Small Christian Communities
Het KASKI definieert "Small Christian Communities" als kleine groepen mensen (8-15), die op een of andere manier een binding hebben met de R.-K. kerk en die regelmatig (eenmaal per 1 of 2 weken) bij elkaar komen om te bidden en het geloof met elkaar te delen. De opzet van deze groepen is dat zij langere tijd achtereen met regelmaat samenkomen, soms in blokken van bijeenkomsten. Centraal staat de persoonlijke ervaring met het geloof en de persoonlijke relatie met God.
Het vermoeden bestaat dat SCC’s aansluiten bij de behoefte van gelovigen naar kleinschaligheid, het werken met eigen ervaringen en oecumene. De kerk verwacht dat de SCC’s een cohesiebrengende factor kunnen zijn in grotere parochieverbanden en dat zij door hun openheid en gastvrijheid diegenen bereiken die voorheen niet (meer) kerkelijk betrokken zijn. In het aartsbisdom Utrecht worden SCC's "Kleine Kerk Gemeenschappen" genoemd.
Moniek Steggerda van het KASKI onderzocht in 2005 namens hulpbisschop De Jong naar deze, en soortgelijke "faith-sharing" initiatieven, zoals bijbelgroepen, rozenkransgroepen, gebedsgroepen of geloofsgroepen. Volgens Amerikaans onderzoek zijn er vier hoofdgroepen "small christian communities":
-
de gewone SCC's die voldoen aan bovenstaande beschrijving
-
Latino/Spaanstalige SCC's, meer cultureel verbonden aan Latijns-Amerikaanse gemeenschappen
-
charismatische SCC's, met deelnemers uit vooral charismatische bewegingen
-
"Call to Action" groepen, die actief zijn op gebieden als vrede en rechtvaardigheid.
Steggerda deed onderzoek onder 300 Nederlandse parochies (eenvijfde van het totaal), 17 erkende "Nieuwe bewegingen" en alle lekengroepen, die gelieerd zijn aan ordes en congregaties.
Parochies
Eén op de vier à vijf parochies heeft een SCC en er zijn in totaal naar schatting 319 parochies met minstens één SCC. Omdat sommige parochies meerdere SCC’s hebben, komt het totaal aantal SCC’s in de parochies op 552. In stedelijke gebieden zijn relatief meer parochies met een SCC.
Nieuwe bewegingen
In de
nieuwe religieuze bewegingen telt zij 326 SCC's, met een groot segment bij Focolare en de charismatische beweging (120 bij de Charismatische Beweging (KCV), 110 bij Focolare). De kerkelijke participatie van de deelnemers is hoog (87% woont wekelijks een viering bij - tegenover 9% van alle katholieken).
Volgens Harm Ruiter (KCV) doen mensen mee aan gebedsgroepen vanwege een behoefte aan spiritualiteit, vanuit een zoeken naar spiritualiteit en zingeving. Volgens hem kan het zijn dat als men een tijd deelneemt, men verder betrokken raakt op Christus en de kerk. Vaak volgt er ook vanuit de deelname een heroriëntering op het leven waarbij de betrokkenheid op de kerk en de groep steeds groter wordt. Soms blijkt na enige tijd van deelname dat het toch niet helemaal is wat men zoekt, soms schrikt men ook van wat men aantreft in de groep: b.v. het spreken in tongen, klappen, zingen etc. Soms treft men bij deelname een ‘incrowd’ aan, een groep die al heel lang bij elkaar komt in dezelfde samenstelling, dit kan instroom van nieuwe leden in de groep bemoeilijken.
De deelnemers aan de SCC's van Focolare zijn overwegend katholiek (90%), de rest is protestant en een enkeling is moslim. Over het algemeen zijn het kerkbetrokken leden. Volgens de sleutelfiguur zit de groei op het ogenblik echter vooral in randkerkelijken. Nieuwe leden komen vaak mee met bekenden die al lid zijn.
Lekengroepen
Steggerda trof 39 groepen aan, die voldoen aan de definitie van een SCC. De meeste SCC's vond zijn bij de Karmelorde, de Fransciscaanse Beweging en de Franciscaanse lekenorde te vinden.
Motivatie om deel te nemen aan een SCC
De motivatie om deel te nemen aan een SCC gelegen is in een combinatie van factoren:
- de behoefte om het eigen geloof te verdiepen
-
de behoefte aan groei van het gebedsleven
-
de behoefte om het geloof met elkaar te delen
-
iets te leren over de bijbel en het geloof
-
de behoefte om samen een geloofsgemeenschap te vormen.
Minder vaak vormen de behoefte om sociale contacten op te doen een motivatie tot deelname. Steun voor persoonlijke problemen vormt geen belangrijke motivatie tot deelname.