|
Op Fatima's vlakte
Op Fatima's vlakte verscheen op een eik
de Moeder van Jezus, een zonne gelijk
Refrein:
Ave, ave, ave Maria!
Ave, ave, ave Maria!
Daar baden drie herderkens, ned'rig en vroom
Het weerlicht twee malen, ze vluchten vol schroom
Refrein
Maar d'oudste roept: ziet eens wat ginder hoog staat
Een glanzende dame met minzaam gelaat
Refrein
Een wonderzoet spreken uit hemelse mond
doet keren die kleinen, wier vreze verzwond
Refrein
De herderkens knielen en Lucia vraagt
Wie zijt gij, wat is uw verlangen, o maagd?
Refrein
Mijn naam zult gij later vernemen, mijn kind
Indien gij blijft komen, mij vurig bemint
Refrein
Wie zou u niet lieven, o schone mevrouw
Wij komen hier weder en blijven u trouw
Refrein
Vlecht dikwijls als rozen, een krans van gebeen
opdat God de zondaars genade verleen
Refrein
Bidt ook 't rozenhoedje en Jezus dra schenkt
Zijn licht aan de zieltjes die niemand gedenkt
Refrein
Tot zesmaal toe kwam ze in 't sneeuwwitte kleed
Toen sprak ze: wel kleinen, verneemt hoe ik heet
Refrein
Haar ogen ontloken in hemelse glans
Ik ben Koninginne van de Rozenkrans
Refrein
En duizenden kwamen naar 't nederige oord
Want al wie daar smeekte, werd zichtbaar verhoord
Refrein
Een kleine kapel had Maria verwacht
Men bouwd'haar ter ere een tempel vol pracht
Refrein
Wij danken u Moeder, zo schoon en zo zoet
Om al wat uw liefde voor mensenleed doet.
Refrein
|