Gedicht over Lourdes / Frans Maseland
Elf februari tweeduizend acht, honderdvijftig jaar geleden,
Is een witgeklede dame aan Bernadette veertien jaar oud, verschenen.
Een meisje van huis uit arm en tevens ziek en zwak,
Zij was het waartegen de “Onbevlekte Ontvangenis” sprak.
Aan haar werd doorgegeven voor de mensheid in een visioen,
Dat het in een mensenleven om boetvaardigheid en barmhartigheid is te doen.
De verschijning werd toen niet serieus genomen, men hechtte daaraan geen waarde,
Bernadette het eenvoudige meisje stond alleen en hield vertrouwvol staande.
Haar taak, de opdracht van de Heilige Maagd en gevolg geven aan haar vragen
was wat haar voor ogen stond om dat biddend de wereld in te dragen.
Met de opdracht om de rozenkrans te blijven bidden, werd ze gezonden.
Zieken en gezonden zijn nu nog dagelijks in gebed met elkaar verbonden.
Lourdes, het genadeoord waar lief en leed wordt gedeeld en beleefd,
Het is de plaats van samenkomst, waar de arme bewoner voordeel aan heeft.
Gezonde, rijke mensen hebben vele wensen,
Zieken meestal maar een om gezond te staan tussen de mensen.
Dat grote verlangen, daar wordt om gebeden of een kaars opgestoken.
In Lourdes kun je niet om de zieke, gehandicapte medemens heen.
Het klampt en raakt je hart, het gaat je door merg en been.
Lourdes is de plaats waar het hemelse en het aardse elkaar zo van nabij raken,
Het is dan ook goed om van elf februari een waardige gedenkdag te maken.
Hoe eens met opdracht, daar is verschenen, de moeder van de Heer, aan Bernadette
Dat is nu onze opdracht om dat, generatie op generatie, voort te zetten.
Frans Maseland, 11 februari 2008