|
Daar bloeide ene lelie
Daar bloeide ene lelie met zuiverlijke pracht
Voor eeuwen en tijden in 't diepst van Gods gedacht'
Zij was toch zo schone!
Zij bloeide toch zo blank!
Er looft haar naar waarde noch mens, noch eng'lenzang
Vandaag is de lelie zo menig' eeuw verbeid
Op aarde ontsproten in reine heerlijkheid
't Zijt gij, O Maria, O lelie, eeuwig schoon
Gods bruid en Gods dochter en Moeder van Gods Zoon!
Al de engelenkoren begroeten heden de aard'
Zij heeft hun, o wonder, een koningin gebaard
O hemelse lelie, gij zijt onz' eeuw'ge roem
Gij zijt van de wereld de vlekkeloze bloem!
|