Een weekje Ariënsgate: tumult om een priesteropleidingOp 3 november 2009 kondigde aartsbisschop mgr. Eijk aan de diocesane priesteropleiding het komend studiejaar te sluiten. Dit bericht kwam voor alle betrokkenen als een donderslag bij heldere hemel. De atmosfeer in katholiek Nederland zindert sindsdien van de onrust en de geruchten. Een reconstructie van de belangrijkste gebeurtenissen en hoofdrolspelers.
3 november: Konvikt gesloten
Mgr. Eijk kondigt aan dat de aartsdiocesane priesteropleiding Ariënskonvikt aan het eind van het lopende studiejaar haar deuren zal sluiten. De priesterkandidaten voor het aartsbisdom Utrecht kunnen vanaf volgend studiejaar hun opleiding volgen aan De Tiltenberg, het seminarie van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Volgens het persbericht was de voornaamste reden voor de sluiting van het Arënskonvikt het sterk teruggelopen aantal priesterstudenten (van 40 in 1994-1995 tot 12 in 2009-2010). Hierdoor was de handhaving van een eigen priesteropleiding "financieel niet langer haalbaar". Het aartsbisdom wees op zijn "kwetsbare financiële situatie" waarin het zich "ondanks een recente drastische reorganisatie nog steeds bevindt".
4 november: Collega-bisschoppen weten van niets
Het persbericht spreekt van het "inlichten" van de collega-bisschoppen Van de Hende (Breda), Van Luyn (Rotterdam) en De Korte (Groningen-Leeuwaarden). Uit een reactie van oud hulpbisschop van Utrecht De Korte in het Friesch Dagblad dat dit inlichten niets meer behelsde dan een mededeling. Hij hoorde het besluit maandagmiddag tijdens een lunch met Eijk. "Het is jammer dat mgr. Eijk niet met ons heeft overlegd", aldus De Korte.
De vraag is of de aartsbisschop naast de officiële argumentatie een verborgen agenda heeft. Want met het wegvallen van het Ariënskonvikt blijft er nog maar één model priesteropleiding over. "De andere vier priesteropleidingen zijn alle seminaries, op Franse leest gestoeld. Ze bevinden zich in de bossen of op het platteland, in elk geval ver van de bewoonde wereld." Ook inTrouw laat de bisschop zich in gelijke bewoordingen uit. Niet alleen De Korte was pas zeer kort van tevoren ingelicht. Het geldt ook voor staf en studenten van het konvikt, de andere twee betrokken bisschoppen en de staf van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg, die op de locatie Utrecht voor de studenten van het konvikt de academische opleiding verzorgt. De Korte beziet de mogelijkheid om op een of andere manier toch in het Utrechtse door te gaan. Veel is hier nog niet over duidelijk.
5 november: Paus: 'Ariëns, is dat die van het konvikt'?
Paus Benedictus XVI ontving de spirituele biografie over Alphons Ariëns. De auteur, pastoor Henri ten Have uit Rhenen, bood de paus het boek aan tijdens de algemene audiëntie. Volgens Ten Have vroeg de paus hem of dit de Ariëns van het Arienskonvikt was. De Rhenense priester kon bevestigen dat de Utrechtse priesteropleiding inderdaad is vernoemd naar de maatschappelijk geëngageerde priester.
6 november: € 36.000 per student per jaar
Op 6 november laat het aartsbisdom een communiqué uitgaan waarin wordt opgeroepen geen geld meer voor het konvikt over te maken. Incidentele giften zijn niet genoeg om de priesteropleiding het Ariënskonvikt open te houden. Volgens aartsbisschop Eijk is de nood groter dan veel mensen denken. De aanstaande sluiting van de Utrechtse priesteropleiding bleek voor sommigen aanleiding om een fondswervingscampagne te starten. Aartsbisschop Eijk noemt deze initiatieven "hartverwarmend", maar wijst er tevens op dat de financiële nood groter is dan de initiatienemers denken. Dit biedt geen structurele oplossing. Volgens het communiqué kost het opleiden van één student aan het Ariënskonvikt 36.000 euro per jaar. Dat is meer dan het modale jaarinkomen van de gemiddelde Nederlander (ongeveer 31.000 euro). Omdat het aantal priesterstudenten de laatste jaren zo sterk is geslonken, vindt het diocees het "buitenproportioneel om zoveel geld in één activiteit te steken."Het Ariënskonvikt werkt al lange tijd met een eigen begroting. De inkomsten op die begroting zijn van incidentele aard en bestaan met name uit erfenissen, legaten en giften. Omdat het konvikt vaak met een tekort afsloot, vulde het aartsbisdom het tekort steeds aan. Aangezien het aartsbisdom Utrecht nauwelijks nog over financiële reserves beschikt, kan deze situatie niet blijven voortbestaan, aldus de verklaring.
tot 10 november: Katholieke bloggers buigen zich over financiën
In de blogosfeer duiken in de dagen daarna hardnekkige geruchten op over de werkelijke financiële situatie van het bisdom. Bloggers annex twitteraars als Observatrix (twitter,weblog) en Claves Regni opperen dat € 36.000 per student per jaar nogal aan de hoge kant is. Volgens hen zit er zo'n 5 miljoen in kas, en Eijk zou deze willen 'toucheren' om de gaten in de bisdommelijke begroting te dichten.
9 november: Nelly en de miljoenen
Op 9 november meldt Nelly Stienstra in Trouw: "Ik heb geen reden om te twijfelen, dat er een bedrag van een paar miljoen beschikbaar is". Stienstra is de voorzitter van de Stichting Contact Rooms-Katholieken. "Ik ben een groot voorstander van het celibaat en de praktijk wijst uit dat priesterstudenten, die geleerd hebben in de wereld te staan, in hun werk in de parochie beter met dat celibaat uit de voeten kunnen." Ook in deze meer behoudende kringen lijkt de aartsbisschop zijn krediet aardig te hebben verspeeld, terwijl zijn krachtdadig optreden in eerste instantie op veel lof kon rekenen.
11 november: Aangeslagen rector Schnell
Monic Slingerland schrijft in Trouw dat de 'aangeslagen' rector van het Ariënskonvikt Norbert Schnell een beslissing moet verdedigen 'dat hij niet zelf genomen heeft'. Het artikel meldt dat de econoom van het aartsbisdom door ziekte geveld en niet gekend in het besluit. Schnell: "Voor zover ik weet is er ongeveer vier ton in kas, de helft in het fonds voor het Ariënskonvikt, de helft in het priesterfonds. Dat laatste, het Dijnselburgfonds geheten, is onlangs opgericht met het oog op de alweer afgeblazen plannen om de priesteropleiding naar het Dijnselburgcomplex in Zeist te laten verhuizen." Geconfronteerd met de geruchten over de 'verdwenen' miljoenen zegt hij: 'Ik weet daar niets van. Ik ben erg benieuwd waar dat vandaan kom. In de praktijk houden rectores van deze opleidingen zich vooral met lopende rekening bezig, met inkomsten en uitgaven, en niet met vermogens legaten."
Schnell: "Het was in 1977 het idee van kardinaal Willebrands, ooit aartsbisschop van Utrecht net als Eijk nu. Willebrands wilde priesterstudenten in een konvikt in de stad te laten wonen, in plaats van in een seminarie in de bossen, ver weg van vrouwen en andere gevaren." Hun theologische vorming krijgen ze aan de universiteit, hun spirituele vorming in eigen huis, mede van de rector. Schnell staat erom bekend dat hij ruimte geeft aan de priesterstudenten om hun roeping te toetsen. De helft van de studenten haakt af tijdens de opleiding. Maar na hun wijding blijven er meer dan het geval is bij seminaristen. Schnell is dus voorstander van het konviktmodel.
11 november: 'FKT niet in gevaar'
De Faculteit Katholieke Theologie bleef lange tijd muisstil. Die stilte wordt doorbroken met een persbericht: "Het faculteitsbestuur zegt het te betreuren dat aartsbisschop Eijk van Utrecht zich gedwongen ziet de aartsdiocesane priesteropleiding Ariënskonvikt te sluiten na het voltooien van dit studiejaar. De FKT realiseert zich dat de relatie met het Ariënskonvikt van vitaal belang is voor haar statuut als enige door Rome erkende, academische ambtsopleiding. Zij treedt in overleg met de betrokken bisschoppen over een alternatieve vormgeving aan deze relatie, zodat ook in de toekomst priesterstudenten aan de FKT kunnen studeren."
De Korte maakt zich in het eerder genoemde bericht in het Friesch Dagblad ook bezorgd om de opleiding van de aankomende priesters: "Met de FKT was je verzekerd van een academisch gehalte. Het grootseminarie De Tiltenberg is een hbo-opleiding. Priesters krijgen niet meer gegarandeerd een academisch niveau." Volgens het bisdom Haarlem-Amsterdam is het niet waar dat de ambtsopleiding in De Tiltenberg een hbo-opleiding is. "Door zijn affiliatie met de Pauselijke Universiteit van Lateranen leidt De Tiltenberg studenten op academisch niveau op en verleent daarna de bijbehorende bachelor- en mastergraden. Dit gebeurt volgens het Verdrag van Bologna", aldus een woordvoerder van het bisdom eerder deze week. De FKT reageert in haar persbericht: "De FKT is een volwaardige faculteit van de Universiteit van Tilburg en voldoet als zodanig aan alle voorwaarden en eisen die het Ministerie van OCW aan een academische instelling stelt. De beslissing van de aartsbisschop brengt daarin geen verandering."
Konvikt versus seminarie
Wat zijn de voordelen van een seminarie en wat de voordelen van een konvikt? Het konviktmodel kent een spiritueel samenleven van de studenten waarbij hun studie grotendeels op de universiteit wordt gevolgd. Dus aan een theologische faculteit. Dat betekent dat deze priesterstudenten de collegebanken delen met de grote groep studenten, mannen en vrouwen, die wellicht ook het pastoraat in willen, danwel in media, onderwijs, hulpverlening en beleidsfuncties of wetenschap werkzaam willen zijn. Het contact van priesterstudenten met deze moderne context kán een bedreiging vormen voor hun celibaat, maar alleen als dat celibaat sowieso geen positieve spirituele keuze behelst, maar gebaseerd is op een angstvallig afhouden van affectiviteit.
Dan is er het vraagstuk van het academische niveau. De priesteropleiding is van oudsher een mengeling te zien van echte academische wetenschap en een meer beroepsgerichte opleiding op minimaal hbo-niveau. Lang niet alle priesterstudenten hebben de wetenschappelijke ambitie om de talen Grieks, Latijn, Hebreeuws te leren, zich grondig in moderne filosofie te verdiepen, geloof in de moderne samenleving te bestuderen aan de hand van godsdienstpsychologie en –sociologie. Theologie is een veeleisende en breed georiënteerde studie, die op academisch niveau heel wat vraagt van de student. Toch lijkt het zowel voor de theologie en voor de samenleving van groot belang dat er mensen zijn die op academisch niveau en staande in de maatschappij het debat over levensvragen kunnen aangaan. Dat de samenleving zelf de theologie nogal eens de rug toekeert, maakt de positie van de academische theologie natuurlijk zwakker en versterkt de neiging om in het seminarie de veilige toevlucht te zoeken.
Frank G. Bosman
|