uit de volgende teksten.

 

V                      Levende God, wij spreken U aan deze dag, dit uur;

wij vermoeden dat Gij ons aanziet en dat Gij ons nabij bent,
nu een mens ons heeft verlaten. 
Door alle tijden zijt Gij de mens nabij gebleven in leven en dood,

in het donker van de nacht en het licht van de dag. 

Door uw Zoon Jezus hebben wij U vermoed en gezien

bij zieken en gezonden, bij levenden en doden. 

‘Het leven is sterker dan de dood’, zei Hij, toen Hij huilde bij het graf van zijn vriend.

Als zaad valt het in de aarde, maar opnieuw zal het tot leven komen. 

Hij gaf zichzelf aan mensen als voedsel, als brood.

Wij geloven dat het Brood, getekend met zijn Naam,

ons doet leven en ons kracht geeft tot in de dood. 

De dood had geen vat op Hem.

Hij schiep toekomst en een nieuw begin.

Daarom durven wij in zijn Naam tot U te bidden, levende God,

om hoop en toekomst voor de dierbare mens,

die wij uit handen moeten geven.

Ook voor onszelf bidden wij:

wil ons behouden tot ons leven is voltooid

in U, God van tijd en eeuwigheid. 

A                      Amen

 

Of:

 

 

V                      God, wij danken U om Jezus, uw Zoon, onze Redder.
Om Hem te gedenken zijn wij hier bijeen:
zijn leven, zijn lijden, zijn dood,

vooral ook zijn opstaan uit duisternis en graf.

Hij die zo eenzaam stierf op Golgotha,

straalt als een zon over ons leven, nu en altijd. 

A                      God van leven, sterker dan de dood. 

 

V                      Hij toonde ons de kracht van het leven
dat in U, God, geborgen en verankerd is.
Ondanks ons verdriet en de pijn om het afscheid
kunnen wij ons verheugen om uw Zoon, die alles overwon.
Moge het ons allen gegeven zijn met Hem verbonden te zijn. 

A                      God van leven, sterker dan de dood.

V                      Hij heeft ons aan deze tafel genodigd.
Hij wil ons tot voedsel zijn op onze tocht door het leven,
door de zee ook van dood en ondergang.
Omwille van uw Zoon: wil op ons wachten
en ons in uw armen nemen aan gene zijde van het leven. 

A                      God van leven, sterker dan de dood.

 

V                      Leven, stukgelopen op de dood.
Onthand, ontregeld en boordevol vragen
Staan wij hier rondom dit geheim:
Van een mens die bezield was,
Lachen kon en huilen;

Een uit ons midden en nu stil gevallen,

Onbereikbaar geworden

Voor onze woorden, onze stem. 

K en A            Bron van leven, Gij die ons roept,

Schenk uw mensen. Leven in overvloed.

 

V                      Levend Woord,

Stem in storm, stem in stilte:

Verbreek de ban van de dood.

Want niet de doden zingen U lof toe,

Maar zij die met U zijn opgestaan

Uit de schoot van het graf,

Uit het louterend vuur,

Uit beklemming en twijfel,

Uit zelfvoldaanheid en rust

Die levenden tot doden maakt

A                      Bron van leven, Gij die ons roept,

Schenk uw mensen. Leven in overvloed. 

 

V                      Samen nu rond deze tafel

- levende herinnering en oproep tot leven tegelijk –

vieren wij Hem die zich als brood liet breken

en als wijn uitschenken

tot de bodem van de levensbeker.

En wij vragen:

Laat zijn Woord ons lichaam voeden,

Laat zijn Geest tintelen in ons bloed.

Houd ons staande, houd ons gaande,

Doorheen de dood die leven doet. 

A                      Bron van leven, Gij die ons roept,

Schenk uw mensen. Leven in overvloed.

 

Communie

 

Bij de Eucharistie en de Woord- en Communiedienst volgt nu het uitreiken van de communie. Je zou eigenlijk nooit uit gewoonte af automatisme ter communie moeten gaan. Het brood dat Christus ons geeft en dat voor ons Zijn eigen Lichaam is, is voedsel voor ons geestelijk leven; wil je als gelovige mens kunnen groeien, dan mag je jezelf laten voeden door Christus zelf.  Wie gedoopt is en wie gelooft dat dit brood het Lichaam van de Heer is, die zou te communie mogen gaan.

 

 

V             Zie, dit is het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt. 

A             Heer. Ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek (slechts één woord) en ik zal gezond worden.

 

Communielied

Er zijn verschillende passende liederen mogelijk:

 

Lux aeterna luceat eis Do­mine: cum sanctis tuis in aeternum quia pius es.

 

Het eeuwige licht ver­lichte hen, Heer, voor eeuwig bij uw hei­ligen, want Gij zijt lie­fde­vol.

 

Of:

 

Ter bruiloft van het Godd’lijk Lam heeft God ons uitverkoren, en ieder die Hij tot zich nam zal deze woorden horen:

Wie van dit brood gegeten heeft en drinkt het Bloed des Heren, mag hopen dat Hij eeuwig leeft en dat zijn lot zal keren.

Eens wist God alle tranen af, geneest ons, laat ons leven, zijn zonde, schuld en vrees voor straf vergeten en vergeven.

 

Slotgebed

 

Het slotgebed wordt gebeden in de Eucharistieviering, als in de WoCO en ook in de Woord- en gebedsdienst. U kunt kiezen uit de volgende teksten:

 

V                      God, grond van ons bestaan, wij hebben gebeden en gezongen tegen de duisternis van de dood in.
Wij moeten nu…………….uit handen geven.
Vertwijfeld en verdrietig smeken wij U; Neem hem/haar op in uw eeuwige liefde; laat hem/haar gelukkig zijn bij U.
Help ons om elkaar tot steun te zijn door Christus, onze Heer.

A                      Amen

 

 

V                      God, ondoorgrondelijk geheim, Gij roept ieder mens tot leven en bestemd hem voor het geluk.
Wij begrijpen niet waarom deze mens zoveel pijn en lijden moest dragen.
Hoe graag hadden wij…………..een andere weg gegund.
Maar nu is hij/zij in uw vrede, zo hopen en vertrouwen wij.
Dat hij/zij geborgen mag zijnbij U, liefdevol gedragen en geheeld voor alijd, door Christus, onze Heer. 

A                      Amen.

 

V                      Licht van ons leven,
een weg van pijn en lijden is opgehouden.
Wij zullen…………erg missen.
Dankbaar zijn wij voor wat hij/zij voor ons betekende.
Moge pijn plaats maken voor heilzame vrede en lijden voor weldadige rust.
Leer ons te leven met deze lege plek en geef toekomst aan al uw mensen, door Christus, onze Heer. 

A                      Amen.  

 

V                      God, in verslagenheid zijn wij hier samen geweest.
Hoe onwerkelijk is het nog dat wij ………. naar zijn/haar laatste rustplaats gaan brengen.
Hoe onwerkelijk is het nog dat wij……………niet meer kunnen zien, niet meer kunnen aanraken en dat zijn/haar lach ons niet meer raakt.

V                      God, wij hebben tot U geroepen, U zag hoe wij huilden, tot U proberen wij te bidden.
Neem……………op in uw armen en koester hem/haar in onze plaats.
Neem hem/haar op in uw vrede en help ons te geloven dat U ons niet laat vallen.                                               Dat vragen wij U in de naam van Jezus, uw Zoon, die met U leeft tot in de eeuwen der eeuwen. 

A                      Amen.

 

Absoute

 

Dit is het laatste afscheid tijdens de uitvaartviering. U kunt kiezen uit de volgende teksten.  

 

Het lichaam van …………hebben wij dit uur voor het laatst in ons midden. Wij gaan er afstand van doen en dragen hem/haar over aan de levende God. ……………aan het begin van je leven kreeg je deze naam; zo mochten wij jou kennen. Water ten leven was er toen je gedoopt werd; Met water ten leven willen wij jou tekenen, nu je leven voltooid is.  We willen je ook omringen met wierook. Zoals deze rook opstijgt naar de levende God, zo gaan onze gedachten en gebeden met jou mee. 

 

De voorganger gaat nu rond het dode lichaam om het te besprenkelen met water en het te bewieroken.
Ondertussen zingt het koor een lied.

 

Om de laatste eer te brengen aan deze mens en om zo recht te doen aan zijn/haar leven en sterven, zijn wij hier bij elkaar. Wij houden onze ogen gericht op het kruis van Jezus Christus. Kijkend naar dat kruis durven wij uit te spreken - in tastend geloof - dat dit niet het einde is; onze God is een God van levenden en niet van doden. 

Meer dan zijn/haar lichaam is ons de naam van deze mens gebleven. Die naam spreek ik nu nog eens uit met eerbied en genegenheid: …………………….. 

En ik bid:
Heer God, herinner U zijn/haar naam, die hij/zij van mensen heeft gekregen en waarin hij/zij gekend wordt, ook al is hij/zij gestorven. Gij hebt zijn/haar naam geschreven in de palm van uw hand. 

Als teken van onze hoop dat God aan……………….en eens ook aan ons allen een nieuw en onsterfelijk bestaan zal geven èn om te getuigen van ons geloof in de verrijzenis, wil ik nu dit lichaam zegenen met gewijd water; ik denk terug aan het doopwater van lang geleden. Ooit was dat het begin van de levensweg, die nu is uitgekomen in het eeuwig leven.   

Daarna wil ik dit lichaam bewieroken; dit lichaam was jarenlang een tempel van Gods Geest; daarom is elke mens de moeite waard om bewierookt te worden. 

 

Heer God, U ziet ons hier bijeen rondom het lichaam van…………..U ziet hoe wij eromheen lichtjes hebben aangestoken en hoe wij het met bloemen hebben getooid. Onze kaarsen en bloemen spreken ook onze dank uit voor al het goede dat…………..hij/zij in zijn/haar leven heeft gekend en voor het geluk dat hij/zij voor ons en voor anderen heeft betekend. Daarom durven wij U vragen, Heer, om hem/haar volledig te doen delen in uw vrede en geluk, hem/haar op te nemen in uw allesomvattende liefde.

Wij weten ook dat geen mensenleven zonder fouten en tekortkomingen is. Maak het hem/haar niet moeilijk. Vergeef hem/haar alle tekortkomingen. Herinner U dat uw Zoon ook voor hem/haar is gestorven en neem alle schuld van hem/haar weg, nu wij zijn/haar lichaam gaan tekenen met het kruis van Jezus Christus, onze Heer.
Wij tekenen zijn/haar lichaam met het water dat ons herinnert aan het levenswater van de doop, zonder welk geen echt leven mogelijk is.

En wij willen dit lichaam ook eren met wierook omdat het een woonplaats is geweest van de Heilige Geest.

 

In stilte kan het gedachteniskruisje naar de daarvoor bestemde plaats worden gebracht. Het is zinvol als dit gedaan wordt door één of enkele familieleden.

 

Wegdragen uit de kerk

 

De voorganger sluit de dienst af . U kunt kiezen uit de volgende teksten:

 

V             Laten wij nu heengaan in vrede om……………, die wij in dit uur voor het laatst in ons midden mochten hebben, weg te dragen. We geven hem/haar uit handen en we leggen hem/haar in de handen van de levende God, in de naam van de Vader en de Zoon + en de Heilige Geest. 

A             Amen. 

 

Het is goed de overledene in uw gebed te gedenken.

 

V             ………, jouw lichaam gaat voorbij, maar jouw naam dragen we met ons mee.
Wees ten eeuwigen dage gekend en gezegend.
Laat er zegen zijn voor ons allen, vandaag en de komende tijd.
Moge Gods trouw en ontferming met ons zijn
in de naam van de Vader en de Zoon + en de Heilige Geest. 

A             Amen.

 

Lied bij het uitdragen

 

De sterke voorkeur heeft het om alleen bijbelse teksten en liederen te gebruiken. Vanuit het bisdom wordt het gebruik van niet-bijbelse teksten ontraden. De parochiepraktijk kan echter aanbieden niet-bijbelse teksten of CD’s te gebruiken.

 

Gebruikelijk is het In paradisum:

 

 

In paradisum, deducant te angeli, in tuo ad­ventu sus­cipiant te martyres, et per­ducant te, in civi­ta­tem san­ctam Ierusa­lem.

 

De engelen, zij mogen U gelei­den naar het paradijs, de mar­telaren mogen U ontvan­gen bij uw komst, en U bren­gen naar de heilige stad Jeru­zalem.

 

Chorus angelorum te susci­piat, et cum Laza­ro quon­dam pau­pere ae­ter­nam ha­beas requiem

 

 

Het koor van de engelen moge U ontvan­gen en moogt gij, samen met de arme Laza­rus, vin­den de eeuwige rust.

 

 

 

Of:

 

Er is een stad voor vriend en vreemde,

diep in het bloemendal,

er is een mens die roept om vrede,

die mens roept overal:

 

Refrein:          Jerusalaim, stad van God,
wees voor de mensen een veilig huis.
Jerusalaim, stad van vrede,
breng ons weer thuis.

 

Er is een huis om in te wonen

voorbij het dodendal.

Er is een vader met zijn zonen,

zij roepen overal. 

 

Refrein.

 

Er is een tafel om te eten

voorbij het niemandsland.

Er is een volk dat wordt vergeten,

dat volk roept overal. 

 

Refrein.

 

Er is een wereld zonder grenzen,

zo groot als het heelal.

Er is een hemel voor de mensen,

dat hoor je overal

 

Refrein.

 

Citaat

Het gehemelte herkend het wild aan de smaak: zo weet een verstandig hart leugens te onderscheiden.
Jezus Sirach 36,21
 

Zoeken

 
 
 
 

Pagina opties

A A A

© Isidorusweb 2001-2009 - Uw bijdrage op Isidorusweb?