| |
Ontstaan en geschiedenis van de RK Kerk
Eerste vijf eeuwen
Het christendom begint haar wortels vanaf de geboorte van Jezus Christus. Zijn levensverhaal
is overgeleverd door christelijke en joodse schrijvers uit het begin van onze jaartelling. De levensgeschiedenis van Jezus is vastgelegd
in een belangrijk onderdeel van de Bijbel, het Nieuwe Testament.
Rondom de Middellandse Zee groepeerden volgelingen van Jezus zich in geïsoleerde christelijke gemeenschappen. Deze christenen
werden in het Romeinse Rijk vervolgt, omdat zij zich weigerden aan de staatsgodsdienst te conformeren. Langzaam groeide de christelijke
gemeenschappen. Aan het begin van de vierde eeuw erkende keizer Constantijn de Grote het christendom als zelfstandige religie.
Zo maakte hij het belangrijke concilie van Nicea in 325 mogelijk. Een concilie is een belangrijke bijeenkomst van de christelijke
gemeenschap om besluiten te nemen over theologische discussiepunten. Tijdens dit concilie van Nicea - dat duurde van 20 mei tot 25 augustus -
wordt het arianisme veroordeeld, maar belangrijker nog wordt de officiële leer van de Rooms-Katholieke Kerk vastgesteld:
het geloof in één God, het geloof in de heilige Drieënheid (God, Jezus, Heilige Geest), de leer van de erfzonde. Daarnaast werden
de sacramenten van de kerk vastgesteld en welke bijbelboeken tot het Nieuwe Testament behoorden. Die boeken die daartoe niet behoorden,
werden verboden - ofwel 'apocrief' - verklaard.
In diezelfde eeuw wordt het christendom in 390 zelfs de staatsreligie van het Romeinse Rijk en wordt de benaming "Rooms-katholiek" duidelijk.
Dit gebeurt onder keizer Theodosius de Grote, die heerste over het oostelijk deel van het rijk. Theodosius was een tegenstander van
het arianisme. Het arianisme is een oude stroming in het christendom dat de heilige Drieënheid niet accepteert. Tijdens het concilie
van Constantinopel in 381 verklaart de keizer de geloofsbelijdenis van Nicea als enig geldende. Belangrijke bisschop tijdens
dit proces is de kerkvader Athanasius.
Kerstening van Europa en het Grote Schisma
Na de dood van Theodosius valt het Romeinse Rijk uiteen. Het oostelijk deel blijft redelijk in tact en gaat verder de geschiedenis in
als het Byzantijnse rijk (met als hoofdstad Byzantium, later Constantinopel, sinds 1930 Istanbul). Het westelijk deel valt ten prooi
aan Germaanse leiders, die eerst nog als 'Romeinse gouverneurs' optreden, maar als snel onafhankelijk van Rome besturen.
De meeste Germaanse stammen zijn dan al tot het christendom overgegaan, dankzij de missionaire drang van zendelingen (vooral Ierse monniken)
die deze barbaren wilden kerstenen (zoals Willibordus vanuit Ierland de Friezen vanuit Katwijk aan Zee bekeerde; of Bonifatius die tijdens
zijn missie in 754 bij Dokkum door Friese heidenen wordt vermoord). Kloosterorden werdn veelvuldig in West-Europa gesticht
en hebben een belangrijke rol in cultuur, onderwijs, zorg en wetenschap.
De katholieke kerk neemt daarmee onderwijs, zorg en welzijn en lokaal bestuur vrijwel alleen over van het vroegere Romeinse Rijk.
Daarmee is zij een belangrijk instituut geworden in de overdracht van de basis van de westerse beschaving.
Een belangrijk jaar is 1054: het Grote Schisma (of Oosters Schisma). Het is een scheuring in het christendom tussen
de Rooms-Katholieke Kerk en de Oosters-Orthodoxe Kerk die door theologische en bestuurlijke meningsverschillen uiteen gaan.
Een belangrijk geschil is de positie van heilige Geest: in de RK kerk gaat de heilige Geest uit van God en Jezus. In de oosterse kerken
gaat de heilige Geest uit van de Vader, via de Zoon. Andere strijdpunten is het celibaat (oosterse kerken kent priesterhuwelijken, en het
celibaat geldt alleen voor bisschoppen; de katholieke kerk kent geen priesterhuwelijken). In 1054 excommuniceert
(dat wil zeggen: wordt uit de gemeenschap gezet) paus Leo IX de patriarch van Constantinopel. De patriarch reageert met dezelfde actie.
Hoewel in 1965 de excommunicaties werden opgeheven, zijn de kerken nog volledig gescheiden.
Reformatie
In de Renaissance wordt Europa welvarender door technologische vooruitgang en groei van de (internationale) handel. Door de centrale rol
van de kerk, deelt zij in grote mate mee in de groeiende rijkdom. Dit uit zich door pracht van nieuwe kerkgebouwen:
de Santa Maria del Fiora in Florence, of later de Sint Pieterbasiliek in Rome en de Sixtijnse kapel: hoogtepunten in de westerse
cultuurgeschiedenis.
Maar, niets menselijks is de kerk vreemd, de weelde van de macht is zwaar: corruptie en machtsmisbruik nemen toe, zoals tot uiting komt
in de aflatenhandel. Een reactie kan niet uitblijven en in verschillende Europese landen komen protesten tegen deze kerkelijke
stijl. Bekende namen zijn Jan Hus, Maarten Luther, Johannes Calvijn en Huldrych Zwingli. Zij worden 'protestanten' en 'hervormden'
genoemd. De monnik Luther spijkert in 1517 95 stellingen tegen de aflaat op de kerkdeuren. Zijn intentie is niet om de katholieke kerk
te verlaten, maar deze intern te hervormen naar de evangelische waarden uit het Nieuwe Testament. De reformatie
dring vooral door in het noord-westen van Europa, mede dankzij de boekdrukkunst.
Een nieuwe scheiding in het christendom dient zich aan en dan niet alleen om religieuze, maar ook om politieke redenen. Helaas breken
godsdienstoorlogen uit, zoals die tussen Nederland en Spanje, of in Engeland. De nieuwe stroming, het protestantisme, kent drie
belangrijke kernpunten: alleen Jezus en de Bijbel, waarmee ze 'katholieke' heiligenverering en de plaats van Maria afwijst.
Twee sacramenten (doop- en avondmaal) in plaats van zeven en geen erkenning van het moreel en bestuurlijk gezag van de paus.
Doordat er geen centraal gezag is ontstaan vele varianten van het protestantisme, zoals de Lutherse kerk, de calvinisten, de
Anglicaanse kerk, methodisten, pinkstergemeenten en baptisten.
Concilie van Trente
De Rooms-Katholieke kerk belegt als reactie het concilie van Trente dat de misstanden in de kerk wilt bespreken.
Het concilie duurt lang (van 1545 tot 1563) en kan als beginpunt van de contrareformatie worden beschouwd. Mede onder invloed van
Spaanse kloosterlingen als de heilige Johannes van het Kruis en Teresa van Avila, en nieuwe kloosterorden zoals die van de Jezuïeten,
komt het concilie tot vernieuwingen in de katholieke leer. Belangrijke besluiten betreffen:
- Het Latijn is de universele taal van de liturgie (zoals tot uitdrukking komt in de Tridentijnse mis)
- Geloofsonderricht, catechese, wordt belangrijk
- Bevestiging van de leer rondom erfzonde, de zeven sacramenten, aflaten en heiligenverering
- De openbaring bestaat uit de Bijbel en uit de katholieke traditie
- Er is een lijst van gewijde boeken
Uitkomst van het concilie is ook dat de hervormers als ketters worden beschouwd en worden geëxcommuniceerd.
Om te kunnen beoordelen wie of wat ketters was, werd de kerkelijke inquisitie ingesteld. Het is een zwartere bladzijde in de
geschiedenis van de katholieke kerk. De inquisitie is berucht, omdat zij als kerkelijke rechtbank absolute controle uitoefent -
vooral door repressie en excessief geweld. Voor Nederland betekent dit, dat koning Filips II zijn wereldlijke macht probeert
op te leggen aan de bevolking: de hertog van Alva stelt de Raad der Beroerten in, dat maar al te graag galgje speelt.
Het heeft niets meer met geloof te maken, maar godsdienst wordt voor andere doeleinden ingezet.
Nieuwe Tijd
Het wereldbeeld verandert tijdens de renaissance. De mens, in plaats van God, komt
centraal te staan in het wereldbeeld. Het individu voert de bovendien (vandaar humanisme) en exacte wetenschap bloeit op.
Het leidt naar de Verlichting en door de Franse revolutie wordt de scheiding tussen kerk en staat vastgelegd.
Onderwijs en welzijn worden niet meer exclusief katholiek, maar begint seculier te worden. In ongeveer dezelfde tijd wordt
de onfeilbaarheid van de paus vastgelegd (constitutie "Pastor Aeternus"), tijdens het Eerste Vaticaans concilie (1869-1870), ten tijde van de zalige paus Pius IX.
Onfeilbaarheid betekent niet, dat alles wat de Paus als persoon zegt ook waar is. De pauselijke onfeilbaarheid is terug
te leiden naar de onfeilbaarheid van Jezus. De uitspraak van een paus is onfeilbaar, als dit als een "ex cathedra"-verklaring wordt geuit.
Andere onderwerpen bij Vaticanum I zijn de sociale leer van de kerk, de verhouding tussen kerk en de geliberaliseerde wereld,
en de verhouding tussen geloof en rede.
Twintigste eeuw
In 1929 wordt het Verdrag van Lateranen gesloten tussen de paus en Mussolini. Vanaf dat moment is Vaticaanstad een
onafhankelijke staat. De relatie tussen Mussolini en de paus komt in de actualiteit van de Tweede Wereldoorlog.
Het pontificaat van paus Pius XII (van 1939-1958) valt in deze moeilijke tijd. De kerk wordt verweten te weinig op te komen voor
de positie van de joden, hoewel er openlijke protesten zijn van bijvoorbeeld het Nederlandse episcopaat en priesters als
Ook wordt van de oorlogspaus gezegd dat hij zich wel degelijk actief bezighield met de bescherming en opvang van Italiaanse joden.
In het Heilig Jaar 1950 wordt het dogma afgeroepen dat Maria met ziel en lichaam in de hemel is opgenomen.
Paus Pius XII voert een conservatief bewind, en behandelt de gelovigen als niet mondig. Dit vraagt om een reactie dat onder zijn
opvolger tot stand komt in het Tweede Vaticaanse Concilie. Paus Johannes XXIII is paus van 1958 tot 1963 en kan als tussenpaus worden
betiteld. Toch is zijn invloed enorm en duurt tot op de dag van vandaag. Johannes XXIII wordt wel de lachende paus genoemd, vanwege
zijn humor en opgewekte karakter. De deuren van de kerk worden door paus Johannes XXIII wagenwijd opengezet, mede door
de invloed van de Nieuwe Theologie. Deze hield in een 'herbronning' van de liturgie, de catechese en de diakonie.
Aan het begin van het concilie vraagt de paus van de 2.540 aanwezige bisschoppen om aggiornamento: modernisering.
Paus Johannes XXIII maakt de modernisering zelf niet meer mee: hij overlijdt in 1963. Als zijn opvolger paus Paulus VI het
concilie in 1965 afsluit, zijn er vergaande besluiten genomen, vastgelegd in vier constituties, negen decreten en drie verklaringen:
- De Tridentijnse riten worden afgeschaft: de liturgie gebeurt in de volkstaal, hoewel het Latijn als universele taal blijft
- De positie van lokale bisschoppen en leken wordt versterkt
- Godsdienstvrijheid voor christenen en joden en een herstel van eenheid tussen alle christelijke denominaties
- De excommunicaties van het Grote Schisma worden herroepen
- Moderne communicatie moet worden ingezet voor geloofsonderricht en -overdracht
- De kerk uit zich tegen de wedloop van kernwapens
Ondanks deze hervormingen blijft de invloed van de RK kerk in West-Europa dalen. De standpunten van de kerk op
het gebied van moraal en sexualiteit worden als niet meer passend gezien in de wereld van de 21e eeuw. De op dat punt conservatieve
paus Johannes Paulus II wordt voor het geseculariseerde Europa niet meer als moreel leider gezien. De RK Kerk zoekt toenadering
met andere christelijke denominaties (oecumene) en met jongeren. De paus organiseert Wereldjongerendagen die miljoenen jongeren
in geloof bijeenbrengt rondom de paus als herder van zijn kudde. Op zijn begrafenis op 8 april 2005 is dat duidelijk:
vele jongeren zijn aanwezig, net als veel vertegenwoordigers van de vijf wereldgodsdiensten.
De Rooms-katholieke Kerk is aan het begin van de 21e eeuw verreweg de grootste christelijke geloofsrichting.
Er zijn 1,1 miljard katholieken in alle landen van de wereld, verspreid over 2.800 bisdommen en 220.000 parochies.
Meer weten?
Chronologie van het christendom
Lijst van alle pausen
Kerkgeschiedenis RK Kerk in Nederland
Lijst van bisschoppen in Nederland
| |