Palmpaasstok / recept en symboliek
Om een Palmpaasstok te maken heb je nodig:
Van de twee latjes maak je het houten kruis. Je spijkert het de twee latjes goed vast, om wikkel er flink veel draad om. Het moet goed vast zitten. Vervolgens wind je het gekleurde papier in repen om het kruis heen. De repen plak je stevig vast met plakbond.
Van het crèpepapier maak je kleine strikjes. Teken op het karton kleine paasfiguurtjes, zoals een paashaasje, eieren en een paaskip. Eventueel kun je hiervoor sjablonen gebruiken. Deze knip je uit en rijg je aan een stevige draad. Wissel de figuurtjes af met wat snoepjes en het fruit.
De slinger maak je met punaises vast aan het kruis. Het broodhaantje komt boven op het kruis. Zo'n haantje kan je zo bij de bakker kopen, maar je kunt het ook zelf (laten) maken.
We hebben hier een recept. Je kunt voor en achter het broodhaantje een paar palmtakjes steken.
De palmpaasstok heeft een kruis. Dat houten kruis lijkt op het kruis van Jezus en verwijst naar Goede Vrijdag. De palmtakjes herinneren je aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. De takjes verwijzen ook naar Pasen: ze blijven altijd groen, dus is leven steeds mogelijk.
Dan dat
broodhaantje boven op. Die doet aan een paar dingen denken. Op Witte Donderdag breekt en deelt Jezus bij zijn laatste maaltijd brood met zijn vrienden. En het stukje brood is een haantje, omdat dat staat voor waakzaamheid. Het herinnert vooral ook aan het lijden van Jezus. Je kent vast het verhaal waarin een haan drie keer kraait nadat Petrus drie keer heeft gezegd dat hij Jezus niet kent. Daarmee kun je een haan vergelijken met Jezus: hij schudt je wakker om te vertellen dat het licht eraan komt.
De snoepjes en het fruit heeft ook een betekenis. Het zijn tekens van vreugde over het nieuwe leven dat Pasen brengt.