|
Liturgische kleuren
In de liturgie wordt door het gebruik van kleuren symboliek gegeven
aan de periode van het jaar. Er zijn zes officiële kleuren:
Wit
Wit is een feestkleur. Tijdens de vieringen in de Paas-
en Kersttijd is wit de liturgische kleur. Ook op de feesten van Christus,
maar niet bij lijdensgedachten. Op feestdagen van Maria, de Engelen
en de Heiligen die geen martelaar zijn.
Daarnaast op een aantal specifieke feestdagen:
- Allerheiligen
- Johannes de Doper
- Johannes de Evangelist
- Sint Petrus' Stoel
- Paulus' bekering
Een uitzonderlijke viering waarbij wit de liturgische kleur is, is
bij de uitvaart van een pasgeborene of van een kind.
Groen
In de tijden door het jaar is groen de liturgische kleur.
Het is de kleur van de hoop.
Zwart (of grijs)
Zwart of grijs wordt het meeste gebruikt bij vieringen
van overledenen.
Rood
De liturgische kleur rood wordt gebruikt op Pinksteren
en bij vieringen van het lijden van Jezus. Rood is de kleur van de liefde.
Ook is de kleur te zien bij feesten van heiligen die als martelaar
zijn gestorven en van apostelen en de vier evangelisten.
Paars
Paars staat voor boete(doening). De kleur wordt dan ook
gebruikt in de veertigdagentijd en de advent. Soms wordt de kleur
paars ook gebruikt in dodenmissen.
Roze
De kleur roze ten slotte wordt vrij weinig gebruikt.
Het komt voor op de derde zondag van de Advent (Gaudete-zondag) en
op de vierde zondag van de passietijd (Laetare).
|