(c) Isidorusweb.nl

Heiligen in de katholieke kerk


'Heilig' is allereerst een benaming voor God. Hij is de Heilige. In de geloofsbelijdenis van de katholieke kerk wordt verder gesproken van de 'gemeenschap van heiligen'. Dit heeft twee betekenissen: 'de gemeenschap van heilige zaken' en 'de gemeenschap tussen heilige personen' in Christus: mensen die in hun leven op bijzondere wijze getuigenis hebben gegeven van hun geloof. In de hemel worden zij met Christus verenigd en houden niet op voor ons bij de Vader ten beste te spreken. Zij zijn voorsprekers voor ons bij God.
Er bestaat een misverstand dat katholieken heiligen zouden 'aanbidden'. Tijdens het tweede concilie van Nicea (787) is uitgesproken dat er geen sprake is van aanbidding (cultus latriae), maar van verering (cultus duliae). Aan God is de eer van aanbidding. Als Moeder van God is voor Maria een bijzondere plaats van verering toegedacht.
 
Overzicht van heiligen
Op Isidorusweb zijn de levensbeschrijvingen van de belangrijkste heiligen van de katholieke kerk opgenomen. Inmiddels zijn er bijna 200 "hagiografieën" - heiligenlevens.
U vindt de beschrijvingen, geïndexeerd op vier ingangen:
Elders is ook een overzicht opgenomen met de volledige teksten van geschriften van belangrijke heiligen.
 
Martyrologium
Een martyrologium is een martelarenboek. In dit werk staan de naam, datum van gedachtenis, plaats van herkomst en - niet altijd - korte beschrijvingen van het leven van de martelaar. In de loop van de tijd werden ook andere heiligen in het boek beschreven. In de 16e eeuw verschijnt de Martyrologium Romanum - in 1584 wordt onder paus Gregorius XIII het werk verplicht gesteld als bronnenboek voor hagiografieën in de katholieke kerk.
 
Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie werd besloten het Martyrologium grondig te herzien. De bezem moest door de beschrijvingen, omdat er historische en theologische fouten in stonden. Dat de herziening niet van de ene op de andere dag gebeurt is duidelijk. Pas in 2001 verschijnt de nieuwe editie; de laatste versie dateert van 4 december 2004.
 
Heiligenverering

In de katholieke kerk is bewust ruimte ingericht voor de verering van de heiligen. Dit kan op verschillende manieren: er zijn feestdagen van heiligen, waaraan in de liturgie aandacht wordt besteed. Zo wordt op het feest van Allerheiligen (1 november) alle heiligen en zaligen vereerd in de misriten.
Daarnaast is er de verering van relieken (voorwerpen van heiligen) en de verering in de vorm van bedevaarten (bijvoorbeeld naar Mariaplaatsen als Lourdes, of naar heiligenplaatsen als Santiago de Compostela). Tot slot is in het persoonlijke gebed de verering ingebed. Iedere katholiek kan een heilige aanroepen voor hulp en kracht. Niet alleen omwille van hun voorbeeld vieren wij de nagedachtenissen van hen, maar ook om ons dichter bij Christus te brengen. De gemeenschap van heiligen verbindt ons met Christus.
Een heilige weet zich verbonden met een speciaal patronage, als voorsprekers voor ons in de hemel.

Wanneer wordt iemand heiligverklaard?

Door de eeuwen heen zijn vele bijzondere mensen heiligverklaard. Naar schatting zijn er meer dan 10.000 heiligen en zaligen in de Rooms-Katholieke en Orthodoxe Kerken. Van de bekendste en belangrijkste heiligen vindt u op Isidorusweb een levensbeschrijving ('hagiografie') en aanvullende verwijzingen.

Canonisatie is het proces dat de Kerk start om een mens heilig te verklaren. Honderden jaren lang, vanaf de eerste martelaren van de vroeg-christelijke kerk werden heiligen publiek gekozen, vaak door lokale gelovigen en priesters. Hoewel dit een op en top democratische weg is om heiligen te erkennen, zijn sommige verhalen onklaar, legendarisch en soms gewoonweg niet naar waarheid. Geleidelijk namen bisschoppen en later het Vaticaan de erkenning van heiligen over. Dit proces is regulier vanaf de tiende eeuw, toen paus Johannes XV een begin maakte met 'centrale' heiligverklaringen.
In 1983 veranderde paus Johannes Paulus II veel aan het proces voor de heiligverklaring. Het proces begint na iemands dood en waarvan de mens als heilige wordt gezien. Vaak wordt dit proces na vele jaren na hun dood gestart. De lokale bisschop onderzoekt leven en werken van de 'kandidaat-heilige'. Daarna evalueert een groep van theologen en kardinalen van het Vaticaan de bevindingen van de bisschop. Als zij e.e.a. goedkeuren, kan de paus verklaren dat de kandidaat kan worden vereerd.

De volgende stap is de weg naar de zaligverklaring. Dit vereist een wonder als bewijs dat de overledene in de hemel is en voor ons bemiddelt. Opnieuw zal dit worden onderzocht, waarna de paus als goedkeuring de persoon zaligverklaard.
Als daarna nog een (of meerdere) wonderen zich erkend voordoen, kan de paus de zalige heiligverklaren. De titel van 'heilige' zegt ons dat de overledene een geheiligd leven leidde, nu in de hemel is en vereerd wordt door de Kerk. De canonisatie 'maakt' geen mens tot heilige, het erkent datgene dat God al heeft gedaan.

Wat is een patroonheilige?

Patroonheiligen worden gekozen voor speciale bescherming of wakers. Dit kan gebeuren voor bijvoorbeeld beroepen, ziekten, kerken, landen en steden en andere zaken die belangrijk voor ons zijn. Vandaag de dag worden patroonheiligen gekozen vanwege hun leven en werken, talenten en interesses. Zo was Franciscus van Sales een boeiend schrijver en zodoende is hij patroonheilige van journalisten geworden.

Kerkleraren en kerkvaders

Een kleine groep heiligen worden 'leraren van de kerk' genoemd. Deze titel geeft aan dat hun preken en geschriften zeer nuttig zijn voor christenen van alle tijden. Kerkleraren zijn ook bekend vanwege hun diepzinnige en mystieke kennis van het geestelijk leven. Hun geschriften zijn duidelijk geïnspireerd door de heilige Geest. Onder de huidige 33 kerkleraren bevinden zich Theresia van Avila, Athanasius, Ambrosius, Augustinus, Antonius van Padua, Petrus Canisius en Therese van Lisieux (de laatste sinds 1997).
Naast kerkleraren kent de kerk ook de niet-officiële titel 'kerkvaders'. Dit zijn de invloedrijke, christelijke schrijvers en invloedrijke theologen uit het vroege christendom (tot ca. 8e eeuw). Veelal schreven ze de paus over belangrijke doctrinale kwesties, namen deel aan de concilies of werden (en worden) op andere wijzen als belangrijke autoriteit beschouwd.